Zoeken Contact

Artikelen van Jeroen Visbeek

De artikelen over tijdgeest van de culturen zijn gebaseerd op de precessiebeweging van de Aarde. Hieruit volgen astrologische tijdperken van 2000, 180 en 15 jaar.

De dag en nacht van culturen

In de astrologie kent men 2000-jarige tijdperken. Deze uiten zich in de hoofdculturen: het vissentijdperk in het christendom, het ramtijdperk in het jodendom en het stiertijdperk in de Oud-Egyptische cultuur. Wie eens kritisch naar de bloeitijden van deze culturen kijkt ziet dat er iets niet klopt: de werkelijke bloeitijden van deze culturen lijken twee keer langer te duren dan de overeenkomstige astrologische tijdperken.

Het culturele stiertijdperk duurde van 4360 tot 2190 voor Christus. Egypte kwam in deze tijd tot grote bloei met het Oude Rijk. Maar na het einde van het culturele stiertijdperk kwam Egypte nog twee keer tot grote bloei in het Midden Rijk (2040-1790) en in het Nieuwe Rijk (1550-1070). Hierna bleef het koningschap nog lange tijd in stand. De laatste Egyptische farao – Cleopatra – stierf in 30 v.Chr. Pas met de opkomst van de islam in de zevende eeuw na Christus verdween de Egyptische cultuur volledig van de aardbodem. Alles bij elkaar bloeide de Egyptische cultuur grofweg twee keer langer dan het culturele stiertijdperk.

Bij het culturele ramtijdperk zien we hetzelfde patroon. Abraham leefde rond 2000 v.Chr., dus bij het begin van het culturele ramtijdperk. Het einde van het culturele ramtijdperk ging gepaard met een grote klap voor het jodendom. Toen veroverden de Romeinen in de eerste na Christus de onafhankelijke joodse staat. Maar dit betekende geenszins het einde van het jodendom. Ze zouden nog een grote stempel drukken op de wereldgeschiedenis. Nu ze sinds 1948 weer terug zijn in Israël lijken ze in hun eindstrijd te zijn gekomen. Orthodoxe joden verwachten binnen niet al te lange tijd de komst van de Messias. Als het jodendom binnen enkele eeuwen verdwijnt, dan heeft het net als Egypte ook grofweg twee keer langer gebloeid dan de tijdsduur van het cultureel ramtijdperk.

Momenteel zitten we in de eindtijd van het culturele vissentijdperk. Maar het is onvoorstelbaar dat hiermee ook het christendom binnenkort zal verdwijnen. Concluderend lijken culturen twee keer langer te leven dan je zou verwachten. Dit probleem kan worden opgelost door verschillende fases te introduceren.

culturele tijdperken

De culturele tijdperken en hun hoofdculturen zijn een afgeleid uit de precessiebeweging van de aarde. Omdat deze in tegengestelde richting draait is de volgorde van de culturele tijdperken ook tegengesteld van vissen naar ram.

De fases van culturen

De culturen hebben fases welke overeenkomen met die van het etmaal. Dit lijkt misschien op het eerste gezicht appels met peren vergelijken. Maar als u bedenkt dat zowel de culturele tijdperken als het etmaal voortkomen uit de rotatiebewegingen van de aarde, is het misschien toch geen gekke gedachte. Het etmaal is namelijk de tijd waarin de aarde één omwenteling maakt om haar rotatie-as en het culturele tijdperk is 1/12 deel van de tijd waarin de aardas één omwenteling maakt om haar precessie-as. Deze rotatiebewegingen zijn met elkaar te vergelijken. Alleen de tijdsduur verschilt: één precessie-omwenteling duurt 26.000 jaar en één rotatie-omwenteling duurt 24 uur. Het verloop van het etmaal is dus te vergelijken met dat van het culturele tijdperk. Hoe verloopt een etmaal? Ik onderscheid de volgende vier fases:

  1. De opkomstfase 0 - 6 uur
  2. De dagfase 6 - 18 uur
  3. De nachtfase 18 - 6 uur
  4. De assimilatiefase 6 - 12 uur

De eerste fase noem ik de opkomstfase. Deze fase overbrugt het verschil tussen het begin van het officiële etmaal dat om twaalf uur ’s nachts begint (dan begint officieel een nieuwe dag) en het gevoelsmatige etmaal dat pas bij zonsopkomst rond zes uur ’s ochtends begint. Zo begint gevoelsmatig de maandag niet om twaalf uur ’s nachts maar pas bij zonsopkomst als we na de nacht wakker worden. De opkomstfase duurt zo van twaalf uur ’s nachts tot zes uur ’s ochtends. De tweede fase is de dagfase. Dit is de periode dat het ongeveer twaalf uur licht is. Na de dagfase volgt logischerwijs de nachtfase: de twaalf uur duisternis. De nachtfase eindigt bij een nieuwe zonsopkomst rond zes uur ‘s ochtends. Daarna begint gevoelsmatig een nieuw etmaal: de dinsdag in ons voorbeeld. Maar de maandag is dan (ook gevoelsmatig) nog niet meteen helemaal verdwenen. Zo kunnen de dromen van de (maandag)nacht nog een tijdje in ons hoofd blijven hangen of willen de dansers op een after party nog niet toegeven aan de nieuwe dag, of herinnert de langzaam wegtrekkende ochtendmist nog aan de nacht. Dit naijlen van de maandag noem ik de assimilatiefase. Deze duurt van zes uur ’s ochtends tot het middaguur.


De fases van het etmaal (boven) volgen uit de sinusvormige beweging van de zon aan de hemel, welke wordt veroorzaakt door de rotatiebeweging van de aarde om haar rotatie-as. De fases van een hoofdcultuur (onder) volgen uit de sinusvormige beweging van de astrologische principes, welke wordt veroorzaakt door de rotatiebeweging van de aarde om haar precessie-as.

De golvende beweging van de zon is de motor achter de fases van het etmaal en de sinusachtige beweging van de astrologische principes is de motor achter de culturen. Een hoofdcultuur is zo dé uiting van het overeenkomstige astrologische principe. Het ramprincipe uit zich in de ram hoofdcultuur: het jodendom.

Elke hoofdcultuur heeft net als het etmaal vier fases waarbij de dag- en de nachtfase de belangrijkste zijn. Deze dag- en nachtfase hebben een bepaald patroon. Dit is hetzelfde patroon als de dag en nacht op aarde. Iedereen kent dit patroon wel: als het op de ene helft van de aarde dag is, is het op de andere helft altijd automatisch nacht. Als het in Amsterdam ‘dag’ is, dan is het aan de andere kant van de aarde - in Nieuw-Zeeland - ‘nacht’. Het dagnachtritme dag  →  nacht  →  dag  →   nacht enz. is te vergelijken met het ritme van de culturele tijdperken:  ram  →  stier   →  tweelingen  →  kreeft enz. De dag is een mannelijk tijdperk (wit) omdat het mannelijke principe warm, actief en scheppend is. De nacht is een vrouwelijk tijdperk (zwart) omdat het vrouwelijke principe koud, passief en ontvankelijk is. Het enige verschil is de tijdsduur: in plaats van de 12 uur duren de dag- en de nachtfase van een hoofdcultuur elk 2168 jaar. In een schema zien deze patronen er als volgt uit.


De opkomst- en assimilatiefases zijn in de bovenstaande en onderstaande figuren weggelaten. Alleen vanuit een vaste plek zoals Amsterdam is het dagnachtritme goed te ervaren. De dag is vergelijkbaar met een mannelijk cultureel tijdperk en de nacht met een vrouwelijk tijdperk. De etmalen zijn vergelijkbaar met de hoofdculturen.

De ram hoofdcultuur uit zich in het jodendom met een dagfase (2190 - 20 v.Chr.) en een nachtfase (20 v.C. - 2150 n.Chr.) Nu zitten we aan het eind van de dagfase (20 v.Chr. - 2150 n.Chr.) van de vissen hoofdcultuur (christendom) en tegelijkertijd aan het eind van de nachtfase van de ram hoofdcultuur (jodendom).

Met de introductie van de dag- en nachtfase mag een hoofdcultuur twee keer langer bloeien dan alleen maar het overeenkomende culturele tijdperk. Hiermee kunnen de bloeitijden van de hoofdculturen worden verklaard. Het einde van de nachtfase van de stier hoofdcultuur rond 20 v.Chr. komt goed overeen met de laatste Egyptische Farao - Cleopatra - die in 30 v.Chr. zelfmoord pleegde. Daarna assimileerde de Egyptische cultuur in het Romeinse Rijk en het christendom. De ram hoofdcultuur bevindt zich nu tegen het einde van de nachtfase. Met de staat Israël lijken de joden hun doel te hebben bereikt. Dit komt overeen met het karakter van de nachtfase; het bereiken van de bestemming. Vurig als ram vechten ze nu hun eindstrijd. Na 2150 n.Chr. zal de ram hoofdcultuur gaan assimileren in de waterman hoofdcultuur. Op revolutionaire wijze zullen de joden dan hun hoop op de komst van de Messias vinden in de utopie van waterman.

Het einde van de nachtfase verklaart zo goed het einde van de hoofdculturen. Maar met de vier fases kan nog veel meer worden verklaard. Laten we de ram hoofdcultuur eens onder de loep nemen.

De ram hoofdcultuur: de joden en de Semieten

De eerste fase van de ram hoofdcultuur is de opkomstfase. Deze begint net als bij de opkomstfase van het etmaal op het punt waar het ramprincipe (vergelijk de zon) op ‘zijn laagste punt staat’. Dit was ongeveer in het jaar 3270 v.Chr. (zie onderstaand figuur). Het stierprincipe was toen op haar hoogtepunt. Hierna werd het ramprincipe steeds sterker ten koste van stier. Hierdoor werd het ramprincipe steeds beter zichtbaar in de geschiedenis; de volken gingen zich steeds ‘rammiger’ gedragen. Een voorbeeld hiervan is de eerste oorlogen. Vechten is typisch voor de strijdvaardige ram. Een andere uiting van ram was het zwerven. Nomadische volken zouden met hun migraties een steeds grote stempel gaan drukken op de wereldgeschiedenis. In de opkomstfase vinden de voorbereidingen plaats voor het begin van een hoofdcultuur. In deze tijd zien we de Semieten (ram hoofdcultuur) het strijdtoneel opkomen. Ze kwamen als nomade uit de woestijn en trokken de steden van Mesopotamië binnen.


invloeden in de ram hoofdcultuur

De vier fases van de ram hoofdcultuur met de invloeden van de astrologische principes.

Op een gegeven moment werd het ramprincipe sterker dan het stierprincipe. Toen begon de dagfase van de ram hoofdcultuur. Dit is vergelijkbaar met de zonsopkomst: de zon wordt sterker dan de duisternis van de nacht. De zonsopkomst van het jodendom was rond het jaar 2190 v.Chr. In deze tijd zag een Semiet uit de stad Ur in Mesopotamië het licht. Hij heette Abraham. Met hem begon de dagfase van de ram hoofdcultuur. De dagfase is de grote bloeitijd. De hoofdcultuur is dan de dominant cultuur. Dit was de tijd van het Oude Testament; de ‘zonnige tijd’ voor het jodendom.

Halverwege de dagfase rond 1110 v.Chr. was het ramprincipe op zijn sterkst (vergelijk twaalf uur ’s middags). De geschiedenis had nu zeer sterke raminvloeden. Tegelijkertijd begon het vissenprincipe.

En nu gebeurt er iets bijzonders. Op het moment dat het vissenprincipe aanvangt (rond 1110 v.Chr.) gaat de ram hoofdcultuur het vissenprincipe in zich opnemen. De ram hoofdcultuur krijgt zo halverwege de dagfase naast ram- ook vissenkenmerken. In het begin is deze visseninvloed nog klein, maar gedurende de dagfase en vooral in de nachtfase wordt deze steeds groter. Zo zien we de joodse god langzaam veranderen van een persoonlijke toornende ramgod in een universele vredelievende vissengod. De visseninvloed zien we ook in het karakter van de joden. In de dagfase streden (ram) ze moedig (ram) voor hun eigen staat. In de nachtfase waren ze het slachtoffer (vissen) van hun lot (vissen).

Rond 20 v.Chr. werd het vissenprincipe sterker dan het ramprincipe en begon de nachtfase (20 v.Chr.-2150 n.Chr.) van de ram hoofdcultuur. Zoals we al zagen betekent de nachtfase niet het einde van een hoofdcultuur. Integendeel, het bereikt dan haar volle wasdom. De ram hoofdcultuur identificeer ik als de Semitische volken. De broedervolken van de joden gingen in de nachtfase ook geloven in die ene God; ze noemden deze Allah. In de nachtfase bleven de joden een belangrijke rol spelen in de wereldgeschiedenis. Het jodendom kwam in Moors Spanje tot een grote bloei. Maar een hoofdcultuur is dan niet meer dominant. Het christendom (vissen hoofdcultuur) domineerde het jodendom. De nachtfase was voor het jodendom dan ook een duistere tijd. De strijdbare ram was ‘gehandicapt’ door de zachte volgzame vissen. Met de visseninvloed waren de middeleeuwse joden slachtoffer van discriminatie, vervolging en vernietiging.

Maar er was hoop. Halverwege de nachtfase begon rond het jaar 1060 n.Chr. het watermanprincipe. Elke hoofdcultuur gaat ook dit nieuwe principe in zich opnemen. Dit betekent dat de ram hoofdcultuur na 1060 n.Chr. ook waterinvloeden kreeg. De ram hoofdcultuur heeft zo na 1060 n.Chr. drie invloeden: ram, vissen en waterman. Watermannen zijn rebels, slim, theoretisch, geloven in de mens en in een betere toekomst. Ze zijn altijd bijzonder. Opvallend vaak zijn slimme mensen in de filosofie, politiek, kunst en wetenschap joden. Watermannen willen echte vrijheid en gelijkheid. Waterman maakt de ram bijzonder. Met de watermaninvloed gingen de joden vechten om hun vrijheid.

De ram hoofdcultuur is nu aan het einde van de nachtfase. Rond 2150 n.Chr. begint de assimilatiefase. In deze laatste fase verdwijnt het jodendom uit de voorste gelederen van de wereldpolitiek. Ze zullen assimileren in de nieuwe hoofdcultuur: de waterman hoofdcultuur. In de assimilatiefase draagt de hoofdcultuur de vrucht van de nachtfase over aan de cultuur waarin zij assimileert. Het jodendom zal zo een grote inspiratiebron zijn voor de waterman hoofdcultuur. Aan het eind van de assimilatiefase zal de ram hoofdcultuur rond 3230 n.Chr. volledig zijn verdwenen.

fases van de hoofdculturen

De stier hoofdcultuur: Egypte

In de opkomstfase vinden steeds de ‘voorbereidingen’ plaats voor de hoofdcultuur. In de opkomstfase van de stier hoofdcultuur (Egypte) werd het Nijldal door de eerste mensen gekoloniseerd. De dagfase is de grote bloeitijd van een hoofdcultuur. Egypte ontwikkelde toen zich tot een stabiele agrarische samenleving. Er was vrede, rust en welvaart. De Egyptenaar hield zich bezig met zijn akker en zijn bezit. De orde van stier werd geconcretiseerd met de kolossale piramiden. Egypte was dan ook als hoofdcultuur geen gewoon land. Hun religie, kijk op de wereld en gemeenschap kende zijn gelijke niet in de wereld.

In de nachtfase werd Egypte veel meer een ‘gewoon’ rijk, net als de vele andere. Ze bouwden toen veel slordiger dan in hun dagfase. Ook was het gedaan met de rust en vrede. Ze hadden slaven en de farao’s voerden persoonlijk oorlog. Dit is de invloed van ram in Egypte. Vanaf 3270 v.Chr. had de stier hoofdcultuur raminvloeden opgenomen. De orde en stabiliteit van stier werd met ram verpersoonlijkt in de faraocultus. De koning (farao) moest de orde van de wereld waarborgen. Hij was als intermediair tussen de goden en de mensen de heilbrenger op aarde. Als zoon van Osiris was hij half menselijk en half goddelijk. Na zijn dood vervulde de farao in het dodenrijk de rol van Osiris die de god van het dodenrijk was. In deze rol bestendigde de farao het eeuwige leven in het dodenrijk. Elke farao verving de vorige heersende farao van het dodenrijk. In dit eeuwigdurende proces van opvolging werd de farao als ‘reddergod’ gezien: symbool van herrijzenis uit de dood.

De tijd dat Egypte door koningen werd geregeerd komt goed overeen met de tijd waarin Egypte veel raminvloeden heeft. De eerste dynastie was rond het jaar 3000 v.Chr. en de laatste farao was Cleopatra die leefde tot 30 v.Chr. Haar dood markeerde het einde van de nachtfase.

Toen droeg de stier hoofdcultuur haar vrucht over aan de vissen hoofdcultuur: Egypte assimileerde in het christendom. Men kan Jezus Christus als de laatste (Egyptische) godkoning beschouwen. Net als de farao was hij Zoon van God; half mens, half god. Was Hij niet de laatste menselijke incarnatie van de Zonnegod Amon-Re, de bron van al het licht en het leven? Nieuwe farao’s waren met de Heiland overbodig geworden omdat het pure geloof in Jezus Christus als laatste heilbrenger voldoende was voor de verlossing van de hele mensheid met het eeuwige leven in het dodenrijk.

De vissen hoofdcultuur: het christendom

In de opkomstfase van de vissen hoofdcultuur zien we een staalkaart aan spiritualiteit. In het oosten vindt de Boeddha zijn verlichting. In het Westen ontstaan veel mysteriegodsdiensten. Binnen het jodendom ontstaan verschillende sekten. Bij het ochtendgloren van de dagfase hadden veel mensen het idee dat ze in een eindtijd leefden. Als laatste teken voelt vissen zich vervreemd van de wereld en voorziet hij de Apocalyps. De Messias zou snel komen om de mensheid te verlossen. Omdat Christus de joden niet bevrijdde van het juk van de Romeinen konden veel joden niet geloven dat Christus de zoon van God was. Het jodendom bleef zo bestaan. De boodschap van Christus was echter dat je in Hem moest geloven (vissen) om verlossing (vissen) te vinden.

In de dagfase domineerde het christendom Europa. Het middeleeuwse denken was hier het hoogtepunt van. En nog steeds is het christelijke gedachtegoed de belangrijkste leidraad in de maatschappij.

Halverwege de dagfase ging de vissen hoofdcultuur het watermanprincipe in zich opnemen. Dit gebeurde vanaf 1060 n.Chr. We zien dan de eerste breukjes in het middeleeuwse denken. Via de islamieten kwamen de christenen in contact het complete werk van Plato en Aristoteles. De monniken van de scholastiek gingen de schepping theoretisch onderzoeken. Het individu kwam steeds meer op de voorgrond. Dit nieuwe watermandenken leidde tot de Renaissance, de Verlichting en tot de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap (drie keer waterman). Een andere grote invloed van waterman is de aandacht voor wetenschap en techniek.

Ook in het christendom kwam het individu (waterman) naar de voorgrond. In de protestante kerk werd het individu gestimuleerd om het woord van de Bijbel te onderzoeken. Christenen zoeken niet meer als een vis eenzaam naar verlichting en verlossing maar vechten op de barricaden voor vrijheid, gelijkheid en broederschap voor alle mensen op aarde. Deze watermaninvloed in het christendom uit zich in de sociale kerk.

De tweelingen hoofdcultuur: Mesopotamië

Tot slot ga ik met de vier fases eens verder terugkijken in de geschiedenis. Vóór het stiertijdperk was het tweelingentijdperk. Welke cultuur is typisch voor tweelingen? Deze vraag is totnogtoe niet beantwoord. Met het model met de vier fases kunnen culturen beter worden geduid waardoor het mogelijk om de tweelingen hoofdcultuur te duiden.

Deze uitte zich natuurlijk in de cultuur van het tweestromenland: Mesopotamië, de bakermat van de beschaving. Ongeveer in 7500 v.Chr. werd dit land gekoloniseerd. Dit jaartal komt goed overeen met het begin van de opkomstfase van de tweelingen hoofdcultuur in 7610 v.Chr. Het culturele tweelingentijdperk was de overgang van domus (kreeft, het tijdperk vóór tweelingen) naar civitas: van huis naar gemeenschap.

Het tweestromenland was voor de kolonisten moeilijk ontginbaar. Ook zorgde het extreme klimaat voor problemen. Nieuwe overlevingsstrategieën waren nodig. Men moest flexibel reageren op zijn omgeving. Het succes van de kolonisatie van het nieuwe land hing af van de mate waarin men communiceerde met zijn buren. Dit is het wezen van tweelingen. Mesopotamië werd de bakermat van de eerste sociale gemeenschappen. Voor miljoenen jaren was een gemeenschap nooit groter geweest de familie of de clan. In de tweelingen hoofdcultuur ontwikkelde de Mesopotamiërs een complex sociaal stelsel van omgangsvormen tussen boeren, priesters, ambachtslieden en handelaren. Essentieel voor een complexe beschaving. De nieuwe gemeenschappen waren afhankelijk van hun directe omgeving en van elkaar. Dit was nieuw voor de mensheid. De Mesopotamiërs werden ook wel gedwongen om samen te werken. De irrigatielandbouw was veel complexer dan de regenlandbouw. Men moest dijken en irrigatiekanalen aanleggen. Alleen met een gezamenlijke inspanning kon de dorre woestijn van Mesopotamië geschikt worden gemaakt voor akkerbouw. De interactieve tweelingen is de meester van de communicatie. Het water en voedsel moesten eerlijk worden verdeeld. De mens leerde met elkaar rekening te houden.

Ook liet tweelingen zijn hersens werken. De Mesopotamiërs vonden de ploeg en het wiel uit. Met deze uitvindingen werd de irrigatielandbouw zeer productief. Met twee of zelfs drie oogsten per jaar konden vele monden worden gevoed. Met de overproductie konden voor het eerst ook niet-boeren zoals priesters, en ambachtslieden worden gevoed. Een andere nieuwe groep mensen was die van de handelaren. Mesopotamië was de eerste beschaving die met de handel grote welvaart bereikte. Tweelingen is als geen ander de zakenman of handelaar. Het sociale netwerk in Mesopotamië was in de dagfase flexibel en succesvol.

In de nachtfase kwam de tweelingen hoofdcultuur tot haar volle wasdom. Dankzij migranten welke wij nu de Soemeriërs noemen ontwikkelde Mesopotamië zich tot de eerste geciviliseerde beschaving in de wereld. De Soemeriërs vonden het schrift uit en beoefenden algebra, geneeskunde en astrologie. In een groot stedelijk netwerk in Zuid-Mesopotamië bruisten steden met 50.000 inwoners als dynamische metropolen. Het sociale netwerk van tweelingen bereikte toen zijn hoogtepunt.

Tussen 2000 en 1000 v.Chr. werd de Soemerische cultuur verdrongen door de Semitische stammen. Dit komt precies overeen met de assimilatiefase van de tweelingen hoofdcultuur welke loopt van 2190 tot 1110 v.Chr. In deze fase assimileert tweelingen in de ram hoofdcultuur: de Semieten. De Semitische volken zoals de Babyloniërs, Assyriërs en de joden beschouwden zich dan ook als de erfgenamen van de Soemeriërs.

Net als iedereen op aarde een etmaal beleeft met een opkomst-, dag-, nacht- en assimilatiefase doorlopen de Mesopotamiërs, Egyptenaren, Semieten, Christenen en al de andere hoofdculturen allen de vier fases. Deze vertellen het grote verhaal van een hoofdcultuur. Ze bepalen de geboorte, de bloei, de vrucht en het einde van een cultuur. De toevoeging van de vier fases betekent een verrijking van de astrologie.

Het netwerk van irrigatiekanalen symboliseert het karakter van tweelingen: communicatie met de buren.

kunst van de tweelingen hoofdcultuur.: starende figuurtjes uit Tell Brak, gevonden onder de tempelvloer. De kunst komt vrij gestileerd en expressieloos over. Tweelingen is als luchtteken vrij emotieloos en ongevoelig. De gespletenheid van tweelingen lijkt terug te komen in sterke nadruk op de ogen.

De tweelingen metropool Ur

Jeroen Visbeek, maart 2004

 Geef je oordeel over dit artikel 
Nog geen stemmen uitgebracht
 Plaats een reactie 
Spamcontrole: hoeveel is negen gedeeld door drie
Reacties

Reactie van Cor van Haasteren6 June 2017
Techniek en wetenschap. Zal er een fase komen waarin deze een hoger aanzicht zal verwerven? Gaan deze tijdperken niet allemaal over de aards-fysieke aanzichten en is het grootste deel ervan nog verborgen voor ons? Mij boeit vooral dat in iedere mensheidfase er zoveel obsessie en fanatisme aanwezig is en zo weinig zacht en diep inzicht in de kosmologische werkingen die in ons liggen.

disclaimer privacywebsite bijgewerkt: 28 november 2017