Zoeken Contact

Een duiding van de tijd

Jeroen Visbeek schrijft naast boeken en artikelen ook blogs waarin hij actuele gebeurtenissen en ontwikkelingen plaatst in zijn model van de tijdgeest dat o.a. bestaat uit 15-jarige en 180-jarige tijdperken.

De waterscheiding

Geschreven: 13 oktober 2017
Categorie: 180-jarige vissentijdperk (1965-2145)

Het geschreeuw van cafébezoekers in de late uurtjes in de Eerste Oosterparkstraat in het 'lieve' Amsterdam.

Afgelopen vrijdagnacht zat ik in dubio. In het weekend slaap ik al lange tijd in de badkamer omdat er dan nogal veel lawaai op straat is van horecabezoekers. Mijn slaapkamer grenst aan de straat en het geschreeuw van groepen mensen gaat tot in de late uurtjes door. Maar deze vrijdagnacht hoorde ik in mijn doorgaans muisstille badkamer een brommend geluid dat van de waterleiding bleek te komen en dus probeerde ik maar weer eens te slapen in mijn slaapkamer.

Dat ik in de badkamer slaap is de uitkomst van een strijd die ik heb verloren. Twee jaar geleden had ik een handtekeningenactie gehouden over de horecagerelateerde geluidsoverlast en het bleek dat de helft van de bewoners overlast ervaart. Het enige resultaat van deze actie was dat ik na heel veel aandringen bij de gemeente, niet meer de muziek hoor van een café. Maar deze nacht was de muziek weer duidelijk hoorbaar in mijn slaapkamer.

Dus maar weer om half twee ’s nachts een melding gedaan van geluidsoverlast. De rest van de nacht was zeer onrustig. Rond half vier ’s nachts hoor ik opeens een negerin voor mijn raam loeihard schreeuwen: IK HEB HET RECHT OM HIER TE STAAN, JIJ KAN MIJ NIETS MAKEN, WAAR BEMOEI JIJ JE MEE, en dat herhaalde ze vele malen. Ze praatte tegen een handhaver, die zo zacht sprak dat ik alleen van hem het woord ‘stilte’ verstond. Ik denk dat Handhaving na mijn melding (en van andere bewoners) handhavers naar mijn straat heeft gestuurd om de cafébezoekers vriendelijk te verzoeken om rustig naar huis te gaan. Na dit incident werd ik nog vele malen wakker van geschreeuw, tot ’s ochtends aan toe, want op zaterdagochtend staat er rond zeven uur altijd een grote groep zwarte mensen een uur heel luid op straat te praten. Alles bij elkaar was het een normale vrijdagavond in de Eerste Oosterparkstraat in Amsterdam.

Ik vertel u dit om te illustreren dat de bevolkingsgroepen hier totaal langs elkaar heen leven. De horecabezoekers in mijn straat zijn voornamelijk Surinamers en zij hebben lak aan de bewoners. Ze beschouwen het als hun uitgangsstraat. Na mijn handtekeningenactie bleek dat een café al vele jaren lang de geluidsbegrenzer had gesaboteerd. Mijn buurvrouw werd eens van de stoep geweerd en haar werd verteld dat zij zich koest moest houden. Een buurman die als een soort Sjaakie van Flodder zijn hand wilde uitsteken, kreeg bijna klappen. Alle zwarte buren hebben geen handtekening gezet bij mijn handtekeningenactie. Ze zeiden tegen mij: waarom ga je niet verhuizen? Het gevoel bij de Surinamers is dat de blanke bewoners hen wel wil hebben. Niemand zegt het hardop maar in mijn buurt staat blank tegenover zwart. Zoiets voel je en ik hoor het zelfs letterlijk. Ik kan in mijn slaapkamer de gesprekken horen en zo ving ik eens op “opschieten, want straks komen de blanken [Handhaving] ons wegsturen”.

Aan de andere kant van mijn woning grenst een gemeenschappelijke tuin en die is in trek bij de Marokkaanse hangjongeren die veel afval achterlaten, die op elke keer opruim. Een beetje afval is tot hier aan toe maar ze zijn ook crimineel. In de loop der jaren heb ik er honderd gestolen tassen gevonden en ik probeer de eigenaar op te sporen of ik breng de tas naar de politie. De oplossingen voor dit probleem zijn technisch van aard: een bord “verboden voor onbevoegden” en het plaatsen van hekken hebben niet geholpen. Nu komen er camera’s in het woningcomplex en er komt een camera in de tuin. Waar zijn we mee bezig; jongeren met camera’s in de gaten houden?

In mijn directe leefomgeving zie ik dat de Surinamers en Marokkanen losstaan van de Nederlandse samenleving. Ze hebben lak aan de autoriteit, denken in wij-zij en gedragen zich asociaal. Ik voel mij totaal vervreemd in de stad waar ik ben geboren. En hoewel ik weet dat ontheemding en vervreemding eigenschappen zijn van het historische vissentijdperk en er niet aan valt te ontkomen moet ik bekennen dat ik het moeilijk vind. Ik voel dat een deel van mijn identiteit (Nederlander) mij is ontnomen. Een deel van mijn ziel is niet meer verbonden met mijn omgeving. Ik besta nog maar half in de samenleving. En als je zoiets uitspreekt, dan wordt tegen mij gezegd dat ik mij niet moet aanstellen, dat ik xenofoob en racist ben. Dat is een makkelijke manier om een existentieel probleem in Nederland (en Europa) weg te wuiven.

Vaak hoor ik dat een groot deel van de nieuwe generatie allochtonen al voorbeeldig zou zijn geïntegreerd. De aanvangsmoeilijkheden met de integratie zou een gevolg zijn van het beleid waarin de immigranten aan hun lot zouden zijn overgelaten. Maar laten we eerlijk zijn; we leven nog steeds in het meest fantastische land in de wereld waar elk individu de beste kansen heeft om zichzelf ontplooien. Mijn stelling is: wie het hier verpest, kan anderen niet de schuld geven. De multiculturele samenleving en de integratie zijn mislukt. Een te klein deel van de nieuwe generatie Nieuwe Nederlanders assimileert. Een te groot deel voelt zich geen Nederlander en dat is funest voor het gemeenschapsgevoel. Ondanks de beste bedoelingen en het pamperen van vreemdelingen kunnen we de boel niet bij elkaar houden. Dit blijkt wel uit de succesvolle afsplitsing van de politieke partij DENK van de PvdA. De etnische verdeeldheid is van blijvende aard met als gevolg dat de saamhorigheid verdwijnt. Nederland vervalt in een lege rechtsstaat met 17 miljoen individuen. De ontbinding wordt versterkt door de ontkenning van de Nederlandse identiteit.

Bij de elite heerst een ‘weg met ons’-mentaliteit en dus worden er massa’s migranten toegelaten met het idee dat we de morele plicht hebben om iets goed te maken. Ons verleden is besmet, ons Sinterklaasfeest is racisme, nationalisme is fout, de blanke man is de hoofdschuldige en deze schuld kunnen we alleen inlossen als we hypercorrect onszelf wegcijferen. De elite praat ons aan dat de Europese Unie ons behoedt voor oorlog en daarvoor moeten wij de loden schuldenlast van de Zuid-Europese landen dragen. Hierin zie ik duidelijk het martelaarschap van vissen en ik voorspel dat iedereen linksom of rechtsom deze zelfpijniging gaat voelen.

De Europese beschaving zit in haar laatste vissenfase waarin onze cultuur oplost in de wereld. Ik zie het letterlijk: aan de voorkant van mijn woning zie ik de chaos van Afrika en aan de andere kant het achterlijke Arabië. In de laatste levensfase van Europa trek ik mij terug in mijn badkamer waar een klagelijke bromtoon in de waterleiding mijn rust verstoort. Water; ja, het element van vissen.

Artikel in Het Parool over veel Amsterdammers die zich vervreemd voelen in hun buurt.

 Geef je oordeel over dit artikel 
Nog geen stemmen uitgebracht
 Plaats een reactie 
Spamcontrole: hoeveel is negen gedeeld door drie
Reacties

disclaimer privacywebsite bijgewerkt: 13 oktober 2017