enveloppe zoeken

Artikelen van Jeroen Visbeek

De meeste opgenomen artikelen zijn fragmenten uit mijn boeken. De biografieën zijn volledig opgenomen op deze website. De artikelen over onze cultuur vormen de kern van mijn model van de tijdgeest.

Tweelingen: je digitale vriend

Levenscyclus met twaalf astrologische fases van de personal computer

In het 72-jarig tweelingentijdperk (1972-2044) digitaliseerde de samenleving en werd de mens verbonden met het internet. De indeling van de twaalf 6-jarige tijdperken komt redelijk overeen met de generaties van spelcomputers:

Eerste generatie 1972-1980

Tweede generatie 1976-1984

Derde generatie of 8-bitstijdperk 1983-1992

Vierde generatie of 16-bitstijdperk 1987-1996

Vijfde generatie of 32/64-bitstijdperk 1993-2000

Zesde generatie of 128-bitstijdperk 1998-2004

Zevende generatie 2004-2010

Achtste generatie 2011-heden

De drie fases van het 72-jarige tweelingentijdperk

In de opbouwfase domineerden de hardwarefabrikanten de pc-markt. De hardware was het belangrijkste van de computer. In de micro-elektronica zat de meest innovatieve ontwikkeling. Daarmee werd het meest verdiend. De dominante positie van ibm werd langzaam overgenomen door Microsoft. Dit sofwarebedrijf profiteerde van de verschuiving van de markt: de software werd belangrijker dan hardware. Door concurrentie daalde de winstmarges op de hardware. Het logge ibm verzuimde daar snel genoeg op in te spelen. In de instandhoudingsfase ging Microsoft de pc-markt domineren met hun software. Windows en Office werden de internationale standaard. De strategie van Microsoft was: opkopen van de concurrenten wanneer die een bedreiging vormde waarmee Microsoft een monopolie kreeg in de software. De ironie wil dat Microsoft hetzelfde lot als ibm zal ondergaan in de verbreidingsfase. De software wordt tegenwoordig steeds meer gratis aangeboden. Google biedt gratis alternatieven aan voor Office en Linux is een gratis alternatief voor Windows. Een andere ontwikkeling is dat de software gaat draaien in de cloud. In de verbreidingsfase zal het gebruik verschuiven van de desktop naar het web. Deze ontwikkeling zaagt aan de poten van het Microsoft-imperium. Nieuwe spelers als Google spelen handig in op de mogelijkheden van het internet. Uiteindelijk zal ook het besturingssystemen webbased worden. Een simpele terminal op internet is dan voldoende. Dan wordt de computer een goedkoop en mobiel massaproduct.

De eerste Intel-microprocessor uit 1971 opende de weg naar kleinere computers die betaalbaar waren voor kleine bedrijven en privégebruik. De ramfase (1972-1978) werd de pionierstijd van de personal computer. De allereerste computer voor thuisgebruik werd in 1972 geboren: het was de spelcomputer Magnavox Odyssey. Deze was ontworpen en ontwikkeld door Ralph Baer, een pionier die in de jaren zestig de eerste elektronische spelletjes voor de televisie had gemaakt. De doorbraak van de spelcomputer kwam tegen de kerstperiode van 1975 toen Atari een thuisversie van het computerspel Pong uitbracht. Vanaf dat moment nam de markt voor thuiscomputerspellen een grote vlucht. Het succes van Pong leidde tot honderden gekloonde spellen en spelcomputersystemen.

Het computerspel trekt de speler in een virtuele wereld waar de mens zijn aardse beperkingen overstijgt. We kunnen met de spelcomputer ‘leven’ in een droomwereld waar van alles mogelijk is; burgemeester van een stad, soldaat in de frontlinie, avonturen in een sprookjeswereld, een autocoureur, een voetbalvedette, de computer opent een wereld waarin iedereen een held (ram) kan zijn. Vissen gaat trouwens als laatste teken van deze cyclus de grens tussen de echte en virtuele wereld vervagen.

Magnavox Odyssey 1972

Twee gamers spelen het spelletje Pong op de spelconsole Magnavox Odyssey. De Odyssey kon aangesloten worden op iedere tv en er zijn in totaal 27 games voor uitgebracht, verdeeld over 12 cartridges. De console was niet in staat om kleuren weer te geven. Om dit op te lossen, werden er voor alle spellen doorzichtige vellen bij geleverd die men over het beeldscherm kon leggen en die zo de achtergrondafbeeldingen en kleuren verzorgden. Dat was niet het enige wat buiten het consolekastje om moest gebeuren: bij de meeste games moest men zelf de score bijhouden met bijvoorbeeld fiches.

Altair 8800 en Adm-3A

Zo begon het in ram met de Altair 8800 computer (rechts) welke op de foto is aangesloten op ADM-3A computerterminal (links) en een floppydisk (rechtsonder). De Altair wordt algemeen erkend als het begin van de ontwikkeling van de personal computer. Het hart van de zelfbouwcomputer bestond uit de Intel 8080-processor die werkte met een kloksnelheid van 2MHz en er was 256 byte geheugen. Het aflezen gebeurde met leds op de voorkant en commando's werden ingevoerd met behulp van een rij schakelaars. De interne computerbus (de S-100 bus) werd de de-facto industriestandaard en de eerste programmeertaal voor dit apparaat (Altair BASIC) was het product waarmee Microsoft begonnen is.

Bij Atari werkte midden jaren zeventig een man die de held van dit verhaal zou worden: Steve Jobs. Hij zou kleur geven aan de personal computer, hoewel dat begrip juist niet voor zijn computers werd gebruikt. Steve Jobs (1955-2011) groeide op in San Francisco waar hij werd beïnvloed door de newagebeweging. In zijn studententijd liep hij op blote voeten en hij was een tijdje een fruitariër. Nadat hij wegging bij Atari richtte hij samen met zijn vriend Steve Wozniak in 1976 Apple Computer op. In een paar weken bouwde Wozniak in een garage de Apple I: een zelfbouwcomputer waar de koper zelf een kast omheen moest bouwen. Zoals bij veel computers van die tijd was het een groot succes en in 1977 werd de Apple II gelanceerd. Deze 8-bit computer werd populair bij de thuisgebruiker. In het eerste jaar werden er 300 000 van verkocht.

De Apple I was niet de eerste homecomputer. Die eer valt ten deel aan de Altair 8800 - ontwikkeld door Ed Roberts en zijn bedrijf MITS - welke in 1975 via het Amerikaanse blad Popular Electronics als bouwpakket werd verkocht voor 397 Amerikaanse dollars. De ontwerpers dachten een paar honderd stuks te verkopen aan hobbyisten maar tot hun verrassing verkochten ze tien keer zoveel gedurende de eerste paar maanden. Door het grote succes was er binnen zes maanden concurrentie van de imsai 8080, die al een toetsenbord, beeldscherm en diskettestation bezat. Ram had het zaad gezaaid.

Midden jaren zeventig verschenen er tientallen zelfbouwcomputers op de markt zoals de Mark 8 en ze werden via tijdschriften zoals Radio-Electronics verkocht. Eind jaren zeventig verschenen de eerste kant-en-klare homecomputers. Bekende merken uit die tijd waren Commodore, Sinclair, Acorn, Atari, Amstrad, Olivetti, Philips, Sony, Sharp, Texas Instruments en Radio Shack (in Nederland bekend als Tandy). Al deze pioniers zouden sneuvelen in de concurrentiestrijd. In de babytijd van de pc moesten bedrijven hun bestaansrecht op de nieuwe markt veroveren. Slechts enkele bedrijven zouden uitgroeien tot volle wasdom.

Ram had iets aangeraakt dat niet meer was te stoppen. Elke lancering van een homecomputer overtrof de verwachtingen en dus was hier iets groots gaande. Ondertussen lag stier rustig te herkauwen op haar weide en die stier is natuurlijk ibm. De Amerikaanse computerreus domineerde in de jaren zestig en zeventig de zakelijke markt voor de mainframecomputers en toen het stiertijdperk in 1978 aanbrak, ging ibm zich met de homecomputer bemoeien en dat zou een gamechanger worden.

De directie van Big Blue zag zich genoodzaakt om ook een computer te ontwikkelen voor de thuismarkt. Toen ibm in 1980 in actie kwam, had het bedrijf vijf jaar achterstand en daarom wilden zij op korte termijn een 16-bit computer op de markt brengen. Het moest voor een betaalbaar product worden en de ingenieurs van ibm baseerden zich op hardware die al op de markt voorhanden was en voor het besturingssysteem benaderden ze ene Bill Gates (1955), een gesjeesde student die in 1975 samen met Paul Allen het softwarebedrijfje Microsoft had opgericht. Gates sloeg aanvankelijk de opdracht af maar na aandringen van ibm ging Gates aan de slag. Hij kocht voor 50 000 dollar van een oude schoolvriend het programma q-dos, dat hij in zes weken aanpaste en omdoopte tot ms-dos: Microsoft Disk Operating Systeem, wat de op ibm-computer werd aangeboden als pc-dos.

foto Bill Gates

Bill Gates (1955) zette op veertienjarige leeftijd zijn eerste softwarebedrijfje op waarmee hij in het eerste jaar al 20.000 dollar verdiende. Toen hij studeerde op Havard richtte hij samen Paul Allen het bedrijf Microsoft op. Zij kochten de programmeertaal basic en na vijf weken intensief programmeren hadden ze basic herschreven voor de Altair-computer. Ook leverde Microsoft basic-programma’s voor de Tandy TRS 80, Commodore PET en de Apple II.

In augustus 1981 presenteerde ibm de 5150 als personal computer; een naam die al gauw werd afgekort tot pc. Omdat in het product geen nieuwe technologie was opgenomen, was de 5150 niet zo bijzonder: de computer draaide op 8088-processor met een kloksnelheid 4,77 MHz, het had een werkgeheugen van 16 KB, een toetsenbord, een floppydrive en een monochroom beeldscherm. De verwachtingen waren laag. Intel-baas Moore zag niets in 5150.

Maar omdat het logo van ibm op een thuiscomputer stond, kreeg de zakelijke wereld massaal belangstelling, zeker toen er handige toepassingen verschenen zoals tekstverwerkers en spreadsheets. Binnen twee jaar waren er al een miljoen verkocht. Veel grote bedrijven hadden een mainframecomputer van ibm en de afdeling inkoop kocht uit gewoonte de pc’s van ibm.

ibm had zonder het goed te beseffen goud in handen maar omdat ze hun neus ophaalden voor de homecomputer, maakten ze een van de grootste zakelijke blunders aller tijden. Ze hadden weliswaar de licentie om pc-dos met hun computers te verkopen, maar Microsoft behield naast de ontvangst een aardig geldbedrag, het eigendomsrecht op ms-dos. Bill Gates mocht het aan iedereen verkopen. Dit bezit – de software – werd Microsofts melkkoe.

ibm had er geen rekening mee gehouden dat de software allesbepalend zou worden. Na de eerste successen van de ibm-pc sprongen tientallen computerfabrikanten in deze markt en omdat de pc (lees: ibm) al snel als de standaard werd beschouwd, klopten al deze producenten aan bij Microsoft voor een licentie van ms-dos waardoor in korte tijd dos hét besturingssysteem werd voor nagenoeg alle pc’s in de wereld. In de hardwaremarkt werd de concurrentie moordend zodat er nauwelijks geld in te verdienen was, maar in de software kreeg Microsoft vanzelf de monopoliepositie. Omdat veel bedrijven investeerden in hard- en software en computercursussen voor hun personeel, bleven ze trouw aan de pc ook al kwamen er later betere computers op de markt zoals de Macintosh van Apple of de Amiga van Commodore. Met de gouden deal legde Bill Gates het fundament voor het monopolie van Microsoft.

jongen werkt achter een IBM-PC jaren tachtig

De IBM-pc was een typische stiercomputer: kolossaal, degelijk, traag en zelfstandig.

In het ram- en stiertijdperk waren er twee mannen – beide geboren in 1955 – opgestaan die voor altijd aan de ontwikkeling van de pc worden verbonden: de ene had de impulsieve energie van ram en de ander had de nuchtere stabiliteit van stier. Steve Jobs was een recalcitrante perfectionist die vele ups en downs in zijn leven zou kennen. Jobs bemoeide zich met de kleinste details van een product tot en met de verpakking. Op latere leeftijd had hij een eigen kledingstijl: Jobs droeg ook bij chique gelegenheden altijd een spijkerbroek, gympen en een zwarte coltrui. Bill Gates was naast een geniale nerd ook een gewiekste ondernemer die op het juiste moment goud in handen kreeg en dat ten volle wist uit te buiten. Jobs werd de magiër die als een held werd bewonderd, Gates werd de rijkste man van de wereld en richtte samen met zijn vrouw de grootste particuliere liefdadigheidsinstelling in de wereld op.

De kop is eraf. Ram gaf energie aan de pioniers, de hobbyisten van The Homebrew Computer Club, de nerds van Silicon Valley en stier maakte dit nuttig met een machine waar de zakenwereld iets mee kon. Nadat stier het fundament had gelegd, kwam in de tweelingenfase (1984-1990) de markt in een stroomversnelling. Bedrijven en huishoudens kochten massaal computers en bedrijven zoals Dell, Hewlett-Packard, Toshiba, Compaq en Tulip wilden ook een graantje meepikken van het succes van ibm. Zij kwamen met klonen die volledig compatible waren met die van ibm. Door de populariteit van de goedkope klonen werd ms-dos de standaard voor pc’s. Tweelingen imiteert en kopieert. In 1987 werd ibm ingehaald als marktleider voor pc’s. Door de concurrentie daalden de prijzen van de pc’s drastisch. Deze vraag stimuleerde de ontwikkeling van snellere processors. De betere hardware prikkelde vervolgens de softwareontwikkelaars en de nieuwe software stelde weer hogere eisen aan de hardware, enzovoort.

Dat klonen hield ook een gevaar in zich. Alle hardwareklonen moeten door één besturingssysteem worden ondersteund en dat brengt een behoorlijke instabiliteit met zich mee. Dit probleem werd later de belangrijkste oorzaak voor het geregeld crashen van Windows en het zou Microsoft jaren achtervolgen.

Stier is onafhankelijk en trekt zich niets aan van wat anderen over haar zeggen. De pc van ibm was een monoliet: degelijk, stabiel, niet verbonden met andere computers, geschikt voor één gebruiker waar slechts één toepassing in het geheugen kon worden geladen. Het enige geluid wat uit de pc kwam waren bliepjes en op het zwarte scherm waren de karakters mysterieus groen. Tweelingen wilde meer doen met een computer. Eind jaren tachtig brachten tal van ontwikkelingen dynamiek waar tweelingen zo van houdt. De kleurenmonitor en de introductie van Super vga – welke zestien miljoen kleuren ondersteunt – leidde tot een hele reeks nieuwe toepassingen, bijvoorbeeld in de grafische sector en op het terrein van het industriële ontwerp. Ook werden steeds meer computers uitgevoerd met een geluidskaart waarmee de computer ook geluid digitaal kon vastleggen, bewerken en afspelen en dit opende de weg voor de elektronische muziek zoals de house en later dancemuziek. En met de eerste laptops (ook wel notebooks) was de computer overal te gebruiken. De kleinere en goedkopere pda (persoonlijke digitale assistent, ook wel palmtop) was de voorloper van de smartphone.

De gebruiksvriendelijkheid van de stiercomputer was ronduit slecht want wie de tikdoos van stier wilde bedienen, moest eerst leren hoe met dos-commando’s bestanden kunnen worden bewerkt en programma’s kunnen worden geopend. Tweelingen maakte de sprong vooruit in de communicatie tussen mens en machine; over de commandogericht shell (dos) maakte tweelingen een grafische gebruikersomgeving, ook wel aangeduid met de Engelse term Graphical User Interface, afgekort gui. De gui is de mensvriendelijke interface tussen computer en mens en het opende de weg voor desktoppublishing en cad en cam (computer-aided design en Computer-aided manufacturing). Zowel Apple als Microsoft kwamen in 1984-85 met hun grafische interface.

Apple lanceerde in 1984 de revolutionaire Macintosh: de eerste betaalbare computer met een gui. Andere noviteiten waren de 3,5-inch floppydisk (die in een borstzak past) en dat ontzettend handige ding: de muis. Dit was een heel ander verhaal. Commando’s invoeren was verleden tijd, met de muis kon men programma’s opstarten, documenten verplaatsen, bewaren en weggooien in een prullenmand. Met MacPaint kon je zelfs tekenen. De icoontjes op het scherm waren de beeldtaal van de computer geworden. Een kind kon de was doen.

Ook Bill Gates werkte aan een gui welke in 1985 het licht zag als Windows 1.0. De introductie van de eerste Windowsversie verliep moeizaam omdat pas in 1987 de eerste grote toepassingen voor Windows op de markt verschenen. Ook Windows 2.0 en 2.1 waren een matig succes. Microsoft had echter de monopoliepositie stevig in handen en Apple kon Microsoft in deze tijd niet bedreigen, net als de Amiga van Commodore (1985) – de eerste multimedia pc die zijn tijd ver vooruit was.

Steve Jobs houdt op 27 januari 2010 een presentie waar hij de iPad lanceert en hij terugblikt op zijn begintijd. Op de zwart-witfoto links Steve Wozniak en rechts Jobs met op de voorgrond de Apple I computer.

Steve Jobs houdt op 27 januari 2010 een presentie waar hij de iPad lanceert en hij terugblikt op zijn begintijd. Op de zwart-witfoto links Steve Wozniak en rechts Jobs met op de voorgrond de Apple I computer.

In het tweelingentijdperk ontbrandde de twist tussen Microsoft en Apple. Windows verscheen een jaar na de Macintosh en leek er verdacht veel op; Bill Gates werd verweten dat hij de look-and-feel van de Mac had gestolen maar in werkelijkheid had Microsoft zijn nieuwe systeem aangekondigd nog voordat de Macintosh op de markt was verschenen. Apple procedeerde tevergeefs vijf jaar tegen Microsoft. Ook Steve Jobs pronkte met andermans veren want zowel Jobs als Gates waren in 1979 te gast geweest bij Xerox. Deze marktleider van kopieermachines had op dat moment een eigen computersysteem met een revolutionaire gui – Smalltox – ontwikkeld. De directie van Xerox zag er toen niets in en zette haar vinding in de ijskast. Jobs en Gates beseften de mogelijkheden van Smalltox. Het inspireerde Jobs tot zijn Macintosh en Gates bouwde er zijn Windows mee.

Dat de revolutionaire Macintosh niet aansloeg bij het grote publiek kwam mede door interne leveringsproblemen waardoor het imago van Apple daalde. Het grote publiek vond de Mac te duur en omdat Apple geen licenties wilde afgeven kon de prijs ook nooit dalen. Bijgevolg werd de computermarkt in het tweelingentijdperk synoniem met de pc en Windows en Apple bediende een nichemarkt voor creatieven zoals grafici, vormgevers, muzikanten en wetenschappers.

Bill Gates had het talent om zijn bedrijf uit te bouwen tot het grootse beursgenoteerde bedrijf in de wereld: op 30 december 1999 was de beurswaarde 618,9 miljard dollar. Steve Jobs daarentegen had na de introductie van de Mac zijn positie binnen Apple onmogelijk gemaakt. Na de lancering van de Mac haalde Jobs in 1983 de Pepsi-manager John Sculley over om bij Apple te komen werken om de Mac in de markt te zetten maar het liep uit op een strijd tussen Jobs die alles op het spel wilde zetten om een nog betere computer te ontwikkelen en de raad van bestuur die zulke risico’s onaanvaardbaar achtte. Steve Jobs verliet in 1985 Apple en startte in de luwte het bedrijf NeXT Computer.

Steve Jobs en Bill Gates

Steve Jobs (links) en Bill Gates worden geïnterviewd.

Tweelingen kwam nog een met een alternatief besturingssysteem welke niet onvermeld mag blijven. Hiervoor moeten we terug naar 1969. In dat jaar bracht het onderzoeks- en ontwikkelingslaboratorium Bell Labs van AT&T het besturingssysteem Unix uit. Dit systeem was ontwikkeld voor de mainframecomputers van banken, telefooncentrales en rekencentra. Unix heeft een netwerkbeveiliging en is intrinsiek ontworpen voor multitasking; als een programma vastloopt kan het in Unix altijd geïsoleerd worden zonder dat het systeem crasht. Unix staat bekend als zeer stabiel en veilig. Door een juridisch probleem moest AT&T de broncode openstellen voor iedereen waardoor veel softwareontwikkelaars Unix als uitgangspunt namen. Voor de eerste hobbycomputers was Unix veel te zwaar en Bill Gates maakte er met dos een simpelere variant van. Unix bleef populair in de academische wereld en Apple stapte met haar besturingssysteem os x in 2001 over naar Unix.

Nadat AT&T in 1984 Bell Labs had afgestoten, begon Bell met het verkopen van Unix als een niet-vrij product en dit schoot de Amerikaanse programmeur Richard Stallman (1953) in het verkeerde keelgat en hij nam ontslag bij het Massachusetts Institute of Technology en begon daarna het gnu-project met als doel een licentievrij besturingssysteem voor computers te maken op basis van Unix. gnu is een recursief acroniem dat staat voor gnu is Not Unix. Stallman ging aan het werk maar zonder de middelen van een commercieel softwarebedrijf kwam de ontwikkeling van de kernel (het ‘hart’ van het besturingssysteem) tot stilstand en hier pakte de Fin Linus Torvalds in 1991 de draad op. Hij vond in die tijd alle software te duur en ontwikkelde een Unix-kernel. Hij noemde het Linux: een samentrekking van Linus en Unix. Ook Torvalds gaf zijn broncode vrij en veel vrijwilligers gingen eraan werken wat in 1994 uitmondde in Linux 1.0: een compleet en licentievrij op Unix gebaseerd besturingssysteem. Iedereen kon het gebruiken en er ontstonden eigen varianten, distributies genaamd, zoals Debian en RedHat en later Ubuntu en Linux Mint. Deze volwaardige alternatieven voor de Mac en Windows bevatten de Linux-kernel, de basistoepassingen, hulpprogramma’s en een groot scala aan toepassingen zoals een tekstverwerker. Hoewel Linux in de consumentenmarkt tot op heden een nicheproduct bleef, gingen grote bedrijven zoals Google, ibm, Novell, Peugeot, Wikipedia, klm, asml het zeer stabiele Linux gebruiken. Linux kan in tegenstelling tot Windows jaren draaien zonder een herstart. Veel servers draaien daarom tegenwoordig op Linux, net als veel routers in mediaboxen. Duizenden ontwikkelaars werken tegenwoordig aan Linux; het merendeel is dienst bij honderden bedrijven die er belang in hebben, zoals Intel, ibm, Novell, Oracle, Google en ook Microsoft draagt er een steentje aan bij. En Google’s besturingssysteem Android: draait op Linux.

De interactieve tweelingen houdt van communicatie en dus ging hij een draadje aanleggen tussen de zelfstandige computers van stier. Met andere woorden: er ontstond een sterke behoefte aan de uitwisseling van informatie wat in 1991 zou resulteren in het internet.

De oorsprong van het internet is terug te voeren tot arpanet, een Amerikaans militair netwerk dat als reactie op de lancering van Russische Spoetnik I, in 1969 werd opgezet. Later werd het opengesteld voor algemeen gebruik vanuit Amerikaanse universiteiten. Op 1 januari 1983 stapte arpanet over van ncp naar tcp/ip als netwerkprotocol (waarbij IP staat voor Internet Protocol) en daarmee was de geboorte van het internet in zijn huidige technische vorm een feit. Het gebruik ervan verspreidde zich verder onder universiteiten en aan de overheid gelieerde instellingen, eerst in de Verenigde Staten, later ook in Canada, Europa en Japan. Het meeste gebruik vond plaats in de vorm van smtp (e-mail), ftp (bestandsoverdracht) en telnet (tekstuele interactieve sessies). Met de aanleg van glasvezelkabels konden grote hoeveelheden data met de lichtsnelheid worden overgebracht.

In dezelfde tijd raakte het modem in zwang. Hiermee konden thuisgebruikers via de telefoonlijn contact kan maken met andere computers en zogenaamde bulletinboards waar de gebruiker o.a. software kon downloaden en berichten kon achterlaten. Toen eind jaren tachtig de gui gemeengoed werd, groeide de behoefte om documenten en applicaties op afstand over het internet beschikbaar te stellen. Het basisprincipe hierbij is de hypertext, waarbij documenten aanklikbare verwijzingen (hyperlinks) naar elkaar bevatten. Tim Berners-Lee en Robert Cailliau van het cern zagen in dat hiervoor standaardtechnieken nodig waren die net als de tcp/ip-protocollen platformafhankelijk zouden moeten zijn, en begonnen in 1991 het World Wide Web-project, waarin ze zulke standaarden ontwikkelden (http en html) en de software vrijelijk aan de wereld beschikbaar stelden. De ontwikkeling van de Mosaic-webbrowser in 1993 werd de definitieve doorbraak. Het gebruik van documenten en diensten over het internet werd hiermee enorm vereenvoudigd. Ram en stier hadden de pc gelanceerd en tweelingen verbond ze met het internet waarmee de duizelingwekkende mogelijkheden van de pc zich langzaam zouden uitrollen. Oorspronkelijk sprak men over ‘Het Internet, later ging het lidwoord eraf en ook de hoofdletter viel weg. Nu is ‘internet’ bijna een eerste levensbehoefte zoals water uit de kraan. Het succes van internet zit in het decentrale karakter – er is geen centraal controlecentrum – en hoewel de fysieke onderdelen van internet een eigenaar hebben, is het internet van iedereen: de hele mensheid.

Tegenwoordig zouden we een computer zonder internet ons niet meer kunnen voorstellen maar de keerzijde van het netwerk is dat computervirussen zich makkelijk over het net kunnen verspreiden. Er volgde een wapenwedloop tussen hackers en beveiligers. Virussen zijn in wezen stukjes software die rondreizen van computer naar computer en wie weet gaan computervirussen ooit nog een grote rol spelen tussen communicatie van de hersenen van een levend wezen en een supercomputer.

Tweelingen is de puber die de grote wereld ontdekt en kreeft moet als jongvolwassene hierin zijn eigen plekje vinden. Bij het begin van het kreefttijdperk (1990-96) scheidden de wegen van Microsoft en ibm: na een meningsverschil verbrak ibm in 1990 de samenwerking met Microsoft in de gezamenlijke ontwikkeling van het besturingsprogramma os/2, het beoogde alternatief voor dos en Windows. Hierna ging Gates zich volledig richtten op Windows 3 dat Microsofts antwoord moest worden op de Mac.

Na de groeistuipen in tweelingen moest kreeft eens alles op een rijtje gaan zetten. De grote stappen waren nu wel gezet, het werd tijd dat de pc volwassen werd en er waren in 1990 nogal wat bezwaren aan de pc. Zo accepteerde dos slechts acht karakters voor een bestandsnaam. En wie in die tijd een pc kocht, moest eerst dos installeren en daaroverheen Windows en daarna moesten nog apart de stuurprogramma’s voor het modem en de geluidkaart worden geïnstalleerd. Het was allemaal nog best ingewikkeld voor een computerdummy. De pc uit de winkel was nog te veel een opgevoerde homecomputer. Het bestond te veel uit losse onderdelen; het had nog geen ‘ziel’. Kreeft zou de pc bezielen door er één apparaat van te maken. Alle onderdelen moesten onder één paraplu goed leren samenwerken. Daar ging kreeft aan werken.

In de zesjarige kreeftfase (1990-1996) sleutelde Microsoft aan Windows. Een probleem was dat Microsoft in tegenstelling tot Apple geen hardware maakte en dus niet de productie in één hand had, maar toch moest Microsoft de hardware en software zien te verenigen. Hier was tijd voor nodig. Tal van technische problemen moesten worden opgelost. Bill Gates was er bij zijn eerste versies van dos van uitgegaan dat 640 kB ramgeheugen als maximum ruim voldoende zou zijn. Tegenwoordig beschikt een pc over meer dan tienduizend keer zoveel geheugen. Voordat Microsoft in de leeuwfase zou gaan stralen moesten dit soort beperkingen van dos worden opgelost.

In Windows 2.0 werd de virtual 86-mode van de Intel 80386-processor gebruikt waarmee meerdere dos-programma’s tegelijk konden draaien (multitasking). Windows 3.0 uit 1990 kon met de protected mode al 16 MB geheugen aanspreken en in Windows 3.1 uit 1992 werden verschaalbare letters (TrueType-lettertypen) ingevoerd, werd veel aandacht besteed aan multimedia en werd het met de ole-componenten mogelijk om tussen programma’s gegevens uit te wisselen. Versie voor versie werden alle technische tekortkomingen van dos opgelost. Maar de oplossingen om de steeds snellere processors en grotere geheugenchips te ondersteunen hadden vaak het karakter van een bypass. En echt gebruiksvriendelijk werd het nog niet. Bij het grote publiek werd Windows in deze fase dan ook maar matig populair. Toch werd met elke nieuwe Windowsversie de processor en de geheugenchips steeds meer afgestemd op Windows. In alle voorzichtigheid maakte kreeft Windows geschikt voor het volk. Windows 3.1 was zelfs redelijk populair. Voorzichtig verenigde kreeft de hard- en software.

Ram had een vonk bij de hobbyisten overgebracht welke stier nuttig ging aanwenden in de wereld van het grote geld. In tweelingen kwam Windows als winnaar uit de strijd en kreeft sluit de opbouwfase af door het nieuwe waar ram mee begonnen was te bezielen, waardoor het niet meer als los zand uit elkaar kan vallen. Met een ziel kan iets zich verder ontwikkelen maar krijgt het ook een bepaalde starheid. Windows en de pc maakten de computer voor de massa betaalbaar en gebruiksvriendelijk maar kreeft timmerde tegelijkertijd ook de markt dicht. Kreeft is zacht van binnen en hard van buiten. Nieuwkomers hadden voorlopig geen schijn van kans meer.

Kreeft koestert het nestgevoel en ook Steve Jobs keerde in 1997 terug naar Apple dat in die tijd op de rand van de afgrond stond. Steve Jobs en Bill Gates kwamen overeen om voor eens en voor altijd een einde te maken aan hun vete en Microsoft hielp met de aankoop Appleaandelen ter waarde van 150 miljoen Amerikaanse dollar, Apple weer op de been. Veel Applefanaten vonden dit heulen met de vijand. Toch was het een slimme zet van Jobs. Microsofts geld bracht meer financiële ruimte voor Apple, alsook een verzekering voor de ontwikkeling van de Internet Explorer en MS-Office voor de Mac. Zo begroef kreeft de strijdbijl van ram. Steve Jobs redde zijn bedrijf van de ondergang en hij haalde flink de bezem door Apple. Hij verving het Apple-management grotendeels door zijn eigen NeXT-management en Jobs werd ceo van Apple met een loon van één dollar per jaar. Met zijn ervaring bij NeXT zou Jobs Apple echt groot gaan maken.

Run op Windows 95 lancering 24 augustus 1995 in New York

Microsoft werd in de jaren negentig veel geprezen om zijn slimme marketing. Na een grote reclamecampagne kwam er een run op de koop van Windows 95.

In leeuw komt de energie van ram weer terug maar dan met vier ervaringen rijker. De computer werd na het getrut van kreeft in het leeuwtijdperk (1996-2002) volwassen en dat mag worden gevierd. In de zomer van 1995 zette Microsoft een gigantische reclamecampagne op (Start me up), die ertoe leidde dat klanten in rijen voor de computerwinkels de nacht doorbrachten voor Windows 95.

Leeuw laat de schepping van ram in al haar pracht en praal stralen. Windows 95 imponeerde de gebruiker met de grafische schil over dos welke Windows heet. Het gebruiksonvriendelijke dos verdween definitief naar de catacomben van de pc; het was niet meer mogelijk om ‘uit Windows’ te gaan waarmee er een einde kwam aan deze tweeslachtigheid. Leeuw is dwingend. Nieuw in Windows 95 waren het startmenu, de taakbalk, het systeemvak en het bureaublad wat gebruikt kon worden om documenten en programma’s neer te zetten. Het zouden vertrouwde bedieningselementen van Windows worden. Windows 95 werkte met het snellere 32-bit-systeem. Erg handig was de plug-and-play-functie welke automatisch de aangesloten (rand)apparatuur herkende en installeerde. De introductie van de cd-rom verloste de gebruiker van de beperkte opslagcapaciteit van de floppydisks. Tevens was het eindelijk mogelijk om meer dan acht karakters te gebruiken voor een bestandsnaam.

Soms is het gebrul van leeuw niet meer dan een hoop bluf. Critici bestempelden Windows 95 niet meer dan een late inhaalmanoeuvre om het gebruiksgemak van de Mac te benaderen. Toch viel het grote publiek voor de charme van leeuw. Met Windows 95 werd de pc toegankelijk voor de digibeet. Windows 95 was een volgroeid en aanvaardbaar besturingssysteem. Nu kwamen de grote verkoopsuccessen van Microsoft.

Nadat kreeft de personal computer met Windows had bezield, bezegelde leeuw deze verbintenis met het huwelijk. Windows 95 werd verkocht met Windows al geïnstalleerd op de harde schijf. Je kocht de computer met de ziel van Windows erin. Je hoefde thuis niet meer Windows te installeren. Een ander huwelijk dat in leeuw vaste vorm kreeg was Wintel: de dominantie van de Intel-processor en Windows.

Leeuw pronkt met zijn veren en soms gaat leeuw hierin iets te ver. De release van Windows 98 werd met zoveel bombarie aangekondigd dat veel gebruikers teleurgesteld waren toen bleek dat Windows 98 niet meer was dan een upgrade. Windows 2000 gaf bij velen hetzelfde katergevoel en Windows Millennium Edition (ME) bleek na het optrekken van de mediaheisa niet veel meer dan een kleine upgrade voor Windows 98 en het was zelfs onstabieler dan Windows 98.

Toch deed leeuw meer dan brullen. Sinds begin jaren negentig werkte Microsoft aan een betere versie van Windows: New Technology (NT). Deze had een stabielere kernel en was bedoeld voor de krachtige netwerkstations en netwerkservers. In 1996 werd Windows 4.0 uitgebracht – welke in die tijd nog te zwaar was voor de thuiscomputer – en Windows 4.0 werd in 2000 opgevolgd door NT 5.0 welke op de zakelijke markt verscheen als Windows 2000.

Bill Gates had de ongekende mogelijkheden en populariteit van internet onderschat. De firma Netscape beheerste in 1995 de markt voor webbrowsers. Hun Netscape Navigator werd door bijna iedereen gebruikt voor het surfen op het internet. Microsoft had een grote achterstand. De eerste versies van Microsofts webbrowser – de Internet Explorer – ontvingen hoon. Maar Bill speelde het spel slim en buitte zijn monopoliepositie volledig uit in de Browseroorlog. Door een verbeterde Internet Explorer standaard bij Windows 95 te leveren gingen veel mensen deze webbrowser gebruiken. Met Windows 98 versterkte Microsoft haar positie omdat de Internet Explorer zelfs niet meer te verwijderen was. Dit was een klap voor Netscape. Want waarom zouden mensen met de vooraf geïnstalleerde en gratis Internet Explorer nog de Navigator gaan installeren? Netscape spande een rechtszaak aan; de (terechte) aanklacht was oneerlijk concurrentie. Maar omdat Bill de Internet Explorer volledig had geïntegreerd met Windows 98 was het op korte termijn onmogelijk om een versie uit te brengen zonder de Internet Explorer. Welke rechter had het aangedurfd om het populaire Windows 98 in een snelgroeiende computermarkt te verbieden? De rechtszaak zou zich nog lang voortslepen. Leeuw speelt het spel met veel risico’s maar wanneer een bedrijf in haar leeuwfase zit is het dominant.

De truc met de Internet Explorer herhaalde Gates met zijn tekstverwerker Word door ook deze standaard bij Windows te leveren - dit gaf het nekschot aan het eens zo populaire Wordperfect. Op alle fronten drukte Microsoft zijn concurrenten uit de markt. De vooraf geïnstalleerde Windows Media Player luidde de zwanenzang in voor de Real Player, de msn Messenger sloeg andere populaire instant messengers zoals icq knock-out; msn-en (chatten) werd onder de jeugd een begrip. Ook voor andere strategische software werd Microsoft de marktleider. MS-Office werd de standaard in de zakenwereld voor tekstverwerken, databases, spreadsheets en email.

Het machtsspel bracht ook risico’s met zich mee. Eind jaren negentig kwam Microsoft in het verdachtenbankje. Het Amerikaanse Ministerie van Justitie beschuldigde Microsoft van de volgende vier punten: ten eerste zou het bedrijf op illegale wijze de barrière voor concurrentie in de markt voor pc-besturingssystemen hoog hebben gehouden. Ten tweede zou de koppeling tussen de Internet Explorer en Windows onwettig zijn. Ten derde zou Microsoft een aantal exclusieve en daarmee illegale overeenkomsten met computerfabrikanten hebben gesloten. Ten vierde verweet Justitie het aangeklaagde bedrijf dat diens afweren van Netscape’s concurrentie neerkomt op het illegaal uitbreiden van zijn reeds bestaande monopoliepositie. In 2000 oordeelde een rechter Microsoft schuldig. Als straf gelastte hij de opdeling van Microsoft: één onderneming voor Windows en één voor softwaretoepassingen zoals Office en Exchange en de Internet Explorer. Het hof van beroep in Washington floot de betreffende rechter in 2001 terug. Hij was zijn boekje ver te buiten gegaan door tijdens het proces interviews te geven waarin hij ongezouten zijn mening gaf over Microsoft en Bill Gates, die hij vergeleek met Napoleon. De regering Bush gaf de hele zaak een verrassende wending. Het Ministerie van Justitie liet de zaak van de illegale koppeling van de Internet Explorer met Windows vallen. Ook vonden ze de opdeling van Microsoft een te zware sanctie. Eén ongedeeld Microsoft zou in belang zijn voor de gebruikers. De gehele monopolierechtszaak werd met een schikking afgehandeld. Een onderdeel hiervan is dat Microsoft een deel van de broncode van Windows moest vrijgeven en computerbouwers moest toestaan onderdelen in het besturingssysteem te vervangen voor software van derden. De Europese Unie legde later nog recordboetes op voor het misbruik van de Microsofts monopoliepositie en er werden schikkingen getroffen maar achteraf gezien was de dominantie van Microsoft toen al tanende.

Apple imac1998

De iMac is een alles-in-eencomputer van Apple, waarbij de 'i' van iMac staat voor internet, individual (individueel), instruct (instrueren), inform (informeren) en inspire (inspireren). De ‘i’ zou steeds terugkomen in alle Apple-producten. Sinds de introductie in 1998 heeft de iMac vier duidelijk onderscheidbare gedaanten gehad, waarbij altijd het beeldscherm en de computer een geheel zijn.

Ook Apple bloeide met de bezielende leiding van Steve Jobs in het leeuwtijdperk weer op na de lancering in 1998 van de iMac G3. Het was een breuk met de rechthoekige en zandkleurige ‘computerkasten’. De iMac had ronde vormen, een blauwe kleur met een bijpassend toetsenbord en een geheel ronde muis. Dit kunstwerkje met een semi-transparante behuizing mocht gezien worden. De iMac was een sprong voorwaarts. Een gewaagde keuze van Jobs was de verbanning van het diskettestation, de Apple Desktop Bus en de scsi-interface; Jobs beschouwde ze als overbodig en ouderwets: usb werd mede door de iMac snel de nieuwe standaard. Het gevolg was dat de oude printers en scanners niet meer konden worden gebruikt maar de Applegebruikers hebben een grote merkentrouw en omarmden de iMac. De eerste iMac was een succes en werd al gauw opgevolgd door kleurrijke opvolgers. De versmelting (leeuw) van de losse onderdelen tot één apparaat zou ook bij de pc steeds meer gangbaar worden.

presentatie van Windows 98 aan het grote publiek, welke live werd uitgezonden, met het beruchte Blue Screen of Death

Tijdens de eerste presentatie van Windows 98 aan het grote publiek, welke live werd uitgezonden, verscheen het beruchte Blue Screen of Death toen een scanner met de demonstratiecomputer werd verbonden. Het commentaar van Bill Gates: Daarom hebben we Windows 98 nog niet uitgebracht.

Leeuw is gevoelig voor zijn imago en Microsoft kreeg veel kritiek op Windows. De grootste ergernissen van Windows waren het traag opstarten en het geregeld crashen. Elke windowsgebruiker uit die tijd kent het befaamde blue screen of death (blauw scherm des doods) met de melding dat er iets mis is gegaan. Andere kritiek was dat Windows toch altijd een surrogaat bleef van de Macintosh en het was altijd pijnlijk dat de Intelprocessors iets trager waren dan die van concurrenten. De stabiliteit van Windows werd ondergraven door de klonen die Windows nog steeds ondersteunde. Een ander probleem was dat Windows bij veel thuiscomputers draaide op goedkope maar (op dat moment) inferieure componenten. Veel gebruikers spuiden hun kritiek maar ze bleven de (goedkope) windowscomputers kopen. Microsoft moest met dit probleem afrekenen. De oplossing was de samenkomst van consumentenlijn van Windows 95, 98 en ME met de zakelijke lijn van het op NT gebaseerde Windows 2000. Het resultaat werd op 25 oktober 2001 gepresenteerd als Windows XP (eXPerience).

Zelfs de grootste Bill Gateshaters moesten toegeven dat dit geen rommel meer was en de kritiek op Windows ebde langzaam weg. Koning Leeuw had zijn visitekaartje afgegeven. Windows XP voldeed aan alles wat je van een besturingssysteem mag verwachten; het is gebruiksvriendelijk, snel, betrouwbaar en stabiel. XP was zelfs zo robuust dat het in 2014 nog dienst deed op een derde van alle pc’s in de wereld.

Leeuw is dwingend en XP ging strikt controleren of er geen illegale activiteiten gebeuren. Met Windows 98 was het nog mogelijk om de software met het bijbehorende serienummer eindeloos te installeren op andere computers. Dit werd in XP in principe onmogelijk met de productactivering. Een gebruiker moet zich na de installatie eerst aanmelden voordat hij Windows kan gebruiken. Bij de melding slaat Microsoft de serienummers van de apparatuur op en zodoende kan worden gecontroleerd of er ergens illegaal een kopie wordt geïnstalleerd. Om problemen met buggy software te voorkomen, waarschuwt Windows XP voor mogelijke instabiliteit. Ook de instabiliteit van de klonen was opgelost. Hardwareklonen die niet aan de Microsofts voorschriften voldoen, komen niet door de ballotage van XP wat ertoe leidde dat veel mensen (net zoals bij Apple) nieuwe randapparatuur moesten kopen.

Het leeuwtijdperk (1996-2002) was de gouden tijd voor de nieuwe technologie. De pc werd even gewoon als de televisie, internetten werd een werkwoord en de eerste webcams, digitale fototoestellen en videocamera’s verschenen op de markt, evenals betaalbare laserprinters. De computer kreeg steeds meer toepassingen. Ook voor de niet-kantoormarkt zoals de besturing van robots, in de controle van infrastructuur en in industriële processen deed de computer (vaak met Windows) zijn intrede. Zijdelings werd de mobiele telefoon razend populair en een toekomst voor mobiele computers waarmee je overal kan internetten lag in het verschiet maar daarvoor was de technologie nog niet geschikt. Eerst ging maagd onder de motorkap kijken.

In het maagdtijdperk (2002-2008) werd het stil rond Microsoft hoewel de plannen groots waren. Windows Vista moest al in 2003 XP opvolgen en dat was slechts een tussenstap naar Windows 7. Deze planning liep volledig in het honderd omdat het enorme populaire XP werd geteisterd door aanvallen van hackers. Maagd moest veel energie gaan steken in het dichten van de veiligheidslekken. Dit noodzaakte Microsoft tot het maken van Service Packs. In de dertien jaar dat XP werd ondersteund, kwam Microsoft met drie Service Packs om XP te beveiligen en Service Pack 3 bevatte in totaal 1174 verbeteringen. Door al het werk aan de updates bleef er weinig tijd over voor Vista. Toen Microsoft in 2004 besloot om Vista niet te bouwen op basis van XP maar op basis van Windows Server 2003 kon de ontwikkeling van Vista opnieuw beginnen. Toen Vista dan eindelijk in 2007 verscheen, was het publiek teleurgesteld. De nieuwe grafische interface Aero belastte de computer te zwaar. Vista bleek onstabieler dan XP, programma’s liepen vast. Het was zo erg dat mensen en bedrijven Vista verwijderden en weer hun vertrouwde XP installeerden.

De maagdfase was de tijd dat de software eens kritisch onder de loep werd genomen. Aan het eind van de jaren negentig vreesde de computerwereld een chaos voor de millenniumwisseling. Het probleem was dat de meeste software was ontwikkeld in de jaren zeventig. In die tijd deden programmeurs hun uiterste best om op de schaarse geheugenruimte te besparen. Een veelgebruikte truc was om voor data twee cijfers te noteren (75 in plaats van 1975). Met de millenniumwisseling zou hierdoor alles in het honderd lopen omdat het jaar 2000 door de computer als het jaar 1900 zou worden gezien. Werkmier maagd ging ijverig aan het werk. Programmaregel voor programmaregel werd gecontroleerd op fouten en de millenniumwisseling verliep vlekkeloos.

Stier maakte de hobbycomputer bruikbaar voor de zakenwereld en maagd ging de ongekende commerciële mogelijkheden van de pc in combinatie met het internet onderzoeken. De grote ontwikkelingen in het maagdtijdperk (2002-2008) waren niet op hardware- of softwaregebied, maar gebeurde op het wereldwijde web. In 2002 bestond het internet één decennium en deze tijd werd beheerst door grote IT-bedrijven. Dit tijdperk - ook wel Web 1.0 genoemd - eindigde in 2001 toen veel dotcom-bedrijven failliet gingen. Yahoo overleefde als een van de weinigen de opkomst van de tweede generatie.

In het Web 2.0 schoten webwinkels als paddenstoelen uit de grond. Tweedehandsgoederen vonden snel een andere eigenaar via eBay en Marktplaats. Met de onlinebetaalsystemen PayPal en iDeal is betalen een fluitje van een cent. Ook datingsites werden populair en op allerlei sociaalnetwerksites ontstonden virtuele sociale gemeenschappen zoals LinkedIn (professionals), Myspace (muziekliefhebbers) en Planetromeo (homoseksuelen). Linden Lab lanceerde in 2003 de virtuele wereld van Second Life. De internetencyclopedie Wikipedia zag het licht in 2001. De introductie van Apple’s iPod en iTunes (2001) veroorzaakten schokgolven in de muziekindustrie. Skype (2003) maakte een einde aan dure telefoonrekeningen en de muziekdienst Spotify (2006) maakte een cd-collectie overbodig. Facebook werd in 2004 opgericht door o.a. Mark Zuckerberg en YouTube volgde een jaar later. Voor het internet werden gratis vrije softwarepakketten ontwikkeld op basis van Linux, Apache, php, mysql, Perl, Python, waarmee contentmanagementsystemen werden ontwikkeld zoals WordPress, Joomla en Drupal en hiermee konden websitebureaus op een goedkope manier professionele websites bouwen. Online contentmanagementsystemen zoals Blogger, WordPress en Blogspot werden razend populair omdat de gebruikers zonder veel technische kennis weblogs kunnen maken en nog simpeler waren de microblogs zoals Twitter en Tumblr. En natuurlijk werd internet gebruikt voor porno en nog eens porno; het schijnt dat het de helft van al het dataverkeer tussen de VS en Europa voor zijn rekening te nemen. Maagd legde een wereld van gratis informatie en onlinediensten open … maar voor niets gaat de zon op en de prijs gaat schorpioen vorderen.

Er kwam in maagd een softwaregigant boven drijven waarvan de computerwereld tot op de dag van vandaag nog steeds niet weet of het een vloek of een zege is: Google. De oprichters Larry Page en Sergey Brin ontwikkelden een superieur en geheim algoritme waarmee de inhoud van internet kan worden doorzocht (dat uitpluizen is trouwens typisch voor maagd). Google verdrong in 2001 de andere zoekmachines zoals – wie kent ze nog – Vindex, Lycos, Ilse en de grootste AltaVista. De internetzoekmachine Google is trouwens vernoemd naar een reusachtig getal: googol (een één met honderd nullen) maar Larry Page maakte hierbij een spelfout.

De missie van Google gaat het voorstellingsvermogen te boven: een zinnig antwoord geven op elke vraag. Google stelt zich ten doel om alle informatie van de wereld toegankelijk en nuttig te maken. Met succes ontwikkelde Google een heel scala aan gratis diensten waaronder Google Maps, Earth, Streetview, Books, Gmail, Docs, Drive, Google+. Bij het overnamepad kochten ze o.a. YouTube, de mobieletelefoonafdeling van Motorola en Nest Labs, een bedrijf dat onder meer slimme thermostaten en rookmelders fabriceert. Met succes ontwikkelden ze een eigen webbrowser (Chrome), een besturingssysteem voor de smartphone (Android) alsmede desktops en laptops (Google Chrome OS). Verder werken ze aan drones en zelfrijdende auto’s. Op alle fronten biedt Google een – vaak gratis – alternatief. Vooralsnog heeft Google de sympathie van het grote publiek.

Ram had in 1972 de lont aangestoken en na dertig jaar kwam in het weegschaaltijdperk (2008-2014) de ontwikkeling van de pc in een rustiger vaarwater. In weegschaal is de cyclus halverwege en stopt de groei. De noodzaak om een snellere computer te maken met een nog betere Windowsversie werd kleiner. Opvallend was dat er juist behoefte ontstond aan kleinere laptops: de netbooks. De gebruikers wilden niet sneller en groter maar naar fijner en kleiner. Op de helft van de cyclus gaf weegschaal een nieuwe wending aan dit verhaal.

Op 9 januari 2007 presenteerde Steve Jobs tijdens de jaarlijkse Macworld-conferentie iets dat de wereld ingrijpend zou veranderen: de iPhone. Alle ontwikkelingen van drie decennia kwamen er in samen: een muziekspeler, fototoestel, mobiele telefoon en computer, verbonden met het internet en het mobiele telefoonnetwerk. Een meesterzet van Jobs was de Apple Store waar consumenten met één klik software konden kopen en installeren. Ook softwareontwikkelaars kregen tegen betaling de mogelijkheid om apps in de Apple Store aan te bieden en dit opende de weg naar nieuwe mogelijkheden van computertechnologie. Omdat de smartphone voorzien is van gps en een kompas kunnen apps de behoeften af stemmen op de tijd en plaats en dit maakt een taxidienst als Uberpop mogelijk. Een andere baanbrekende noviteit van de iPhone was het intuïtief bedienbare aanraakscherm. Dit was na de gui en de muis weer een grote verbetering in de communicatie tussen mens en machine. De iPhone en zijn concurrenten verpulverden de positie van Nokia als marktleider. Toen Apple in 2010 de iPad lanceerde werd de (tablet)computer aantrekkelijk voor de meest verstokte digibeten alsmede ook voor kleine kinderen en ouderen (Bill Gates introduceerde trouwens al in 2001 het eerste prototype van een tablet-pc). Toen Steve Jobs in het tweelingentijdperk de revolutionaire Mac had gelanceerd, lukte het Apple niet om dit commercieel uit te buiten. In het weegschaaltijdperk was het anders; de iPhone werd een statussymbool en Apple passeerde Microsoft als het grootste beursgenoteerde bedrijf ter wereld.

Steve Jobs met een iphone

Steve Jobs presenteert de iPhone op de Apple Worldwide Developers Conference in San Francisco. Jobs lanceerde zijn nieuwe producten met de flair van een rockster. Vaak eindigde hij met de zin One more thing … waarna hij de grote innovatie onthulde.

Apple’s reclameslogan Think Different uit 1997 was een knipoog naar ibm’s motto Think. In een reclamefilmpje gaf Steve Jobs het onderstaande advies aan de dwazen.

Here’s to the crazy ones. The misfits. The rebels. The troublemakers. The round pegs in the square holes. The ones who see things differently. They’re not fond of rules. And they have no respect for the status quo. You can quote them, disagree with them, glorify or vilify them. About the only thing you can’t do is ignore them. Because they change things. They push the human race forward. And while some may see them as the crazy ones, we see genius. Because the people who are crazy enough to think they can change the world, are the ones who do.

Met producten als de iPod, iMac, iPhone en iPad werd in het weegschaaltijdperk de hardware meer en meer als één apparaat ontworpen waar zelfs de accu niet meer uitneembaar is. De computer werd hiermee een simpeler product net als een televisie of scheerapparaat. Hoe anders was dat in het ramtijdperk (ram staat in oppositie met weegschaal). De eerste Apple computer was niet meer dan een printplaat waar de hobbyist zelf een kast om heen moest bouwen. In weegschaal was het knutselen met de hardware definitief voorbij.

Mede door de smartphone werd internet bij uitstek een middel om vraag en aanbod van mensen, producten en diensten bij elkaar te brengen, waarmee alle tussenpersonen feitelijk overbodig worden: journalisten, makelaars, reisbureaus, uitzendbureaus, headhunters, bibliotheken, fysieke winkels en zelfs banken waren ineens ‘oude economie’. Tweelingen vervaagde de grens tussen de professioneel en amateur en weegschaal ging de concurrentie aan met de professionele instituties.

Door het massale gebruik van internet en sociale media werd het voor internetbedrijven aantrekkelijk om met behulp van de beruchte cookies, profielen van internetgebruikers op te stellen om deze te gebruiken voor gerichte reclame en e-mails. Persoonsgegevens – big data – werd big business en de macht verschuift van softwareleveranciers naar de bedrijven die de persoonsgegevens gratis krijgen aangereikt zoals Google en Facebook. Veel mensen vinden dit een zorgwekkende ontwikkeling en waarschuwen voor Big Brother.

Van elke internetgebruiker maken it-bedrijven aan de hand van het surfgedrag heimelijk uitgebreide profielen waar de Oost-Duitse Stasi jaloers op zou zijn geweest. Aan de hand van big data kunnen internetbedrijven bijvoorbeeld erachter komen of een vrouw zwanger is, welke ziektes iemand heeft, of iemand ontevreden is over zijn werk, met welke vrienden iemand omgaat, wanneer iemand op vakantie gaat, enzovoort. Zelfs alleen al de metadata (informatie over de feitelijke inhoud, bv. de envelop van een brief) onthult veel over iemands privéleven. De persoonsgegevens die de internetgebruikers (moeten) afstaan, is de prijs voor de vele gratis diensten op het web. Steeds meer raken mensen verstrikt met het web en dat is precies wat schorpioen wilt.

Kreeft had de digibeet verleid tot de aanschaf van een computer en schorpioen gaat de band tussen mens en machine verdiepen. De computer en vooral de smartphone dringen zich op in ons leven. Veel mensen gaan ermee ‘naar bed’ en staan ermee op. Omdat veel mensen meer tijd doorbrengen achter hun computer of smartphone – dan met echte mensen – gaat het besturingssysteem de functie krijgen van de beste vriend. En schorpioen wil alles van je weten, in het geheim, dat wel.

Voor een intieme vriendschap is het belangrijk dat we kunnen communiceren met gesproken taal. In de ontwikkeling van digitale assistenten zoals Google Now, Microsoft Cortana, Apple Siri, Facebook ‘M’ en Amazon Echo, zijn softwareontwikkelaars druk bezig met spraakherkenning en het omgaan met emoties. Het ligt in de bedoeling dat we met onze persoonlijke assistent gaan praten zoals we met mensen praten. Het wachtwoord om in te loggen wordt vervangen door biometrie: aflezing van de vingerafdruk, iris of het gezicht. Ook ons lichaam wordt niet vergeten. Allerlei randapparatuur zoals een slimme horloges, virtualrealitybrillen, oordopjes, tactiele handschoenen, drukpakken gaan ons lichaam en zintuigen direct verbinden met de computer. Niemand in de wereld zal op een gegeven moment iemand beter kennen dan de digitale buddy. Schorpioen zuigt ons met huid en haar op in een virtuele realiteit; een droomwereld zonder beperkingen, waar we kunnen leven in onze fantasie en diepste verlangens.

In het schorpioentijdperk (2014-2020) ontbrandt er een strijd over de transparantie en privacy. Er zijn drie kampen met tegenstrijdige belangen: de grote softwarebedrijven willen zoveel mogelijk gegevens van gebruikers verzameling maar om hun reputatie bij de consumenten niet te verliezen zullen ze altijd zoeken naar een maatschappelijk draagvlak, de nationale veiligheidsdiensten willen zoveel mogelijk toegang hebben tot de communicatie tussen burgers en dan zijn er nog de bezorgde activisten die zich hebben verenigd in piratenpartijen. De aanhangers van de laatste groep willen het auteursrecht inperken, een grondige herziening van het octrooirecht, de privacy en andere (digitale) burgerrechten waarborgen en versterken. Deze beweging probeert de macht van de staatsveiligheidsdiensten in te dammen en hiertoe richtte Julian Assange (1971) in 2007 de klokkenluiderwebsite WikiLeaks op. Klokkenluider Bradley Manning onthulde Amerikaanse staatsgeheimen over de Irakoorlog. Edward Snowden overhandigde in juni 2013 aan enkele journalisten een grote hoeveelheid geheime documenten over dubieuze spionageactiviteiten door de Amerikaanse veiligheidsdiensten. De Amerikaanse staat reageerde als door een wesp gestoken. De internetanarchisten wantrouwen de grote softwarebedrijven. Het beleid van Google en Facebook staat op gespannen voet met de gepropageerde bescherming van burgerrechten; Mark Zuckerberg zoekt de randen van de privacyschending op en Google is onduidelijk over welke gegevens het van gebruikers bewaart en waarvoor die gebruikt worden. Maar dat deze bedrijven ook opkomen voor de rechten van burgers bleek uit een juridisch geschil tussen de fbi en Apple in 2016 die nog loopt bij het schrijven van dit artikel. De fbi had een iPhone 5c in handen gekregen van een terrorist waar mogelijk belangrijke informatie op staat. Apple heeft de software van de telefoon zo goed versleuteld dat het bedrijf daar zelf ook niet meer bij kan. De enige manier waarop dat wel mogelijk is, is door de ontgrendelcode te gokken maar na tien fout gegokte codes wist de telefoon automatisch alle gegevens. De fbi wil dat Apple een aangepaste softwareversie van iOS maakt zodat het probleem kan worden omzeild. Apple’s topman Tim Cook weigert dit omdat hij geen kwetsbaar achterdeurtje wil bouwen voor hackers. De zaak gaat om de vraag wat belangrijker is: de privacy van burgers of het bestrijden van terrorisme? Moet Apple gedwongen worden om de beveiliging van hun toestellen bewust slechter te maken, zodat overheden – en ook criminelen – het gemakkelijker kunnen hacken? Google en Facebook staan volledig aan de kant van Apple maar Bill Gates koos de kant van de veiligheidsdiensten.

Het spanning tussen transparantie en privacy inspireerde Dave Eggers tot zijn orwelliaanse roman The Circle (2013). De leus van het fictieve internetbedrijf De Cirkel ‘delen is mee-leven’ is Facebook en Google op het lijf geschreven. Eggers beschrijft de dictatuur van de totale transparantie, het gebod van totale openheid, dit keer niet door de staat maar door bedrijven en burgers zelf gepropageerd.

In het schorpioentijdperk moeten we uitzoeken welke gegevens het daglicht mogen zien. Het lijkt erop dat de machtige staten aan het langste eind trekken en dat de burgers hun privacy moeten prijsgeven. Privacywetgeving zal hier de bezwaren van moeten indammen maar aan de andere kant zullen overheden bij de strijd tegen criminaliteit en terrorisme zoveel mogelijk privégegevens in handen willen hebben.

In het schorpioentijdperk dringt de computer zich op in ons privédomein. Ook letterlijk. ict-apparaten komen steeds dichter op ons lichaam; oordopjes, slimme horloges, bloeddruk- en stappenmeters, hartslagmeters, bewegingsmeters, Google Glass, VR-brillen, de verwerking van elektronica in kleding. Maar het gaat verder. De elektronica penetreert ook ons lichaam. De eerste mensen lopen al rond met een onderhuidse identificatiechip, doven kunnen weer horen door cochleaire implantaties, in de hersenen van patiënten met psychiatrische afwijkingen worden chips geïmplanteerd, zodat ze weer normaal kunnen functioneren, blinden kunnen met een speciale bril en implantaten in het netvlies weer zien. In laboratoria bouwt men op chips organen na met menselijke cellen om zo bijvoorbeeld ziektes, aandoeningen en de effectiviteit van medicijnen te onderzoeken. Met de organoïden worden proefdieren in de toekomst overbodig. Dit onderzoek moet leiden tot kunstorganen die niet-functionerende organen bij mensen kunnen vervangen. Voor missende ledematen bieden robotachtige protheses een oplossing. De protheses worden direct aangestuurd door de hersenen; hiermee krijgen gehandicapten weer een functionele hand, arm of been. Rolstoelgebonden mensen zetten met exoskeletten hun eerste stappen. In schorpioen zijn we over de helft van het tweelingentijdperk en schorpioen maakt ons klaar voor de biochips in het kreefttijdperk.

man met exoskelet

Mensen met een dwarslaesie kunnen weer lopen met een computergestuurd exoskelet.

Schorpioen staat in oppositie met stier en de computer van stier was een onafhankelijke monoliet. Schorpioen is juist afhankelijk van anderen en in het schorpioentijdperk (2014-2020) zullen steeds meer functies worden verplaatst naar de cloud. Deze term is afkomstig uit de schematechnieken uit de informatica, waar een groot, decentraal netwerk (zoals het internet) met behulp van een wolk (cloud) wordt aangeduid. De cloud ontwikkelde zich in het weegschaaltijdperk met de diensten van Facebook, YouTube, Flickr, Twitter, Gmail enz. Alle berichten, foto’s, video’s en data die we daar plaatsen, is niet ons eigendom (stier) maar geven we uit handen (schorpioen) in de cloud. We doen dat omdat we willen gebruik maken van de onlinediensten maar we zijn er ook afhankelijk (schorpioen) van geworden. Maar Cloud computing is meer dan de onlinediensten. De cloud is ideaal om gegevens tussen verschillende apparaten te synchroniseren; tussen de desktopcomputer en een mobiele telefoon en hier komen in rap tempo andere apparaten bij: de thermosstaat in de woning, de (elektrische) auto, televisie, stofzuigrobot, grasmaaierrobot enz. In essentie komt de cloud erop neer dat de software en documenten die vroeger op de pc stonden, verhuizen naar het internet waarmee we onze onafhankelijkheid verliezen. Het opgeven van de zelfstandigheid zal niet iedereen even makkelijk vallen, maar het wordt in de toekomst ondoenlijk om al de apparaten die communiceren via internet niet zonder de cloud aan te sturen.

De voordelen van cloud computing zullen groter zijn dan de weerstand ertegen: veel onlinediensten zijn gratis en de betaalde abonnement – software as a service (SaaS) – verlost de gebruiker van de aankoop van dure softwarepakketten. Met platform as a service (PaaS) maakt het SaaS-aanbieders mogelijk hun toepassingen op een gestructureerde en geïntegreerde wijze aan te bieden. Voorbeelden van diensten zijn toegangsbeheer, identiteitenbeheer, portaalfunctionaliteiten en integratiefaciliteiten. En infrastructure as a service (IaaS) geeft een gebruiker volledige vrijheid over de servers, netwerken, opslagcapaciteit en andere infrastructuur. Applicaties in de cloud zijn overal direct beschikbaar, de diensten zijn schaalbaar en volledig aan te passen aan de behoeften, het handmatig upgraden en back-uppen behoren tot het verleden; de cloud regelt het allemaal. De servers in de cloud hebben een veel grotere rekenkracht dan de capaciteit van één smartphone of tabletcomputer en dus is het logisch om hier ook optimaal gebruik van te maken. Bijgevolg heeft de consument genoeg aan een simpel en goedkoop apparaatje dat als een terminal verbonden is met de cloud. Het spreekt voor zich dat een gebruiker van cloud computing volledig afhankelijk is van zijn internetverbinding en de aanbieders van diensten. Met cloud computing geeft een persoon al zijn gegevens af aan een commerciële dienstverleners welke daarmee een ongekend inzicht krijgt in het privéleven en daar weet schorpioen in het geheim wel raad mee.

Schorpioen opereert het liefst onder de radar en meeste informatie op internet is dan ook niet vindbaar door de spiders van zoekmachines. Men schat dat het zichtbare internet nog geen 1 procent uitmaakt van alle data op de servers. Veel organisaties, bedrijven en overheden hebben enorme databanken op het web staan maar de meeste gegevens zijn beschikbaar na een authenticatie. De meeste inhoud van Facebook is bijvoorbeeld alleen na het inloggen beschikbaar. Net zoals alleen de top van een drijvende ijsberg zichtbaar is, zo kent het deep web verschillende niveaus van toegankelijkheid.

Het meest duistere deel is het darknet. Internet begon als een vrijplaats waar alles open en bloot werd gedeeld maar door wetgeving werden abjecte en illegale zaken aan banden gelegd en alles wat het daglicht niet kan verdragen zakte weg in het darknet: de onderwereld met pro-anorexiasites, netwerken van terroristen, transhumanisten, internetanarchisten, racisten en pedofielen, een plaats waar drugs en wapens worden verhandeld, maar ook een vrijhaven voor klokkenluiders en dissidenten. In het darknet opperen botnets; softwarerobots of bots, die automatisch en zelfstandig opereren. De term wordt vaak geassocieerd met ongewenste software (klikfraude, adware, malware, spyware) of het automatisch versturen van ongewenste e-mail van computers waarop deze software is geïnstalleerd (spam) maar botnets worden ook gebruikt voor ondersteuning van distributed-computing-software zoals Linux. In het darknet gaat de informatie vaak via een peer-to-peernetwerk: computers van gebruikers wisselen zonder de tussenkomst van servers informatie uit. Om de anonimiteit te garanderen wordt gebruikt gemaakt van cryptografie en BitTorrent. Ook het digitale geld Bitcoin maakt van deze technieken gebruik. Bitcoin is in 2009 opgericht door Satoshi Nakamoto maar niemand weet wie hij is.

Ram strooide in de jaren zeventig zijn zaad over de wereld en in tweelingen kwamen Windows en de Mac als winnaars uit de strijd. Schorpioen maakt een einde maken aan de tweeslachtigheid van tweelingen. Om te kunnen doorgroeien in boogschutter moet er iets afsterven; iets dat de vooruitgang in de weg zit, iets dat steeds meer als een ballast wordt ervaren.

Er zal iets gaan afsterven in schorpioen en dat is waarschijnlijk de markt voor pc’s. Dit was de core business van Microsoft en in het begin van de jaren tien zat Microsoft in de hoek waar de klappen vielen. Het bedrijf zag zich gedwongen om rigoureuze keuzes te maken en nieuwe richtingen in te slaan. Steve Ballmer – na 2000 de opvolger van Bill Gates – droeg in 2014 het stokje over aan Satya Nadella. Tevergeefs poogde Microsoft met de overname van het noodlijdende Nokia in 2014, een positie in de mobiele markt te verwerven. Veel producten van Microsoft ondergingen een identiteitswijziging. Windows Live Hotmail werd vervangen door Outlook, de Internet Explorer wordt omgedoopt tot Microsoft Edge. Zo goed als alle logo’s van alle producten werden herontworpen volgens Metro: de nieuwe gebruikersinterface van Windows 8. Toen er massaal kritiek losbarstte op Windows 8, zag Microsoft zich genoodzaakt om snel een gratis upgrade – Windows 8.1 – aan te bieden, waarin werd tegemoetgekomen aan de bezwaren. Met Microsoft Surface bracht het softwarebedrijf in 2012 voor de eerste keer zelf een tablet-pc op de markt. De cloudservice OneDrive werd zo groot succes dat de gratis opslagcapaciteit moest worden beperkt. Met de introductie van Windows 10 kwam er een eind aan de ontwikkeling van Windows: er komt volgens Microsoft geen Windows 11. Alle gebruikers van Windows 7 en 8 werden verlokt om gratis up te graden naar Windows 10, welke is geïntegreerd met OneDrive en Windows Phone. Maar met de komst van cloud computing zullen veel gebruikers geen hoge eisen meer stellen aan een pc waardoor de markt voor desktops en de bijbehorende software zal krimpen.

Maar ook Apple’s positie is niet vanzelfsprekend. Een klap was het overlijden van Steve Jobs in 2011. Na zijn dood werd de held van dit verhaal wereldwijd geëerd als een groot inspirator. Zijn opvolger Tim Cook kwam in 2014 publiekelijk uit de kast. Hiermee wil hij bijdragen aan de wereldwijde acceptatie voor homoseksuelen. Maar is er in de toekomst plaats voor een bedrijf dat geld verdient met dure apparaten?

In schorpioen zal er een machtsstrijd ontbranden in de cloud. Het bedrijf met de beste papieren is Google. Als geen ander bedrijf hebben mensen vertrouwen dat Google de behoeften van de gebruikers centraal zet. Heel veel (cloud)diensten van Google zijn gratis. Het bedrijf verdient vooral geld met advertenties en in 2004 richtte het een liefdadigheidsinstelling dat de klimaatverandering, volksgezondheid en armoede onder de aandacht wil brengen. Maar het bedrijf wordt ook bekritiseerd vanwege belastingontwijking en schending van privacy. Alles bij elkaar genomen heeft Google alles in zich om te gaan knallen in boogschutter. Het is het meest vooruitstrevende bedrijf dat aan honderden projecten werkt. Google zou zelfs Facebook – dat meer dan een miljard gebruikers heeft – wel eens van de troon kunnen stoten, gewoon omdat het veelzijdige Google meer ijzers in het vuur heeft liggen. Google heeft zich ten doel gesteld dat mensen niet gaan googelen maar dat de Google buddy de juiste informatie op het juiste moment aanbiedt.

Schorpioen dringt door tot de kern en dat is toch de microprocessor. Intelbaas Gordon Moore voorspelde in 1965 dat het aantal transistors in de microchip elke 24 maanden zou verdubbelen en zijn voorspelling kwam uit waardoor het bekend werd als de Wet van Moore. De eerste Intel 4-bit microprocessor 4004 uit 1971 had 2300 transistors en een kloksnelheid van 740 kHz; in 2015 herbergde de Intel 64-bit Core i7 800 miljoen transistors met een kloksnelheid van 4,4 GHz. Maar nu komen de grenzen wel in zicht. Het probleem is dat elke transistor warmte afgeeft en om de extra warmteproductie en het stroomverbruik van nog meer transistors te beperken moeten de ingenieurs de schakeling kleiner maken. We zitten nu op de schaal van 14 nanometer en ingenieurs – bij bv. het Nederlandse asml – zien nog mogelijkheden om te krimpen tot 5 nanometer wat in de buurt komt met de afmetingen van atomen en moleculen: 1 nanometer is de lengte van een rij van 5 koolstofatomen. Een elektrische schakeling op een nog kleinere schaal wordt onstabiel doordat de elektronen door kwantumeffecten gaan ‘lekken’. Veelbelovend is The Machine van HP. Het concern combineert hierbij technieken die het in afgelopen jaren heeft ontwikkeld, zoals memristors en optische datacommunicatie. Een memristors is een weerstand met een grootte van 5 nanometer die bits kan opslaan, ook als de computer uitstaat waarmee de trage harde schijf overbodig zou worden. Een geheugen met memristors zou duizend keer sneller zijn dan de conventionele flashgeheugens. Een andere eigenschap van The Machine wordt het gebruik van optische interconnects. Deze vervangen het gebruik van koper voor de interconnects bij computeronderdelen en brengen aanzienlijke snelheidswinsten met zich mee. Om gebruik te maken van de nieuwe onderdelen is een compleet ander besturingssysteem nodig, waar HP met een opensourceproject onder de naam Machine OS aan werkt.

Men verwacht dat we tegen 2020 tegen een natuurkundige grens aanlopen, juist op het moment dat boogschutter zou moeten gaan knallen. Als dan de veelbelovende kwantumcomputer niet verder komt dan de tekentafel zal tegen 2020 de prestaties alleen verhoogd kunnen worden met een parallelle computerarchitectuur – gelijktijdige processen gebeuren ook in onze hersenen – en hiervoor is cloud computing uitermate geschikt.

grafiek aantal transistors per microchip Wet van Moore

Gordon Moore – de oprichter van Intel – voorspelde in 1965 dat het aantal transistors in de microchip elke 24 maanden zou verdubbelen en deze voorspelling werd bekend als de Wet van Moore. De exponentiele groei begon in 2004 af te vlakken omdat de kloksnelheid niet meer kon ‘meegroeien’ met het aantal transistors vanwege problemen met de warmteproductie. Rond 2020 komen met de huidige technische inzichten de grenzen in zicht.

In het boogschuttertijdperk (2020-2026) is het mogelijk dat een kwantumcomputer met Windows X revolutionair de wereld verandert. Boogschutter is de tijd een grote expansie maar toch is dit scenario niet waarschijnlijk omdat er twee soorten groeiprocessen zijn: de vroegbloeier heeft zijn hoogtepunt in het leeuwtijdperk en de laatbloeier in het boogschuttertijdperk. De laatbloeiers ondergaan in de schorpioenfase een metamorfose en herrijzen in boogschutter als een feniks uit hun eigen: groter en mooier. De ontwikkeling van de pc kan deze accelaratie waarschijnlijk waarmaken tenzij de Wet van Moore onverminderd geldig blijft.

De grootste innovatie in het boogschuttertijdperk wordt niet de kwantumcomputer of kunstmatige intelligentie, maar de menselijke of humanoïde robot. In het Westen heeft men nog wat koudwatervrees voor een op de mens gelijkende machine, maar de Japanners zijn erdoor gefascineerd en hebben er een leidende positie in, hoewel het Amerikaanse leger ook niet stilzit. Bij het begin van de jaren 2020 zullen betaalbare robots op de markt verschijnen. Robots kunnen een functie vervullen als babyoppas, verpleger, schoonmaker, vertaler, gastheer, leraar, seksobject en gezelschapswezen … de computer wordt een kopie van de mens en de potentie van de robot is duizelingwekkend.

Boogschutter brengt de homecomputer van ram in beweging. Zo gaat computer de besturing van auto’s overnemen. De zelfrijdende auto biedt tal van voordelen; de meeste verkeersongelukken zijn een gevolg van menselijke fouten (vermoeidheid, afleiding, roekeloosheid, alcohol). De zelfrijdende auto zal de mobiliteit van kinderen en ouderen vergroten. Ook de besturing van passagiersvliegtuigen en schepen zullen door de autopiloot en cruisecontrol worden overgenomen. De computer die letterlijk in beweging komt, zien we ook in de drones welke nu nog door een mens vanuit de grond worden bestuurd maar in de toekomst zelfstandig taken gaan uitvoeren.

Een andere ontwikkeling in boogschutter is dat de homecomputer echt ons huishouden gaat overnemen. De belangrijkste taak van de huiscomputer wordt het energiebeheer; de stroomproductie van de zonnepanelen moet optimaal worden afgestemd op de vraag naar elektriciteit en warmte. De accu’s van de elektrische auto kunnen hierbij als buffer worden gebruikt. Wanneer dit soort huiscomputers algemeen worden, gaan ze de energiemarkt via internet decentraliseren en dat gaat het monopolie van de energie- en oliemaatschappijen openbreken.

De Japanse professor Hiroshi Ishiguro

De Japanse professor Hiroshi Ishiguro (op de foto links) is directeur van het Intelligente Robotlaboratorium van de Universiteit van Osaka. Ishiguro heeft een robottweeling van zichzelf gemaakt: Geminoid. Volgens Ishiguro kunnen we de mens pas begrijpen als we onszelf vervangen hebben door androids.

afbeelding griezelvallei

De Japanse robotica professor Masahiro Mori bedacht de term griezelvallei. De mens wordt bang voor wezens die veel op ons lijken, vooral als ze ook nog kunnen bewegen (rode lijn). Zeer menselijke robots zijn angstaanjagend. Robots moeten voor de algemene acceptie er vriendelijk uitzien.

robot Pepper

Robot Pepper ziet er met zijn stripachtige onnozele uiterlijk vriendelijk uit. Pepper is ontwikkeld door de Japanse fabrikant Softbank, in samenwerking met het Franse robotbedrijf Aldebaran. Pepper is niet zo handig als zijn oudere broertje Nao maar hij Pepper kan wel communiceren door middel van spraak, lichaamstaal en emotie en zou bovendien kunnen begrijpen wat er wordt gezegd aan de hand van de toon waarop wordt gesproken.

Het huiselijke energiebeheer heeft alles te maken met het klimaatsysteem en dus gaat de huiscomputer de airconditioning, ventilatie en verwarming regelen. Het ligt voor de hand dat de huiscomputer gaat communiceren met de persoonlijke computers van de bewoners, de mediabox en spelcomputer, met de elektrische apparaten in het huis zoals de muziekinstallatie, televisie en de koelkast, met het beveiligingssysteem en met de huisrobots. De vertrouwde stofzuiger en grasmaaier krijgen een robotstand zodat ze handmatig of automatisch het werk kunnen doen en de huiscomputer bepaalt wanneer deze worden opgeladen.

Niet alleen in het huis gaat er veel veranderen. Straatlantaarns kunnen met sensoren doorgeven wanneer ze stuk zijn, slimme parkeerplaatsen kunnen doorgeven of ze bezet of onbezet zijn, een fiets met een chip kan traceerbaar zijn wat handig is na diefstal, demente ouderen kunnen met een chip in hun kleding van afstand in de gaten worden gehouden. In de landbouw kunnen sensoren allerlei informatie verzamelen over de groei van planten. Met sensoren kunnen verkeersstromen gevolgd en beheerst worden. Dit soort apparaten en sensoren worden de zintuigen van het internet. Men verwacht dat er in 2020 enkele tientallen miljarden apparaten verbonden zijn met internet en dat zijn er vele malen meer dan computers die door mensen worden bediend. Men spreekt dan ook over van het internet der dingen. Telecombedrijven zijn inmiddels gestart met het opzetten van nieuwe landelijk dekkende draadloze netwerken voor het internet der dingen en machine-naar-machine-communicatie (M2M).

Ram zette iets in gang wat steeds tegen de verwachting in bij een groot publiek aansloeg, in leeuw werd de informatie- en communicatietechnologie volwassen en boogschutter zet hier nog eens de versnelling op. Met de ontwikkeling van robots en drones breekt de computer uit de beperkingen van zijn systeemkast. Een nieuw type computer die praat en beweegt als een mens zal in alle lagen van de maatschappij doordringen. Een andere ontwikkeling is de 3D-printer welke een nieuwe dimensie geeft in tal van sectoren.

Als gevolg van de digitalisering zal de oude analoge media in het boogschuttertijdperk hetzelfde lot ondergaan als de ganzenveer en het perkament. Film- en fotorolletjes en videobanden zijn al passé. De papieren correspondentie van bedrijven en de overheid verdwijnt; alles wordt digitaal en dat betekent dat de posterijen meer en meer pakketdiensten zullen worden. De papieren kranten en tijdschriften kunnen hun drukpersen stilzetten en de toekomst van het papieren boek ziet er inktzwart uit. Ook het contante geld zal stilaan verdwijnen net zoals het trein- en buskaartje al in het museum liggen. En de cd, dvd en blu-ray? Onnodig in de cloud. De nostalgische opleving van de grammofoonplaat zal verstommen, streaming wordt de standaard. Alle signalen van radio, televisie en het telefoonverkeer gaan binnen tien jaar over internet.

Deskundigen voorspellen dat door de automatisering alleen al in Nederland miljoenen banen overbodig worden. De gevolgen hiervan zijn nu nauwelijks te overzien. Sommigen zien het als een zege. Computers en robots doen het werk, verdienen het geld en alle burgers kunnen met een basisinkomen prettig leven en zichzelf volledig ontplooien. Anderen mensen zijn bang dat vooral de middenklasse wordt getroffen en dat de maatschappij verdeeld raakt in een elite van hooggeschoolde kenniswerkers en een grote kansarme onderklasse die moet leven met grote onzekerheden. Omdat een tevreden middenklasse de ruggengraat vormt van een democratie zal in het pessimistische scenario een technocratisch bestuur de macht overnemen.

De steenbokfase (2026-2032) is altijd een uitkristallisatie van boogschutter. Er zijn dan geen grote innovaties te verwachten. In de steenbokfase koelt de expansie van boogschutter af en ontstaan er condensatiekernen waar de macht zich concentreert. De grote internetbedrijven die de machtsstrijd in de cloud hebben gewonnen, zullen alles uit de kast halen om hun positie te verstevigen. Steenbok wil het hoogst haalbare bereiken en hiervoor moet steenbok zichzelf onder controle hebben. De privacy van burgers zal in deze fase sterk onder druk komen staan. Met de concentratie van geld en macht kan Google werken aan de vijfdegeneratiecomputers.

De groei van het internet zal in steenbok tot stilstand komen omdat de grens wordt bereikt in het energieverbruik. De infrastructuur van internet, de grote datacentra en de mobiele netwerken verbruiken veel energie. In een modern westers land verbruikt de ict-sector in 2015 ongeveer 8 procent van de elektriciteit. Het dataverkeer zal de komende decennia alleen maar toenemen en rond 2020 wordt er met een verbruik van ongeveer 20 procent een plafond bereikt, zeker in het kader van de klimaatdoelstellingen. Steenbok zal de dataopslag en het dataverkeer meer gaan beprijzen waardoor het ideaal van het vrije open internet gaat botsen met de machtige bedrijven die het internet controleren.

Tegen het eind van het steenboktijdperk ontstaat rond 2030 een onhoudbare situatie op het internet in het werkstation-servermodel (Engels: client-server). Dit model werd in kreeft opgetuigd: een server is permanent beschikbaar en is reactief en een client is bij gelegenheid actief en neemt het initiatief tot communicatie met de server. Schorpioen blaast de passieve server meer leven in. De servers in de cloud ontpoppen zich tot de meester van de client. Dit machtsmodel - wat steenbok zeer aanspreekt en maximaal zal gaan uitbaten - zal sterven bij het begin van het watermantijdperk. Steenbok eindigt met de dood; de val het Google-imperium.

Waterman komt met het alternatief van een peer-to-peerarchitectuur (p2p) hetgeen meer overeenkomt met de werking van zenuwcellen in onze hersenen. En als je bedenkt dat elke huiscomputer via de zonnecellen op het dak beschikking heeft over zijn eigen energie – net als elke hersencel zijn eigen energievoorziening heeft – gaat de energierevolutie in boogschutter de voorwaarden scheppen voor een echt decentraal neuraal netwerk.

Waterman komt rond 2032 met de bevrijdende revolutie. Waterman bedenkt een concept voor de toekomst. In deze turbulente fase moet de microchip gaan plaatsmaken voor de vijfdegeneratiecomputers welke veel sneller kunnen rekenen door een baanbrekende technologie. De vijfdegeneratiecomputers hebben de rekenkracht om nagenoeg vloeiend met gesproken taal te communiceren met mensen waardoor het toetsenbord overbodig wordt. In een p2p-architectuur zullen computers in een neuraal netwerk zelf leren van ervaringen en hun eigen ontwikkeling in de hand nemen.

Met de vijfdegeneratiecomputers komt de kunstmatige intelligentie in zicht. Over dit rekbare begrip wordt al decennialang gesproken. De eerste zakrekenmachines uit de jaren zestig waren al superieur ten opzichte van de rekenprestaties van de mens en ook de schaakcomputers zette de mens schaakmat. In de toekomst gaan computers auto’s en vliegtuigen besturen, diagnoses voor dokters stellen en op de stoel van de rechter zitten. Met gezichts- en stemherkenning kan een computer mensen herkennen, emoties afleiden en spreken als een mens. Maar hoewel dit aspecten zijn van intelligentie blijft de computer vooralsnog een rekenmachine die algoritmes uitvoert en geen gevoel of besef heeft en niet creatief kan denken. De heilige graal voor computerland - en voor andere een schrikbeeld - is de levende computer. Zo’n kunstmatig wezen bestaat in een embryonale fase: het internet.

Ram had het startschot gegeven met het apranet en tweelingen bouwde het uit tot internet. Kreeft bezielde het computernetwerk toen we massaal online gingen en schorpioen verbond ons fysieke lichaam met het web waarmee schorpioen de ziel transformeerde naar een hoger plan. De holistische vissen brengt het geheel samen: de mens en zijn machine.

Elke vijf jaar verdubbelt het aantal computers op het internet en als deze trend zich doorzet zitten er over dertig jaar meer intelligente apparaten op het internet dan wij als hersencellen in ons brein hebben. Elke computer functioneert als een zenuwcel in een neuraal netwerk en elke toegevoegde computer maakt het internet complexer en intelligenter. Wij intelligente wezen worden onbewust en dom geboren en tijdens ons leven leren we en doen we ervaringen op met behulp van onze zintuigen en geheugen. Ook internet is met miljoenen computers aangesloten op de gedachten van mensen, op onze lichamelijke activiteiten en met sensoren verbonden met de fysieke wereld. Alle databanken vormen het geheugen van internet. Al die foto’s en video’s, al die blogs, teksten uit boeken, streaming muziek, alle informatie op Wikipedia, alle camerabeelden, sensoren, alle informatie van het darknet, al die stromen van data en energie, al die hardware, al die bewuste aandacht die de mens hier in stopt, leidt tot een punt dat internet zelf tot leven komt. Op een gegeven moment zal internet dingen doen die we niet verwachten en in de vissenfase krijgt het internet als een emergent verschijnsel een vorm van bewustzijn. Het collectief van de hele mensheid brengt de holistische vissen tot leven in de onsterfelijkheid van cyberspace.

Dat betekent het einde van de personal computer als een elektronisch apparaat. Vissen zal de 72-jarige cyclus van de personal computer afronden: Game over.

Jeroen Visbeek, maart 2016

 Geef je oordeel over dit artikel 
Nog geen stemmen uitgebracht
 Plaats een reactie 

nog 993 tekens van de 1000 te gaan
Spamcontrole: hoeveel is negen gedeeld door drie
Reacties

disclaimer en privacy Contact website bijgewerkt: 17 juli 2019