Zoeken Contact

Artikelen van Jeroen Visbeek

De meeste getoonde artikelen zijn fragmenten uit mijn boeken. De biografieën zijn volledig opgenomen op deze website. De artikelen over de tijdgeest van onze cultuur (links of boven) vormen de kern van mijn boodschap en is de reden waarom ik deze site heb opgezet.

In de artikelen over het levensritme projecteer ik de twaalf levensfases van de cyclus van de twaalf dierenriemtekens op verschillende entiteiten. Met de precessiebeweging van de aarde verbind ik jaartallen aan deze twaalf levensfases en zodoende kom ik uit op mijn model over de tijdgeest over onze cultuur.

Gaandeweg heb ik mijn inzichten verbreed naar andere typologieën voor persoonlijkheidskenmerken en toen ik zich naar een onderlegger kwam ik uit op de numerologie en zodoende concludeerde ik dat de typologie met twaalf sterrenbeelden het sluitstuk is van twaalf systemen. Dit idee vormt de basis voor mijn boek over De universele levenscyclus.

Culturen tikken als een klok

Beïnvloeden de dag en de nacht ons? Voelen we ons anders onder het stralende zonlicht dan in de pikdonkere nacht? Tweede vraag: Beïnvloeden de seizoenen ons? Hebben de ijzige donkere winterdagen een andere inwerking dan de warme lange zomerdagen? Wie deze twee vragen met neen beantwoordt hoeft niet verder te lezen.

Waarschijnlijk zijn er weinig lezers afgehaakt. De vraag was of de bewegingen van de aarde invloed op ons heeft. Natuurlijk heeft het dagnachtritme en de afwisseling van de seizoenen invloed op de mens. En wat voor invloed! De dag is een periode van actie, werken en zweten. Er moet brood op de plank komen. Wanneer het donker wordt gaan we rusten en vooral slapen. En dan de seizoenen. 's Winters moeten de trui en de kachel aan. De zomer is de tijd van vakantie maar ook traditioneel de tijd van hard werken op de akkers. De rotatie van de aarde om haar as in vierentwintig uur en de rotatie om de zon in één jaar hebben grote invloed op ons. Maar er is nog een derde beweging: de precessie. Heeft deze beweging ook invloed op ons? De logisch denkende mens moet deze vraag bijna wel met ja beantwoorden; er zijn geen argumenten om er nee tegen zeggen. Eerst een overzicht ...

De drie bewegingen van de Aarde
Beweging één Beweging twee Beweging drie

Rotatie om haar as in 24 uur

 

Rotatie om de Zon in 1 jaar

 

Precessie in circa 26.000 jaar

Tijdgeest van het dagnachtritme is zichtbaar en voelbaar in het verloop van de dag en nacht. Tijdgeest van het jaarritme is zichtbaar en voelbaar in de seizoenen. Tijdgeest van de precessie is zichtbaar en voelbaar in de culturen.

Bekijk een uitleg over de precessie

De precessiebeweging is de verborgen motor van de culturen. Dat we dit niet als vanzelfsprekend ervaren komt door de traagheid van de precessie. Het ritme van het etmaal kunnen we goed overzien. We zien het licht en donker worden. Ook het jaarlijkse ritme van de seizoenen is nog overzichtelijk. Maar één precessie-omwenteling van 26.000 jaar duurt zelfs Methusalem te lang. Toch is de invloed van de precessie groot. Het beïnvloedt de langzame ontwikkelingen van culturen. Net als voor de traaglopende processen van de evolutie leven we te kort om de invloed er van te merken.

Toch kunnen met de precessie ook kortere ontwikkelingen worden geduid. Dit is mogelijk met de bekende esoterische wet "Zo boven, zo beneden". Volgens deze wet is elke cyclus zoals de dag, het jaar en één precessie-omwenteling onder te verdelen in een kleinere cyclus welke dezelfde eigenschappen heeft als de grotere cyclus.

We mogen dus een dag, een jaar of één precessie-omwenteling opdeling in kortere periodes. Een verdienstelijke indeling is die van het dozijn; de dag en de nacht duren elk twaalf uren en het jaar duurt twaalf maanden. De Chinese astrologie kent een cyclus van twaalf jaar. Ook gebruiken de Chinezen een systeem dat de dag verdeelt in twaalf 'uren'. Blijkbaar heeft de mens de voorkeur om de tijd te verdelen in twaalftallen. En dat is niet voor niets. Een dag of jaar lenen zich goed voor een indeling in twaalf fases. Elke fase komt zo overeen met één van de twaalf sterrenbeelden. Het karakter van de twaalf sterrenbeelden is toepasbaar op de sfeer van de twaalf fases van de dag of het jaar. Zo is de sfeer tussen zes en acht uur 's ochtends ram en tussen vier en zes uur 's nachts vissen.

Ook één precessie-omwenteling wordt verdeeld in twaalf tijdperken. In plaats van januari, februari enz. noemen astrologen deze tijdperken het vissentijdperk, het watermantijdperk enz. Elk tijdperk duurt 2168 jaar (26.012/12). Ze worden ook wel de kosmische maanden genoemd. Deze tijdperken bepalen de culturen op aarde en daarom noem ik deze de culturele tijdperken.

De invloed van de culturele tijdperken is te vergelijken met een themafeest met een zogenaamde dresscode. Als je naar de individuele feestgangers kijkt zie je dat sommige zich minimaal op het thema hebben verkleed, ze hebben een ander bloesje aangetrokken of een gek hoedje opgedaan. Zij zijn maar ternauwernood door de portier binnengelaten. Anderen hebben zich juist helemaal uitgedost en zichzelf geïdentificeerd met het thema. Dit zien we ook bij de culturele tijdperken. Alle volken worden beïnvloed door een cultureel tijdperk, sommige meer andere minder. En er is altijd één winnaar. Eén volk of cultuur welke specifiek is voor een cultureel tijdperk. Deze specifieke uiting van de tijdgeest noem ik de hoofdcultuur. Je zou de hoofdcultuur de 'aanvoerder van de mensheid' kunnen noemen. Andere culturen zijn niet minder dan de hoofdcultuur. Een elftal met alleen maar aanvoerders zou kansloos zijn. Alle culturen zijn even waardevol.

De 2000-jarige culturele tijdperken

Eén precessieomwenteling van 26.012 jaar is onderverdeeld in twaalf culturele tijdperken van 2168 jaar (26.012/12). De sfeer van elk cultureel tijdperk komt overeen met één van de twaalf astrologische principes. Deze vloeien langzaam in elkaar over. Er zijn steeds twee principes actief. Het sterkste teken heeft de meeste invloed op de tijdgeest en is hiermee dus dominant. De tijd waarin een teken dominant is, is per definitie het culturele tijdperk.

Volgorde van de tekens: De volgorde van de culturele tijdperken is bijzonder. Deze gaat van vissen, waterman ... tot ram. Dit is tegengesteld aan de normale volgorde van de twaalf dierenriemtekens: ram, stier, tweelingen ... waterman en als laatste teken vissen. De tegengestelde beweging wordt veroorzaakt door tegengestelde draairichting van de precessie. Vanaf de Noordpool gezien beweegt de rotatie van de aarde om haar as en om de zon tegen de wijzers van de klok in. De precessie beweegt tegengesteld met de wijzers van de klok mee. In de astrologie wordt dit een retrograde beweging genoemd.

In het bovenstaande overzicht is te zien dat in het jaar 20 voor Christus het 2168-jarige vissentijdperk begon. Alle volken hebben hierdoor nu visseninvloeden. Het christendom heeft de meeste invloeden en is als hoofdcultuur de specifieke uiting van het culturele vissentijdperk. Nu zijn we bijna aan het eind van het vissentijdperk. Rond 2150 n.Chr. zal het culturele watermantijdperk beginnen (Volgens sommige astrologen is het watermantijdperk al in 1967 begonnen. In een volgend artikel kom ik hier op terug). Waterman associeer ik met de Nieuwe Mens. In het engels wordt dit tijdperk the age of aquarius genoemd. Vóór het vissentijdperk was het ramtijdperk wat astrologen associëren met het jodendom. Vóór ram was het culturele stiertijdperk dat astrologen koppelen aan de Oud-Egyptische cultuur. Over het tijdperk daarvoor (tweelingen) is weinig bekend. De tijd heeft te weinig sporen nagelaten om het tweelingentijdperk te kunnen duiden.

mummie Ramses II

mummie van Ramses II, ca 1213 v.Chr. De materialistische stier doet er alles aan om het lichaam te behouden.

Het cultureel stiertijdperk
(4360-2190 v.Chr.)

In het culturele stiertijdperk (4360 – 2190 v.Chr.) was het stierprincipe dominant in de tijdgeest. Volken over de hele aarde gingen zich ‘stierig’ gedragen. Het archetype van stier is de boer. Met stier in de tijdgeest ruilden veel mensen in Europa en Azië hun jagersbestaan in voor het boerenleven. Dit was noodzakelijk geworden door klimaatveranderingen waardoor de jacht en het verzamelen van voedsel te weinig opbracht. Alleen de landbouw kon genoeg monden voeden. Stier wil graag een vaste plek op aarde. Ze is als een rots in de branding; stevig met alle vier de poten op de grond, onbewegelijk en statisch. Als boer werd de mens honkvast en hiermee was de mens stierig geworden.

Op het hoogtepunt van het cultureel stiertijdperk lijkt de ontwikkeling van de mensheid wel stil te staan. Over de periode van 4.000 tot 3.000 v.Chr. is historisch gezien weinig bekend; er gebeurde niet veel. De stabiele stier zorgde voor rust.

Stier bouwt graag simpele en kolossale dingen. Een typisch verschijnsel in het cultureel stiertijdperk waren de megalithische monumenten. Dit zijn de stenen bouwwerken zoals de hunnenbedden en Stonehenge. De eerste megalithische bouwwerken dateert men rond 5.000 v.Chr. (bij het begin van het stierprincipe) en de laatste rond 2.000 v.Chr. De grote vraag bij deze fascinerende bouwwerken is hoe de eenvoudige boeren in de steentijd de tonnenzware stenen op de juiste plaats kregen. Stier denkt hier met haar boerenverstand niet over na; zij doet het gewoon. Rustig en regelmatig werkt zij dag in, dag uit, totdat het af is. Niet als een workaholic, maar gewoon omdat stier houdt om met de aarde bezig te zijn. Stier bedenkt zich niet halverwege maar gaat standvastig door en maakt de dingen af waaraan zij begint. Door deze houding kan stier bergen werk verzetten.

Eén van die monumenten is de Piramide van Cheops in Gizeh. Hiervoor werd 6,25 miljoen ton steen verwerkt. De piramide is uiterst zorgvuldig gebouwd. Tussen de blokken die gemiddeld 2,5 ton wegen, zijn de voegen 0,5 millimeter. Stier houdt niet van haastwerk. Ze doet er liever wat langer over. Als het maar degelijk is. De piramiden en andere bouwwerken van het Oude Egyptische Rijk (± 2850 - 2250 v.Chr.) schitteren door het magnifieke vakmanschap. De piramiden hebben typische stierkenmerken. Het is een degelijke kolos met een minimum aan draagvlak in de hemel, de punt van de piramide. Het grondvlak is juist groot waardoor de piramide net als een stier een stevige verbinding maakt met de aarde. Ook heeft een piramide geen uiterlijke details. Eenvoud, degelijkheid en kolossaalheid; daar houdt een stier van.

Egypte is dé uiting van de stiercultuur. Nadat de Egyptenaren zich hadden gevestigd in de Nijlvallei werden ze zeer honkvast. Stier wil graag een vaste plek op aarde. Net als de piramide is een stier als een rots in de branding; stevig met alle vier de poten op de grond, onbewegelijk en statisch. Dit was in Egypte zichtbaar in de vaste woonplaats langs de Nijl. Terwijl andere volken voortdurend te maken hadden met vreemdelingen en binnendringers, die er dikwijls de macht overnamen was Egypte een toonbeeld van stabiliteit. Stier houdt vast aan haar eigen land en is niet uit op verovering van nieuw land. Dit was dan ook de houding van de Egyptenaren; ze veroverden geen andere grondgebieden maar consolideerden hun eigen land. De Egyptische maatschappij onderging gedurende haar geschiedenis opvallend weinig veranderingen. Zo hielden ze 3000 jaar vast aan hun hiërogliefenschrift. Invloeden van buiten hebben Egypte maar weinig veranderd. Net als de trouwe en conservatieve stier is het volk zichzelf altijd trouw gebleven.
De Egyptenaar hield zich bezig met zijn akker, dier en bezit. Stier is het teken van bezittingen. Zij koestert en beschermt het. Dit geeft stier zekerheden waar zij zo sterke behoefte aan heeft. De oevers van de Nijl gaven de Egyptenaren hun zekerheid. De geïsoleerde ligging bood Egypte veiligheid. Een andere blijvende zekerheid was de jaarlijkse zegebrengende overstromingen van de Nijl. Elke zomer trad de Nijl buiten haar oevers en zette een vruchtbare sliblaag af waarmee het mogelijk was om twee, zelfs drie oogsten per jaar binnen te halen. Egypte kon zich zo ontwikkelen tot een rustig en stabiel land hetgeen zo typisch is voor stier.

Een stier is ongecompliceerd en kan genieten van het leven. Het leven in het Oude Rijk zouden we nu het goede leven noemen. Er was rijkdom, stabiliteit, veiligheid, harmonie, tevredenheid en vrede. In tegenstelling tot de legende zijn de archeologen het er over eens dat de piramiden niet door slavenarbeid zijn gebouwd. In werkelijkheid kregen de arbeiders goede medische verzorging, gratis voedsel, kleding en huisvesting.

Stier is het teken van zinnelijk genot. Welvarende Egyptenaren twijfelden er niet aan, dat het de wil van de goden was, dat ze van de goede dingen der aarde genoten. De keerzijde van de aardse zinnelijkheid van stier is haar materialisme. De Egyptenaren waren niet vies van stoffelijk bezit, pracht en praal.

Ook de goden moeten voor stier concreet en tastbaar zijn. In een abstracte god kan zij niet geloven. Dit idee kwam tot uiting in de goddelijkheid van de koning. Hij was een bron van groot vertrouwen en een sterke samenbundelende factor. Een belangrijke taak van de koning (farao) was het handhaven van de goddelijke orde. De Egyptenaren noemden deze orde maat, wat waarheid, orde en harmonie betekent. Orde, die wil stier koste wat kost bestendigen. De farao moest als bemiddelaar tussen de goden en het volk de maat waarborgen. Rituele, magische en praktische middelen moesten succes verzekeren, ongeluk afwenden en de orde handhaven.
Omdat stier materiele zekerheden zoekt kan zij haar bezittingen eigenlijk nooit loslaten. Dit zien we terugkomen in de manier waarop de Egyptenaren naar de dood keken. De Egyptenaren geloofden dat het lichaam (je materiele bezit) na de dood behouden moest blijven voor het tweede leven in het hiernamaals. Zij zagen dit als een letterlijke voortzetting van het aardse leven. En misschien was het er zelfs beter. De vroege Egyptenaren geloofden al in een hiernamaals, want ze gaven de doden wapens, gereedschap, sierraden aardewerk en voedsel mee. Als gevolg van het klimaat droogden de lijken uit en werden ze op een natuurlijke wijze gemummificeerd. Later gingen de Egyptenaren hun doden mummificeren waardoor het lichaam (je bezit) langer geconserveerd bleef. Zo’n eeuwig lichaam moest natuurlijk in een eeuwig huis (piramide) worden bewaard. Met het geloof in het tweede leven consolideerde stier het bezit (je lichaam) en het aardse leven.

De Egyptenaren hadden een rustige en stabiele samenleving opgebouwd. Eén van de peilers was de welvarende landbouweconomie. Hoewel ze hard moesten werken genoten ze ook van wat de aarde voortbracht. Ze waren trouw, sterk, rustig en vol levensvreugde. Met deze stiereigenschappen was de Egyptische staat homogeen en stabiel.

Schilderij Abraham offert Isaak

Een engel laat Abraham een ram offeren in plaats van zijn zoon.

Het cultureel ramtijdperk
(2190-20 v.Chr.)

Rond 2000 v.Chr. werd ram dominant over stier. Met ram in de tijdgeest kwam de mensheid in een onstuimiger vaarwater terecht. Het was gedaan met de rust van stier. Ram is een strijder, een schelm. De avontuurlijk ingestelde ram houdt van zwerven. In het cultureel ramtijdperk (2190-20 v.Chr.) hadden de nomaden met hun migraties grote invloed op de geschiedenis.

Er zijn vele voorbeelden te geven van ruige krijgervolken die zich in dit tijdperk manifesteerden. De Kelten waren vermetele strijders - zelfs koppensnellers - die zich graag overgaven aan rumoerige braspartijen die vaak uitliepen op een handgemeen. Ze legden met geweld hun wil op aan andere volken. En de Foeniciërs waren berucht om hun zeeroverij en ze werden de ‘bloedrode’ mensen genoemd.

Ram is het teken van de geboorte, het IK-bewustzijn komt in ram naar voren waardoor ram zich wil onderscheiden van anderen. Rammen zijn de pioniers, alles begint met het teken ram. We zien in het ramtijdperk een kraamkamer van nieuwe volken en culturen. Bijna alle moderne volken zoals de Germanen, de Kelten, de Slaven, de Romeinen en de Grieken zijn ontstaan in het culturele ramtijdperk. Elk volk ontwikkelde zijn eigen IK-bewustzijn en elk volk moest zoals een ram dat betaamt zijn bestaansrecht veroveren.

Ram bracht nog een noviteit welke zeer kenmerkend is voor ram: de oorlog. Ram zoekt weerstanden en gaat het gevecht aan. Omdat een ram net is geboren moet hij vechten voor zijn leven. Rammen zijn snel, moedig en strijdbaar en houden van het heldendom en het avontuur. Het zuurstofrijke bloed en de adrenaline moeten bij een ram stromen. Onze huidige overlegcultuur waarbij gestreefd wordt naar het compromis is niets voor de strijdbare ram die er gewoon ‘lekker op los wil rammen’.

Mannelijke goden, heldenverhalen en oorlogsmythen zijn de kenmerken van het culturele ramtijdperk. Homerus’ krijgers uit de Ilias, de pioniers van de Odyssee, de gehelmde godin der wijsheid Pallas en de Romeinse Mithras godsdienst met soldatensymboliek zijn voorbeelden uit de ramcultuur. Het ramoffer van Abraham symboliseert het kunnen loslaten van de oude zekerheden om iets nieuws te kunnen beginnen.

De grootste ramheld aller tijden was de Macedoniër Alexander de Grote. Hij was al een legende in zijn eigen tijd. Zijn moed, vechtlust en tactisch inzicht waren ongeëvenaard. Een ram moet het hebben van snelle, gewaagde, impulsieve acties. In tien jaar tijd versloeg hij met zijn 30.000 man sterke leger het tien keer sterkere Perzische leger en had hij een rijk veroverd van de Bosporus tot de Indus.

Ook de goden werden rammig. Het waren mannelijke krijgsgoden die elkaar te vuur en te zwaard bestreden. Deze vechtlust en drang naar avontuur tussen de mens, halfgoden en goden kunnen we lezen in de Ilias en de Odyssee. Ook de goden van de Kanaänieten hadden veel menselijke trekken. De Kanaänieten beschreven de godenwereld vol haat, geweld, bedrog, hebzucht, partijvorming, onbesuisd gedrag, blunders, brasserijen en lustbevrediging.
In het ramtijdperk deed de Krijgsheer-Vadergod, of de toornende god, zijn intrede. De verering van deze nieuwe god ging samen met de onderdrukking van de vrouw. Men geloofde niet meer dat de vrouw zelfstandig kinderen voortbracht maar dat het de man was die zijn zaad in de vrouw strooit waarbij de vrouw slecht een akker is. In het joodse scheppingsverhaal werd eerst de man geschapen en was de vrouw slechts een bijproduct die uit de man was gemaakt. In dit ramtijdperk begon de strijd tussen de man en de vrouw. De uitslag was dat de man (ram) won en de vrouw werd onderworpen.

De specifieke uiting van het culturele ramtijdperk zijn de Semitische volken. Volgens de huidige astrologische inzichten wordt alleen het jodendom tot de ramcultuur gerekend. Ik voeg hier dus ook alle Semitische volken aan toe. Zij gaven vorm aan de ramcultuur. Onder de Semieten vallen vele stammen zoals de Assyriërs, Babyloniërs, Kaänieten, Foeniciërs en de Hebreeërs welke later bekend werden als de joden. De Semieten waren naar taal en cultuur verwant aan elkaar. Het zijn broedervolken. De joden nemen wel een bijzondere plaats in als het uitverkoren ramvolk.

De bloedverwantschap was geen aanleiding tot verbroederijking. Integendeel, de Semieten waren bijna onophoudelijk in een heftige familiestrijd verwikkeld. De strijd was rammig: agressief en impulsief. Vooral de Assyriërs hebben in de geschiedschrijving een reputatie van onafgebroken oorlogvoeren. Het Assyrische rijk had in haar bloeitijd (1500-612 v.Chr.) een ongeëvenaarde militaire kracht. De Assyriërs schreven in de geschiedenis een zeer bloedig hoofdstuk, aangezien ze zich veelal bedienden van het uitoefenen van terreur en het plegen van gruweldaden. Een vroeg voorbeeld van de wreedheid die kenmerkend zou worden voor het Assyrische optreden, werd gegeven door koning Salmanassar I (reg.1274-1245 vC), die eens 14.000 gevangengenomen soldaten als slaaf naar Assyrië liet overbrengen, maar niet voordat hij de ongelukkigen eerst weerloos had gemaakt door hen de ogen te laten uitsteken.

Ook voor de joden was de oorlogvoering een overheersende activiteit. Israël had vaak te leiden van roversbendes uit de woestijn. Hun aanvallen vonden razendsnel plaats en waren niet te voorspellen. Ze plunderden dorpen, vernietigden de oogst en namen vee en gevangen met zich mee. Vanaf het begin van Israël’ geschiedenis werd iedere man opgeroepen om mee te vechten.

Rammen zijn avontuurlijke zwervers. Dit is onlosmakelijk verbonden met de joden. Ze hebben nooit een vaste woonplaats gehad maar zwierven over de hele wereld. Het volk moest net als ram steeds weer opnieuw beginnen. Steeds als het joodse volk een vaste woonplaats scheen te hebben gebeurde er iets en moest men weer opbreken. In Israël strijden ze eigenlijk tegen hun eigen geaardheid nu ze strijden om hun vaste plaats op aarde.

Ram kan met zijn zwervende leven niet zeulen met zware spullen. Hij hecht meer aan iets persoonlijks met geestdrift. De joodse cultuur is dan ook niet bekend om zijn uiterlijke stoffelijke dingen zoals bouwwerken, schilderijen, kostbaarheden etc. Het jodendom is met zijn typische gewoontes veel meer bekend om zijn innerlijke cultuur. Een voorbeeld hiervan is de besnijdenis. Hiermee kreeg Abraham het eigendomsrecht over Palestina voor alle tijden. De actie, de adrenaline, het bloed en ijzer zijn typisch voor ram.

Het gevecht om het bestaan loopt als een rode draad door de geschiedenis van het joodse volk. Het kan wel een wonder genoemd worden dat het jodendom - bijna altijd sterk in de minderheid, vaak onderdrukt en onbegrepen - al 4000 jaar bestaat. De moedige ram laat zich door niemand wegslaan. Altijd op reis, optimistisch vechtend in de voorste gelederen: als kanonnenvoer of als held. Ram is de eerste. De joodse bijbelschrijvers vonden dat hun voorouders - Adam en Eva – de eerste mensen op aarde waren.

Omdat met de geboorte het IK-bewustzijn ontwaakt is ram ook heel persoonlijk. Dit is duidelijk zichtbaar in de persoonlijke belevenissen en avonturen van de Bijbelfiguren. Zij waren zeker niet heilig (zoals dat in het latere christendom meer werd gewaardeerd) maar bezaten alle goede en slechte menselijke eigenschappen. De joden hadden ook een persoonlijke band met hun God. God had het joodse volk zelf uitgekozen als het uitverkoren volk. Mozes had een verbond met God gesloten. In het christendom is deze band veel afstandelijker. De christelijke god oordeelt pas bij de hemelpoort en de joodse god reageert direct.

Ram begint altijd iets nieuws. De joden hebben de mensheid nieuwe inzichten gegeven. Zij begonnen met het geloof in één God, een abstractie God die zichzelf aan Mozes openbaarde als JHWH. In het Hebreeuws betekent dit ongeveer ik ben of zijn. Dit was geen zonnegod of natuurgod of een goddelijk mens, JHWH was een totaal nieuw godsbeeld. JHWH was een universele abstracte allesomvattende god. JHWH bevrijdde de joden uit slavernij van Egypte en leidde ze via de Sinaï naar het beloofde land. Dit was ook nieuw. De joden hebben de wereld het idee geschonken van de vrije mens. De exodus was een eye-opener. Iedereen is gelijk en vrij. Elk mens, elk individu werd belangrijk. Ieder mens is vrij. Elk mens heeft het recht om zich volledig te kunnen ontplooien. Geen enkel mens, mag een ander mens onderdrukken, laat staan vermoorden. De exodus heeft de Renaissance, de Verlichting en de democratie mogelijk gemaakt. Een ander idee dat de joden hebben geschonken, is een nieuw tijdsbesef. Voor Abraham hadden de mensen een circulair tijdsbesef. Men geloofde in de op- en neergaande cyclus van de maan en zon. Na het sterven van vissen volgde altijd weer de geboorte van ram. De joden hebben dit denken veranderd in een lineair tijdsbesef. In genesis schiep JHWH de wereld, daarna vond de geschiedenis plaats die eens in de toekomst op zal houden met de komst van de Messias. Dan houdt de tijd op. In het joodse tijdsbesef bestaat er zoiets als verleden-heden-toekomst waarbij de toekomst beter is dan het verleden. Het vooruitgangsdenken begon met de joden. In de toekomst wordt alles beter. De ontwikkeling van bijvoorbeeld de computer, waarin ingenieurs steeds snellere processors ontwikkelen, was ondenkbaar geweest met het Egyptische gedachtegoed. De farao moest de orde van het Nu handhaven. Het Nu was in de ogen van de Egyptenaren goed. Een andere computer zou in de ogen van de Egyptenaren een verstoring betekenen van de goddelijke orde van het Nu. In het joodse tijdsbesef staat de mens open voor verrassing, vernieuwing en revolutie. Als laatste nalatenschap van de joden aan de wereld noem ik de tien geboden. Een bijzonder gebod is de verplichte rustdag. Het ligt aan de basis van ons moderne weekend. Dit was iets nieuws. De rustdag moest benut worden voor gebed, studie en recreatie (of re-creatie, met andere woorden her-schepping). De joden kregen de taak om zich op de sabbat te ontwikkelen. Israël was het eerste land met een dergelijke waardering voor studeren. Studeren werd voor het eerst als een universele democratische plicht gezien die door de machthebbers bevorderd moest worden. Een vrij mens mag ook vrij denken. Creativiteit, studie en vrijheid werden met elkaar verbonden. Met deze ideeën hebben de joden veel creatieve geesten voortgebracht. Met ram in de tijdgeest werd de vrije creatieve zelfbewuste mens op aarde geboren.

schilderij Jezus Christus

Christus offerde zichzelf om de mens te verlossen van zijn zonden.

Het cultureel vissentijdperk
(20 vC- 2150 n.Chr.)

Rond 20 v.Chr. brak het uur van vissen aan. Na de geboortegolf van nieuwe volken van ram was er in het cultureel vissentijdperk (20 vC- 2150 n.Chr.) een grote terugval te zien. Vissen is het teken van verval. Europa viel aan het begin van de Middeleeuwen (500-1500 n.Chr.) in chaos. Veel overleveringen van de klassieke oudheid gingen verloren. Een groot verlies was de verwoesting van de bibliotheek in Alexandrië. Vissen is niet geïnteresseerd in wetenschap maar zoekt eenzaam naar verlichting.

Bij vissen breekt het besef door dat we allen een onderdeel zijn van het grotere geheel. In het cultureel vissentijdperk zijn we ons dit gaande weg steeds meer gaan beseffen. De globalisering is hier een uiting van.

De holistische vissen gelooft dat alles met elkaar is verbonden. Er is één schepping, één universum en één God. Bij het begin van het culturele vissentijdperk was met uitzondering van de joden de verering van meerdere goden nog steeds de traditie. Langzaam aan is dit verdrongen. Inmiddels bestaan er geen tempels meer voor de verering van meerdere goden. Of je bent atheïst of je gelooft in één god. Die god kan Allah, JHWH of Onze Vader heten. De krijgsgoden van ram zijn ingewisseld voor de barmhartige universele vissengod.

Barmhartigheid is ook een nieuw begrip voor de mensheid welke we te danken hebben aan vissen. De zachte fijngevoelige vissen is de liefdevolle hulpverlener bij uitstek. In het jodendom en christendom is de liefdadigheid een deugd. In de middeleeuwse kloosters werden de zieken en armen opgevangen en verzorgd. In de islam is de liefdadigheid zelfs een plicht.

Vissen heerst over het bewustzijn. Net als vissen is het bewustzijn overal en nergens. Het (bewust)zijn was het belangrijkste thema in de middeleeuwse filosofie. Ook het boeddhisme en hindoeïsme zijn uitingen van vissen. Deze religies hebben zich net als het christendom altijd sterk gericht op de zoektocht naar verlichting en verlossing.

Het christendom is dé uiting van de vissencultuur. De naam van Christus is ontstaan uit het Griekse woord vis dat in de Romeinse letters als ICHTUS wordt geschreven. Christus was dus een vis. ICHTUS vormt tevens de beginletters van de woorden Iesos CHristos Theou Uios Soter, ‘Jezus Christus, Zoon van God, de Verlosser’.

Het hoogtepunt van het culturele vissentijdperk waren de Middeleeuwen. Het beeld dat we nu hebben van de Middeleeuwen is vrij negatief. De middeleeuwse christen mocht geen persoonlijk aards geluk nastreven. Het aardse leven was een doorgangshuis, een tranendal, een lijdensweg die na de dood overging in het hemels paradijs. Vissen is het moeilijkste teken om te begrijpen. Zij wil haar identiteit opgeven om in een groter geheel op te lossen. Het levensdoel van elke christen is dan ook de navolging van Christus en het opgaan in het Goddelijke. Om dit te bereiken moet vissen alle aardse vormen loslaten en dus ook haar eigen persoonlijkheid. De christelijke tradities en het voorbeeldkarakter van Gods heiligen vormden in sterke mate een rem op individuele ontplooiing. De Middeleeuwer leverde dan ook heel wat van zijn individualiteit in. In alle toonaarden komt steeds hetzelfde motief terug: ‘De nederige zal hoog verheven worden, de machtigen der aarde zullen worden verworpen’. Op schilderijen werden mensen identiek uitgebeeld (als schapen) en de kunstenaars signeerden hun schilderijen niet. Dit is een grote tegenstelling met de juist zo persoonlijke joodse cultuur.

Vissen is het laatste teken van de dierenriem. De binding met de oude cyclus moet worden losgelaten en hieruit moet de nodige lering worden getrokken, zodat met nieuwe ervaring toegerust begonnen kan worden aan een nieuwe cyclus. Het is een fase van chaos en verval, de Apocalyps, verstilling en zelfonderzoek. Als hekkensluiter wordt vissen zich ook bewust van wat je allemaal fout hebt gedaan in je leven. Bij vissen komt het schuldbesef. En door je fouten heb je schuld. In de christelijke leer wordt de mens dan ook schuldig geboren door de erfzonde begaan door Adam en Eva. Jezus Christus nam met zijn doodsoffer (vissen als zelfopoffering) alle schuld van de hele mensheid op zich. De leer van Jezus is dat je in Hem moet geloven om verlost te worden van je schulden met als beloning het eeuwige leven. Je moet hiervoor als een vis leven: nederig, vergevend, barmhartig, hulpvaardig. Vissen onderwerpt zichzelf en leert door lijden. Zij gelooft in oorzaak en gevolg en gaat ervan uit dat het ondergaan van het lijden verlichting brengt. Hiervoor moet je je eigen identiteit loslaten en je aardse bezittingen en lusten opgeven. Dit is niet makkelijk. Want wie is sterk genoeg om weerstand te bieden aan de aardse zondes?

Vissen is een dualistisch teken. Het donkere en het lichte zijn de twee kanten van vissen. De donkere vis geeft zich makkelijk over aan seksuele lusten en verslavingen. De verlichte vis houdt zich bezig met spiritualiteit en zoekt naar verlichting en verlossing. Het is de tegenstelling tussen goed en kwaad; hemel en hel. De verlichte vissen is zich bewust dat goed en kwaad – de twee kanten van vissen – in de mens zelf zitten. Het kwaad heeft een karmische oorzaak. Hierdoor moet de mens lijden. Om het lot te overstijgen moet vissen zich van zijn eigen goed en kwaad bewust worden. Door het kwaad liefdevol te accepteren kan het bestreden worden. Op deze manier kan vissen het goed en kwaad oplossen in de Heilige Geest. De Kerk vond dit voor het gewone volk te moeilijk. Zij gaf daarom het kwaad een gezicht met de duivel.

Een vissenmens staat met één been op aarde en met het andere been in het hiernamaals. Vissen begrijpt beide werelden. Geen andere godsdienst dan het christendom kent een zo sterke nadruk op deze vissendualiteit. Het christendom is een 2000 jaar durend gevecht tegen de duisternis en de zoektocht naar het licht.

Het is moeilijk om de beide werelden van elkaar te onderscheiden. Want hoe weet je of je bedrogen wordt door de duivel? Wat is echt en wat is nep? Of is die christelijke leer zelf een dwaling? Wie zegt dat Jezus de Zoon van God was? De enige antwoord is het pure geloof in het Al omdat je het intuïtief zeker weet. Je moet durven je eigen IK los te laten en puur geloven in Jezus Christus. Alleen het irrationele geloof in de eenheid van het Al geeft de verlossing van het lot.

Het cultureel watermantijdperk
(2150 - 4310 n.Chr.)

Wij staan aan de dageraad van het cultureel watermantijdperk (2150 - 4310 n.Chr.). Dit teken past beter bij Homo Sapiens. Ons rationele verstand vertelt ons dat de wonderen die in de Bijbel staan niet mogelijk zijn. Met de toenemende kracht van waterman begrijpen we niet meer wat de christenen 2000 jaar lang heeft bezield. Vooral het opgeven van je eigen identiteit is tegenwoordig moeilijk te begrijpen. Als binnenkort het watermantijdperk begint zal de mensheid een moeilijk tijdperk achter zich laten.

Waterman is het teken van vrijheid, gelijkheid en broederschap. In het culturele watermantijdperk zal er op revolutionaire wijze worden gebroken met de oude machtsverhoudingen. Waterman bedenkt concepten voor een betere toekomst. Het ideaal van waterman is dat de Nieuwe Mens zijn geluk vindt in een soort communistische heilstaat. Maar omdat waterman het teken is van het ideaal zal dit altijd wel een utopie blijven.

De volken van de culturele tijdperken domineren de geschiedenis. De Egyptenaren waren als een rots in de branding het volk van de stiercultuur. Zij waren er van overtuigd dat zij een uitverkoren volk waren met een nationale lotsbestemming. Hun stabiele maatschappij met de farao als godkoning inspireerden vele volken. De joden vonden hun bezieling in Egypte. Mozes bevrijdde hen van het juk van de farao’s en sloot in de Sinaï een verbond met God. Als uitverkoren geloofden zij als eersten in één God. Met hen begon het monotheïsme dat nu wijd over de wereld is verbreid. Nu zijn de christenen al tweeduizend jaar het ‘superieure ras’. Karel de Grote sloot het machtige verbond tussen Kerk en staat. Hoewel Napoleon Kerk en staat officieel scheidde handelen veel Westerse leiders nog steeds vanuit het christelijke gedachtegoed (goed en kwaad). Waterman gelooft niet in God maar in de mens zelf. Want de mens die kan wat. Met gentechnologie zal de vernuftige waterman een uitverkoren Übermensch maken. Eens zal ook het uur van waterman zijn geslagen. Rond 4310 n.Chr. zal steenbok het estafettestokje van waterman overnemen.

Jeroen Visbeek, mei 2004

 Geef je oordeel over dit artikel 
Nog geen stemmen uitgebracht
 Plaats een reactie 

nog 993 tekens van de 1000 te gaan
Spamcontrole: hoeveel is negen gedeeld door drie
Reacties

Reactie van U27 June 2017
Welkom! U bent getuige van de 2e spam van dit jaar! Gefeliciteerd! Nu ontvangt u een gratis spam virus op uw computer! Voor klachten ga naar www.spam.nl/ikwilvanmijnspamafpuntnl

Reactie van Vierkant 27 June 2017
Een nieuwe start met spammen!

disclaimer privacywebsite bijgewerkt: 10 augustus 2018