enveloppe zoeken

Artikelen van Jeroen Visbeek

De meeste getoonde artikelen zijn fragmenten uit mijn boeken. De biografieën zijn volledig opgenomen op deze website. De artikelen over de tijdgeest van onze cultuur (links of boven) vormen de kern van mijn boodschap en is de reden waarom ik deze site heb opgezet.

In de artikelen over het levensritme projecteer ik de twaalf levensfases van de cyclus van de twaalf dierenriemtekens op verschillende entiteiten. Met de precessiebeweging van de aarde verbind ik jaartallen aan deze twaalf levensfases en zodoende kom ik uit op mijn model over de tijdgeest over onze cultuur.

Gaandeweg heb ik mijn inzichten verbreed naar andere typologieën voor persoonlijkheidskenmerken en toen ik zich naar een onderlegger kwam ik uit op de numerologie en zodoende concludeerde ik dat de typologie met twaalf sterrenbeelden het sluitstuk is van twaalf systemen. Dit idee vormt de basis voor mijn boek over De universele levenscyclus.

De jaartallen heb ik in september 2018 aangepast, ± 5 jaar. Zie voor meer info video en tabel

Generaties van het historische watermantijdperk

De culturele en historische tijdperken geven de langlopende trends aan. Door de lange tijdsduur – 2168 en 181 jaar – leven we generaties lang in hetzelfde culturele of historische tijdperk. Maar wat zich in het groot afspeelt, speelt zich ook in het klein af. In dit laatste hoofdstuk zien we dat ook elke generatie zijn eigen tijdperk heeft.

Dit is mogelijk met de bekende esoterische wet “Zo boven, zo beneden”. Met deze wet is elk tijdperk op te delen in een kleinere cyclus welke op haar beurt weer verder op te delen is, enzovoort. Deze wet was al in hoofdstuk één toegepast op de precessie-omwenteling welke een onderverdeling kent van de twaalf culturele tijdperken. Elk cultureel tijdperken had ik weer verder opgedeeld in twaalf historische tijdperken. Door ook deze laatste verder op te delen ontstaan de generatieve tijdperken. Zo ontstaan er verschillende niveaus in de tijdgeest.

naam tijdperk tijdsduur in jaren invloed op de ontwikkeling van:
homonide 26.012 evolutie van de mens
cultuur 2.168 R culturen
historie 181 geschiedenis
generatie 15 generatie

Eén precessie-omwenteling (26.012 jaar) is onder te verdelen in kleinere cycli. Zo ontstaan er verschillende niveaus. De tijdsduur van elk niveau is steeds 1/12 deel van het bovenliggende niveau. Ik ga er van uit dat alleen de culturele tijdperken retrograde (R) lopen van vissen naar ram. Dit komt door de tegengestelde (retrograde) precessiebeweging. Op de andere niveaus lopen de tijdperken normaal van ram naar vissen.

Ik onderscheid vier niveaus in de tijdgeest: het niveau van de mens (homo in het Latijn), cultuur, geschiedenis en de generatie. Het niveau van de mens bestaat uit twaalf tijdperken van 26.012 jaar; samen twaalf fases van de evolutie van onze soort. De uitwerking hiervan valt buiten dit boek. Eén homonide tijdperk van 26.012 jaar is onderverdeeld in twaalf culturele tijdperken van 2168 jaar. Deze tijdperken uiten zich in de hoofdculturen en zijn de verfijning van één fase uit de evolutie van de mens. Elk cultureel tijdperk is op haar beurt onderverdeeld in twaalf historische tijdperken. Hiermee heeft elke cultuur twaalf kenmerkende fases. De laatste twee fases van het culturele vissentijdperk – het christendom – zijn het historische waterman- en vissentijdperk. Historici noemen deze de Moderne en de Postmoderne Tijd. In dit hoofdstuk beschrijf ik de generatieve tijdperken van deze twee historische tijdperken. Om het begin van het historische watermantijdperk te begrijpen duik ik eerst wat dieper in de geschiedenis.

tijdperken historische culturen

Een historisch tijdperk uit zich in een historische cultuur welke een dag- en een nachtfase heeft. In de dagfase is de historische cultuur dominant ten opzichte van de cultuur in de nachtfase.

Het historische boogschuttertijdperk (1428-1607) uitte zich in de Renaissance. De vurige en begeesterde boogschutter bracht toen turbulentie in het christendom met de missionarissen, Reformatie en de bloedige godsdienstoorlogen. Door de enorme expansie van boogschutter ontstaat er behoefte aan stabiele machtsstructuren. Die kwamen er met de opvolger van boogschutter: steenbok. Het historische steenboktijdperk (1607-1786) kenmerkt zich door het absolutisme; het ancien régime. De koningen hadden de absolute macht en regeerden als een Godkoning over hun land. Het absolutisme bracht de nodige rust en stabiliteit waardoor christelijk Europa de wereld naar zijn hand kon zetten.

Maar toen het historische steenboktijdperk aan het eind van de 18e eeuw op haar laatste benen liep had het absolutisme een verlammende en uitputtende werking op de maatschappij. Het standonderscheid was zeer oneerlijk en de juridische organisatie was verouderd. De financiële toestand van Frankrijk werd steeds zorgwekkender. Misoogsten leidden tot prijsstijgingen van voedingsmiddelen. Voor veel Europeanen was de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten in 1776 een signaal dat het ancien régime wankelde. De denkers van de verlichting hadden aangegeven dat het anders kon.

Cyclus historisch watermantijdperk

De 12 generatieve tijdperken vertellen het verhaal van het historische tijdperk.

En toen brak in 1786 het historische waterman-tijdperk aan. Waterman wil zich revolutionair bevrijden uit de machtsstructuren van steenbok. In het generatieve ramtijdperk (1786-1801) werd het startschot gegeven. Ram begint met een knal van energie. Op 14 juli 1789 barstte de bom met de Franse Revolutie. Hiermee begon de vrijheidsstrijd die zo kenmerkend zou gaan worden voor het historische waterman-tijdperk.

Op 4 augustus 1789 deden de adel en geestelijkheid afstand van hun voorechten wat het einde van de feodale samenleving betekende. Koning Lodewijck XVI werd in 1792 gevangen genomen, terechtgesteld en onthoofd. Frankrijk was nu een republiek. De burgerij gaf in 1789 de Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger uit. De kerkeigendommen werden genationaliseerd. De Franse revolutie luidde een decennium in van grote onrust. Ram begint strijdvaardig met een knal van energie.

Ram strijdt om zijn bestaansrecht. De pasgeboren Franse republiek kende veel vijanden. In eigen land probeerden de oude koningsgezinden de macht terug te grijpen. Ook de buitenlandse landen probeerden het instabiele Frankrijk in hun macht te krijgen. Om de republiek tegen al deze bedreigingen te beschermen werd er een revolutionair Comité van Openbare Veiligheid opgericht. De nieuwe republikeinse leiders zochten hun heil in een bestuur van terreur. De vurige ram beschouwt de aanval als de beste verdediging. Al de bedreigingen leidden in Frankrijk tot hysterie. In 1793/94 werden 40.000 vijanden van de republiek geëxecuteerd. Sommigen waren echte samenzweerders maar velen belandden onschuldig onder de guillotine. Frankrijk verklaarde in 1792 Oostenrijk de oorlog met het argument dat het omringd was door onverzoenlijke vijanden die constant complotten aan het smeden waren tegen haar nieuw verworven vrijheid. In 1793 had Frankrijk Savoye in Noord Italië, België en delen van West-Duitsland veroverd. De onstuimigheid, het onbesuisde vechten zijn typisch voor de tijdgeest van het generatieve ramtijdperk. Het historische watermantijdperk met zijn kenmerken van vrijheid, gelijkheid en broederschap had met ram het licht gezien maar was nog zeer jong, egoïstisch en wild.

Rond 1795 raakte het nieuwe Frankrijk uitgeput na vijf jaar intensieve revolutionaire activiteiten. De regering werd geconfronteerd met enerzijds een herleving van royalistische gevoelens en anderzijds met rellen en complotten van de nog steeds in armoede verkerende stedelijke bevolking. Frankrijk begon te snakken naar rust. De rust en stabiliteit zouden er komen in het generatieve stiertijdperk (1801-1816).

De briljante jonge generaal Napoleon Bonaparte wist tussen 1795 en 1799 royalistische opstanden in Frankrijk te onderdrukken en belangrijke overwinningen te boeken tegen Oostenrijk en Italië. De mensen kregen er vertouwen in dat Napoleon de rust kon brengen en de sterke man was die de revolutie kon bestendigen.

Stier moet absoluut niets van revoluties weten. Zij wil materiele zekerheden waar zij op kan bouwen. Omdat ram een ware schokgolf teweeg had gebracht was de tegendruk van stier dan ook even groot. Van de klap naar links gingen de Fransen naar een klap naar rechts: van vrijheid gelijkheid en broederschap gingen de Fransen naar de militaire dictatuur van Napoleon. Maar stier breekt nooit met het nieuwe van ram. Wat ram heeft gezaaid gaat stier oogsten. Wat bij ram progressief begint wordt bij stier altijd conservatief. De explosieve ramenergie is vluchtig en omdat de oude krachten (de historische steenbokcultuur) nog steeds het nieuwe (waterman) tegenwerkten moet stier vooral stabiliteit en bestendigheid brengen om te overwinnen op het oude.

De nuchtere stier zette Frankrijk weer met beide benen op de grond. Veel revolutionaire fransen beschouwden Napoleon als het grote verraad van de vrijheidsidealen van de revolutie. Maar wie beter kijkt ziet dat de trend toch gezet was. Stier gaat concreet aan de slag met de idealen van ram. In Frankrijk kwam in 1811 de grondwet tot stand. De drie staatsmachten werden gescheiden en er kwam persvrijheid. In 1812 kwam er algemeen kiesrecht en Napoleon zette de burgerlijke stand op. In Nederland regelde het Napoleontische bewind in korte tijd veel dingen. De bureaucratie werd aangepakt, er werd een huisnummering doorgevoerd, de burgerlijke stand werd ingevoerd (elke burger moest een eigen achternaam kiezen), de maten en gewichten werden geüniformeerd, de rechterlijke macht werd anders georganiseerd met kantongerechten, de arrondissementsgerechten, de gerechtshoven, de staatsschulden werden verminderd tot een derde en er werd een nieuw muntstelsel ingevoerd. Ook in het Engelse rijk werd begonnen met het concretiseren van de mensenrechten. In 1807 werd de slavenhandel in het hele Engelse rijk verboden.

Omdat in Napoleon de oude macht van de koning en de idealen van de revolutie waren verenigd konden zowel de conservatieve royalisten als de revolutionairen in Napoleon hun leider zien. Napoleon beperkte de klassenconflicten tot een minimum, vergrote de Franse nationale eenheid en trok de economie uit het slop. Hierdoor kwam er eindelijk rust en stabiliteit waardoor de revolutie kon worden bestendigd (stier). Het was aan zijn bestuur te danken dat het latere herstel van de monarchie in 1814/15 geen terugkeer betekende naar de situatie van voor 1789.

Naast vrijheid en gelijkheid zoekt waterman broeders. Napoleon probeerde Europa te verbroederen. Op zijn hoogtepunt stonden grote delen van Europa onder zijn gezag. Dit ging echter wel op een hardhandige en onderdrukkende wijze; Europese verbroedering (waterman) door onderdrukking (steenbok). Op veel plaatsen ontlook hierdoor het nationalisme. Met de oorloggen van Napoleon tegen Rusland was het gedaan met de rust in Europa. De invloed van onrustige tweelingen werd merkbaar. Voor een Europese verbroedering was het nog veel te vroeg.

Links: In ram brak waterman met de Franse Revolutie door de macht van steenbok
Rechts: Napoleon bestendige in de stierfase de idealen van waterman.

De Franse revolutie had veel omgewoeld en Napoleon had als een dictator over Europa geheerst. De schrik zat er goed in bij de oude machthebbers. Na de val van Napoleon werd tijdens het Congres van Wenen (1814-1815) getracht de rust (steenbok) terug te brengen. Europa werd opnieuw verdeeld onder de oude vorsten waarbij ze hun macht zoveel mogelijk restaureerden. Maar dit betekende niet de terugkeer van de situatie van vóór de Franse revolutie.

Steenbok was dus in 1815 met haar absolutisme weer terug. Dit komt omdat de historische steenbokcultuur rond 1876 was overgegaan van de dag- naar de nachtfase. Deze loopt gelijk met de dagfase van de historische watermancultuur. Gedurende de dagfase gebruikt waterman steenbok als springplank om zich te bevrijden van de onderdrukking en macht van steenbok. Europa veranderde in 180 jaar van de statische standenmaatschappij (steenbok als vasthoudend en hiërarchisch) naar de dynamische klassenmaatschappij (waterman als veranderlijk en groepsgezind). Het was de overgang van de klassieke tijd (steenbok) naar de moderne tijd (waterman). We zullen steenbok in deze tekst dan ook nog vaak tegenkomen.

In Nederland markeert het generatieve tweelingentijdperk (1816-1831) het begin van de moderne Nederlandse staat welke in 1813 werd gesticht. Aan het woord ‘moderne’ zien we de toenemende invloed van waterman. Maar steenbok was bij lange na nog niet verslagen. Het absolutisme was na het Congres van Wenen weer grotendeels terug. Koning Willem I had alle macht over Nederland en België. Omdat hij de ontginning, bebossing, verbetering van waterwegen en de koopvaardijvloot stimuleerde werd hij de koopmankoning genoemd. Reizen en handel is typisch voor de gewiekste tweelingen. Ook werd begonnen met de aanleg van de telegraaf, nieuwe kanalen en wegen en de eerste spoorlijnen. Tweelingen legt contact met de buren; korte reizen en communicatie zijn hierom een typisch verschijnsel van een tweelingentijdperk. Ram vocht voor de idealen van waterman met de Franse revolutie en in tweelingen konden de mensen hun idealen ook uitwisselen dankzij de transportrevolutie.

Ram was moedig door de oude krachten (steenbok) heen gebroken en de kolossale stier had dankzij haar enorme standvastigheid het oude overwonnen. Europa had aan vrijheid-gelijkheid-broederschap geroken. Maar de echte vrijheid zou pas honderdvijftig jaar later komen aan het eind van het historische watermantijdperk. Het generatieve tweelingentijdperk is een onmisbare schakel hier naar toe. Wat rond 1815 ontbrak was een praktische leer over hoe je een maatschappij moet inrichten om burgers maximale vrijheid te geven. Tweelingen leerde de mens het Liberalisme.

Gespleten als tweelingen is bestaat het Liberalisme uit twee stromingen: het economisch en politiek Liberalisme. Het economisch Liberalisme kwam voort uit de industriële revolutie. Een nieuwe groep zakenlieden - de kapitalistische ondernemers - streden voor economische vrijheid en vrije concurrentie. De arbeids– en goederenmarkt dienden zoveel mogelijk vrij te zijn van gildenbepalingen en tollen. Ook aan de overheidsbemoeienis die zo sterk was toegenomen onder de dictatuur van Napoleon diende paal en perk worden gesteld. Het ideaal was een zogenaamde nachtwakerstaat, waarbij de overheid zich nog uitsluitend zou bezig houden met het handhaven van de openbare orde en dergelijke.

Het tweelingbroertje van het economisch Liberalisme was het politiek Liberalisme. Dit was uit het optimistische verlichtingsdenken en de idealen van de Franse revolutie ontstaan. Aanhangers van het politiek Liberalisme streefden naar een maximale zelfontplooiing van het individu, individuele vrijheid en gelijkheid (waterman), gebaseerd op de wetten van de rede (waterman). Ze wilden een grondwet waarin de rechten zoals de vrijheid van meningsuiting, godsdienst, vereniging en vergadering werden verankerd; voorts wensten zij een gekozen parlement, gelijkheid van allen voor de wet en rechtszekerheid.

Waterman kwam in tweelingen in de pubertijd. Als een puber schopte waterman tegen het denken in maatschappelijke standen. Het moest anders. Een nieuw soort mens verscheen: de vrije burger. Zij verzetten zich tegen het absolutisme, tegen de privileges van de standen en tegen de overheersing van de Kerk. De vrije burgers gingen steeds meer deelnemen aan het politieke debat. Uiteindelijk zou het economisch Liberalisme leiden tot de kapitalistische consumptiemaatschappij en het politiek Liberalisme tot de democratische rechtstaat.

Na de knal van de Franse revolutie (ram), de bestendiging van Napoleon (stier), de leertijd van het Liberalisme (tweelingen) rees in het generatieve kreefttijdperk (1831-1846) de vraag wie men eigenlijk is. Behoor je tot een maatschappelijke stand (steenbok) of ben je een vrij burger (waterman)? Waar hoor je bij, wat is je ziel? Kreeft bezielde het vrijheidsideaal van waterman door de identiteit opnieuw af te bakenen. Dit kan kreeft alleen maar doen door zich te richten op je afkomst: je familie. In een cultuur is het volk je familie. Kreeft bezielde het volk met de wil tot vrijheid.

In tweelingen vochten de vrije ondernemers en de intellectuele bovenlaag voor economische en politieke vrijheid. In kreeft ging het hele volk vechten haar vrijheid. Hun ideologie werd het nationalisme. In het Liberalisme komt het vrijheidsideaal van waterman tot uiting en in het nationalisme komt een ander kenmerk van waterman tot uitdrukking: het broederschap.

Met kreeft in de tijdgeest zochten volken naar hun afkomst. Onder invloed van de Romantiek gingen volkeren zoeken naar eigen kenmerken in het verleden. De Duitse filosoof Herder verschafte een ideologie aan deze romantische zoektocht naar de eigen identiteit. Volgens hem bezat ieder volk een eigen persoonlijkheid, de Volksgeist. Net als elk individu had ook elk volk het recht zich vrij te ontplooien.

De behoefte aan de Volksgeist werd versterkt door het nog steeds niet verslagen absolutisme. Na het congres in Wenen was Europa verdeeld in een aantal grote staten met vorsten en keizers aan het hoofd. Volken zoals de Grieken, Polen, Hongaren, Belgen en de Ieren hadden geen eigen staat. Deze volken voelden zich onderdrukt en wilden zich bevrijden. Het nationalisme gaf ze hiervoor een ideologie.

In Duitsland en Italië was de situatie juist omgekeerd. Deze landen waren hopeloos verzwakt in ministaatjes. Duitse en Italiaanse nationalisten streefden naar de hereniging van hun natie. Zoals we later zullen zien zou het Duits nationalisme aan de wieg staan van twee wereldoorlogen.

Mede door nationalistische gevoelens braken er in 1830 revoluties uit. Liberalen en nationalisten vochten zij aan zij tegen de machthebbers. De nationalistische idealen sloten goed aan bij het Liberalisme dat de volkssoevereiniteit en de vertegenwoordiging van het volk in de regering propagandeerde. Het eerste succes was de onafhankelijk van België en Griekenland in 1830.

Kreeft richt de aandacht op de eigen gevoelens. Samen dezelfde ellende meemaken verstrekt de gevoelsmatige band met je eigen volk. Kreeft is angstig voor de buitenwereld. Door deze houding is kreeft passief naar buiten toe en laat zij zich makkelijk onderdrukken. Het kreefttijdperk was het absolute dieptepunt van de uitbuiting van het volk. Lange werktijden, onveilige arbeidsomstandigheden, kinderarbeid, lage lonen en overvolle bedompte krottenwijken. Epidemieën lagen op de loer en braken van tijd tot tijd uit. Kortom het trieste beeld dat in de boeken van Charles Dickens wordt geschetst. Met het nationalisme had het volk een ideologie (waterman) waarmee het kon vechten tegen deze erbarmelijke levensomstandigheden. De hogere klassen waren niet blind voor deze ellende en zagen de steden als broeinesten voor revoluties (waterman). Het begrip ‘gevaarlijke klassen’ werd voortaan een spookbeeld voor tal van regeringen.

Sloppenwijken werden beschouwd als de broeinesten van
    de revolutie

Sloppenwijken werden beschouwd als de broeinesten van de revolutie

De vrees voor de revolutie werd de waarheid. Gevoed door misoogsten, voedselschaarste en prijsstijgingen ging de revolutionaire waterman in het generatieve leeuwtijdperk (1846-1861) in de aanval. In 1848 werd Europa overspoeld door een ware revolutiegolf: het volk ging de straat op, regeringen vielen, liberalen en radicalen namen de macht over. Het begon in Parijs, daarna volgden München, Wenen, Berlijn, Boedapest en Milaan. Door haar omvang snelheid en intensiteit leek de opstandige beweging voorgoed de weg te banen voor vrijheid en democratie (waterman). Maar de revoluties werden neergeslagen en zo snel als ze de kop op staken, zo abrupt waren de revoluties weer afgelopen. De oude machthebbers prolongeerden hun macht, politieke vrijheden waren van de baan en het politieke Liberalisme was mislukt. Medio 1849 zaten bijna alle oude machthebbers weer in het zadel, ogenschijnlijk vaster dan ooit en minder gehinderd door liberale constitutionele beperkingen. Waterman zou nog een lange strijd moeten voeren tegen de conservatieve krachten van steenbok.

Het economisch Liberalisme boekte meer succes. In de vijftiger jaren drong op economisch gebied het liberale gedachtegoed echt door. Het vrijhandelsprincipe werd algemeen aanvaard. Een enorme economische groei was het gevolg. Dit was mede te danken aan het op grote schaal invoeren van kapitalistische productiemethoden in de landbouw. De spoorwegennetten werden flink uitgebreid en kanalen werden gegraven. In leeuw kregen de Europese naties nieuw elan. De naties waren trots op zichzelf en lieten dit zien op de eerste wereldtentoonstelling in 1851 te Londen.

Met leeuw wordt de democratie van waterman volwassen. Zo zien we dat de moderne Nederlandse staat in 1848 meerderjarig werd met de totstandkoming van de grondwet. Hierin werd de macht van de koning aan banden gelegd, de ministeriele verantwoordelijkheid aan het parlement geïntroduceerd en werd de macht van de oude conservatieve standen ingeperkt ten gunste van de burgerij. Hoewel het democratische gehalte beperkt was – vrouwen mochten niet stemmen en de mannen mochten alleen stemmen als ze een bepaalde hoeveelheid belasting betaalden – zette leeuw toch een moedige sprong voorwaarts richting democratie.

De gangmaker van de democratiseringsprocessen was het Liberalisme. In Nederland hadden de liberalen lange tijd een overwicht in het parlement. Het Liberalisme was dé ideologie van de vrije burgers. Omdat Duistland en Italië pas rond 1870 een nationale eenheid werden mistten deze staten de leertijd van tweelingen en de bindende kracht van leeuw. Hierdoor kon het Liberalisme zich in deze landen niet goed ontwikkelen als drager voor het democratiseringsproces. In Duitsland was het Liberalisme conservatief en was het eerder een verdelend dan een bindend mechanisme. De latere dictatoriale regimes van Hitler en Mussolini konden hierdoor makkelijker aanslaan.

Naast het volwassen worden van de democratie bracht de koninklijke leeuw iets belangrijkers. Waterman wil echte vrijheid en gelijkheid en vecht hiervoor, goedschiks of kwaadschiks. Waterman gelooft in een betere toekomst en maakt hiervoor een abstract idee. Hij zoekt broeders met dezelfde idealen om de plannen te verwezenlijken. Een waterman wil zich op een revolutionaire manier bevrijden van de hiërarchische machtsstructuren van steenbok en gelooft in een maatschappij waarin iedereen spontaan zijn geëigende plaats inneemt. De sociale waterman beschouwt zijn medemens als zijn gelijke. Hij wil dat elk mens gelukkig wordt. Om dit te bereiken moet elk mens zich maximaal kunnen ontplooien zonder druk van bovenaf. Macht en eigendommen dienen aan de groep of het collectief te behoren. De ideeën van waterman zijn altijd toekomstgericht en zeer optimistisch of utopisch. In het leeuwtijdperk openbaarde het watermanprincipe zich al zijn glorie; in het revolutiejaar 1848 verscheen het communistisch Manifest van Karl Marx. Zijn ideeën zijn puur waterman. Hij beschreef een utopie over een klasseloze maatschappij waarin het kapitaal in handen is van het volk en iedereen zich maximaal zou kunnen ontplooien. In leeuw staat er altijd een groot leider op, een soort koning die de grote lijnen uitzet. De watermankoning is Karl Marx. En wie denkt dat zijn ideeën nu achterhaald zijn heeft het mis. Het communisme zal in de een of andere vorm terugkomen in het culturele watermantijdperk dat rond 2144 begint.

Een leeuw zet de grote lijnen uit, hij straalt en pronkt maar hij heeft geen oog voor de details en de praktische uitvoering. De nuttige maagd komt leeuw hierbij te hulp. Maagd geeft vorm aan de energie van Leeuw. In leeuw waren er een paar filantropische ondernemers die geïnteresseerd waren in de leefomstandigheden van hun arbeiders. Maar deze projecten waren natuurlijk niet erg praktisch en realistisch om op grote schaal te worden toegepast. In het generatieve maagdtijdperk (1861-1876) ging men echt iets doen aan de leefomstandigheden van het volk. Nadat de leeuw de grote lijnen heeft uitgezet gaat maagd als een werkmier dit concreet uitwerken. Geen utopische kletspraat maar mouwen opstropen voor een socialere samenleving.

De staat nam het voortouw in de strijd tegen de armoe. Er kwamen wetten die kinderarbeid verbood, arbeidsomstandigheidswetten, arbeidstijdwetten, bouwvoorschriften, veiligheidsmaatregelen en arbeidsinspecties. Op deze manier kwam er langzaam verbetering in de levensomstandigheden van het volk. Dit deed men ook om minder filantropisch redenen. Men was bang voor nieuwe revoluties die uit de sloppenwijken konden ontspruiten. Maagd pakte de sloppenwijken grondig aan. Baron Hausmann realiseerde in de jaren 60’ in Parijs een ambitieus saneringsproject. Bepaalde wijken vielen onder de slopershamer wat de stad overzichtelijker, veiliger en fraaier maakte. In dit tijdperk werd eindelijk begonnen met de aanleg van rioleringen en waterleidingen. Kreeft bakende de volksziel af en maagd zuiverde het volk. Vóór maagd dacht men dat ziektes werden veroorzaakt door ‘kwalijke dampen’. Maagd accepteert geen vastgeroeste oude waarheden maar gaat secuur op onderzoek. Pasteur legde rond 1865 de grondslag voor de bacteriologie. Koch toonde later aan dat bacteriën ziektes veroorzaken en isoleerde de bacil die verantwoordelijk is voor tuberculose. Lister voerde tussen 1860-65 de eerste steriele operaties uit. Het wetenschappelijk medische onderwijs werd bij wet geregeld. Oude heelmeesters moesten plaats gaan maken voor universitair opgeleide artsen. Maagd is de klinische hulpverlener. Haar motto is rust, reinheid en regelmaat. In 1863 stichtte Henri Dunant het Rode Kruis en in 1865 werd het Leger Des Heils opgericht. Door al het klinische werk van maagd was de cholera, die tussen 1830 en 1850 nog veel slachtoffers maakte rond 1900 volledig bedwongen. In Nederland daalde na 1875 het sterftecijfer spectaculair en groeide de bevolkingsaantallen snel.

Maagd oliet de maatschappelijke machine, perfectioneert de onderdelen en stelt de machine goed af. Hierdoor wordt er een stabiele groei mogelijk. De industriële revolutie kreeg met maagd een nieuwe impuls. Nieuwe krachtbronnen werden aangesproken (olie, elektriciteit, turbines en de verbrandingsmotor), nieuwe machines werden gebouwd uit nieuwe materialen (staal, legeringen, niet ijzerhoudende metalen) en nieuwe wetenschappelijke bedrijfstakken ontstonden zoals de chemische industrie. De wetenschap boekte grote successen. Mendel beschreef in 1864 de erfelijkheidsleer en Mendelejew ontdekte in 1869 het periodieke systeem van de elementen. De evolutietheorie van Charles Darwin (1859) veroorzaakte een omwenteling (waterman) in het wereldbeeld. Het historische watermantijdperk kwam in maagd langzaam naar zijn hoogtepunt. Door het rationele denken (waterman) werden alle mysteries van de natuur ontrafeld (maagd).

Bij de volksopstand in 1848 vochten de Liberalen en nationalisten nog samen tegen de oude elite. Met de bindende kracht van koning leeuw was het volk nog één geheel. Maar de opstand was mislukt en het leiderschap van leeuw was in maagd weggevallen. De mislukte revolutie zette vele mensen aan het denken. Hoe moest de ideale samenleving worden bereikt? Er ontstond een breed veld van ideeën (waterman). De meest linkse vleugel werd bezet door de revolutionairen. Koning Marx had de grote lijnen uitgezet. Met een revolutie zou het proletariaat de macht grijpen en een ideale samenleving maken waarin iedereen gelijk aan elkaar is. Rechts van de revolutionairen kwamen de socialisten. Zij vonden dat dit ideaal niet via een revolutie moest worden bereikt maar door langzamere hervormingen in de maatschappij. Door het streven naar algemeen kiesrecht zou het proletariaat aan de macht kunnen komen en zo sociale hervormingen kunnen doorvoeren. Ergens in het midden vochten de confessionelen voor vrijheid van onderwijs. Deze scholenstrijd zou in Nederland de binnenlandse politiek tot 1914 overheersen. Aan de rechter vleugel van het politieke spectrum stonden de conservatieven. Zij waren ook wel voor hervormingen maar dit moest van binnenuit gebeuren en vooral langzaam.

In dit spanningsveld gingen de arbeiders zich steeds sterker maken voor hun rechten. De eerste vakbonden waren nog niet erg krachtig omdat de werkgevers hun loonslaven onder de duim wilden houden. Maar de arbeiders hadden de tijdgeest mee. Tussen 1870 en 1900 kregen de vakbonden in de meeste industrielanden wettelijke erkenning. Dit hadden de arbeiders te danken aan het oprukkende liberale gelijkheidsbeginsel en de toenemende macht van de staat die zich steeds meer om haar onderdanen bekommerde. En het spookbeeld van de revolutie speelde natuurlijk ook mee. Door het proletariaat meer macht en geld te geven zou de gevreesde revolutie de wind uit de zeilen worden genomen.

Maagd gaf de utopie van leeuw een concrete invulling waardoor het volk verbrokkelde in een staalkaart van ideologieën. Het volk viel uiteen in de liberalen, nationalisten, anarchisten, revolutionairen, socialisten, katholieken, antirevolutionairen, gereformeerden, en nog vele andere groeperingen. Elke groep had zijn eigen ideologie over hoe de maatschappij moest worden ingericht. De ideologie gaf elke groep zijn identiteit. Elke groep vocht voor zijn eigen ideaal zoals vrijheid van onderwijs en algemeen kiesrecht. Door de verbrokkeling verloor de maatschappij zijn bindingen waardoor de samenleving uiteen dreigde te vallen. Schorpioen zou hierdoor in een crisis belanden en de maatschappij gaan regenereren.

Karl Marx

De watermankoning Karl Marx wijst de weg naar vrijheid gelijkheid en broederschap

De verbrokkelde maagdmaatschappij ging zich in het generatieve weegschaaltijdperk (1876-1890) polariseren. Weegschaal is het teken van ik en jij of wij en zij. Steeds meer kwamen de stromingen tegenover elkaar te staan als links en rechts. De verschillen tussen de politieke stromingen werden benadrukt. En zo werd in weegschaal de basis gelegd voor de verzuiling.

In de verzuiling komt het groepsdenken van waterman naar de voorgrond. Waterman zoekt aansluiting bij een groep van gelijkgestemden in bijvoorbeeld clubs en verenigingen. In het verzuilde Nederland kwam iedereen in een zuil terecht: je werd liberaal, katholiek, gereformeerd, socialist, communist etc. Elke zuil ontwikkelde zijn eigen sportverenigingen, politieke partij, vakbond, manifestaties, kranten, omroepen, jeugdbeweging, onderwijs etc. Een vroeg voorbeeld van de polarisatie is de in 1864 gepubliceerde encycliek ‘Quanta Cura’ van paus Pius IX, met daaraan toegevoegd de ‘Syllabus Errorum’, ofwel de lijst der dwalingen. Daarin werd het liberalisme als onchristelijk afgeschilderd en de katholieken aangemaand tot het oprichten van eigen scholen. De katholieken gingen zich organiseren en zich afzetten tegen andere groeperingen.

Weegschaal is een tijd van evenwicht waarbij de groei stopt. In 1873 kwam er een abrupt einde aan een ongekende economische hausse en kwam er een periode van een depressie (1873-1895). Maar omdat in weegschaal de cyclus halverwege is, kwam in weegschaal de vrucht van het historische watermantijdperk. Het burgerlijk Liberalisme was in het weegschaaltijdperk op zijn hoogtepunt. De levenswijze va de vrije burger gold bij uitstek als model, ook voor de arbeiders. Tot 1900 bleef het proletariaat in de schaduw staan van de rijke en aanzienlijke burgerij. Waterman is optimistisch gestemd over de toekomst. Ondanks de depressie was men dan ook zeker niet somber gestemd. De groeiende welvaart, het dragelijker worden van het dagelijks leven, het onstuitbaar oprukken van de democratie en de enthousiaste vernieuwingsdrang gaf een enorm geloof in de moderniteit en de toekomst.

De weegschaalfase is altijd een tijd van evenwicht, de rust bij een voetbalwedstrijd. Weegschaal deelt het historische watermantijdperk op in twee helften. In de eerste helft (1786-1871) domineerden de Fransen met de Franse revolutie en Napoleon, het burgerlijk Liberalisme en het er mee verbonden nationalisme. De tweede helft van het historische watermantijdperk (1871-1965) staat in het teken van de verzuiling, het socialisme, het nationalisme en de machtspositie van Duitsland.

Duitsland dat eeuwenlang versnipperd was geweest werd dankzij het nationalisme in 1871 herenigd door Bismarck. Vóór de éénwording had Duitsland een soort machtsvacuüm gevormd. In Centraal-Europa was Frankrijk gewoonlijk de sterkste mogendheid van het vaste land. Maar nu kwam er ineens een nieuw groot Duitsland dat met een wirtschafswunder tussen 1870 en 1900 economisch een grootmacht werd. Het haalde nog voor 1900 het machtige Engeland in wat industriële productie betreft. Het sterke nieuwe Duitsland kreeg ook ambities naar de wereldmacht. Hierdoor groeide in Centraal-Europa de spanningen tussen Duitsland en Frankrijk. Het laatste land weigerde te berusten in het verlies van Elzas-Lotharingen en bleef zinnen op revanche voor het verlies van dit gebied in de oorlog van 1870-1871. Om de bedreiging van het nieuwe machtige Duitsland in te perken sloten Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland een bondgenootschap (Triple Entente). Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië sloten ook een bondgenootschap (de Triple Alliantie). Bondgenootschappen zijn typisch voor het broederschap van waterman. Met deze bondgenootschappen polariseerde de machtsverhoudingen. De machtsblokken waarin Europa nu was verdeeld koesterden een sterk wantrouwen jegens elkaar, hetgeen een gevaarlijke wapenwedloop tot gevolg had. De bondgenootschappen waren bedoeld als garantie voor vrede maar ze zouden averechts werken. De Duitse keizer Wilhelm II liet een vloot bouwen, waardoor de Engelsen het benauwd kregen en hun marine drastisch uitbreidden. Deze ontwikkelingen, gezien tegen de achtergrond van het overspannen nationalisme, moest wel leiden tot een situatie waarin de kleinste crisis tot een grote ramp kon leiden.

Een andere slapende vulkaan was het Habsburgse Rijk in Midden-Europa. Dit multi-etnische rijk polariseerde (weegschaal) toen Hongarije in 1867 grotendeels zelfstandig werd van Oostenrijk. Vanaf toen werd er over de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije gesproken. Hierdoor werden andere Slavische en Roemeense volken zich scherper bewust van hun tweederangs positie. Zij wilden zich bevrijden uit de greep van Wenen en Boedapest en gingen steeds radicalere eisen stellen. Hieruit vloeiden spanningen voort die bijdroegen aan de Eerste Wereldoorlog.

Maar eerst zou in het generatieve schorpioentijdperk (1890-1905) het volk zijn drijfveren moeten zoeken. De diepgravende schorpioen onderzoekt het onderbewuste. Tal van ontdekkingen hadden met de verborgen wereld van schorpioen te maken. In 1895 ontdekte Röntgen vreemde stralen die hij X-stralen noemde. Ook ontdekte men de radioactieve elementen. Max Planck en Niels Bohr ontdekten dat atomen uit nog kleinere deeltjes bestonden. En Freud maakte een model van de psyche van de mens. In zijn modellen speelt het onderbewuste, seks en taboes een grote rol.

In elk boekje over astrologie valt te lezen dat schorpioen het teken is van de dood, verderf, taboes en seks. De late negentiende eeuw was dan ook een tijdperk met een hoge mate van seksuele geprikkeldheid. De lang onderdrukte seksualiteit in het Victoriaanse tijdperk leidde tot een seksuele ontaarding in het fin de siècle. Vooral de positie van de vrouw was moeilijk. Zij deed niet mee in de maatschappij en haar taak werd gezien als die van ‘ideale’ moeder. Die gedwongen inactiviteit leidde niet zelden tot een overspanning van de zenuwen. Vrouwen die zich verzetten werden als hysterisch bestempeld. Het is nauwelijks verwonderlijk dat het huwelijksleven in de late negentiende eeuw een crisis (schorpioen) doormaakte en een centraal onderwerp van discussie werd. Een direct gevolg van deze crisis in het huwelijksleven was de woekering van de prostitutie en daarmee ook een ongekend hoge verspreiding van geslachtsziekten.

Schorpioen vernietigt het overbodige en richt zich op het levensvatbare. Zij zet een transformatieproces in gang. Op bijna alle gebieden was het fin de siècle een tijd van vernieuwing. De jongeren vielen het waardensysteem aan van het dominerende burgerlijke Liberalisme. Men hield zich bezig met kritische herformulering of omverwerpende transformaties (schorpioen). De intelligentsia in de Europese steden brachten vele vernieuwingen tot stand in de psychologie, kunstgeschiedenis, muziek, literatuur, architectuur, schilderkunst en politiek. Het centrum van de metamorfose was Wenen. De Weense vernieuwers definieerden zichzelf herhaaldelijk in termen van en soort collectieve Oedipusrevolte.

In schorpioen was het historische watermantijdperk heer en meester over de tijdgeest. Het optimisme en vooruitgangsdenken van waterman werden in de tijd rond de eeuwwisseling aangeduid als de ‘gay nineties’ en ‘la belle époque’. Toch was de vernietigende schorpioen onder de oppervlakte volop aan het werk. De mensen gaven hun eigen tijd het etiket ‘fin de siècle’. En in die term klinkt zowel de trots door van cultuur die ene hoge ontwikkeling heeft bereikt, als een traumatische voorgevoel van het naderende einde van een oververfijnde beschaving. Rond de jaren van het fin de siècle hing de geur van herfsttij, een gevoel van einde en verval. Traditioneel wordt de fin de siècle gezien als een periode van weemoed en indolentie. Decadente uitspattingen moesten een ondergangsstemming bedwingen; talloze profeten voorzagen in een omvangrijke behoefte aan ‘heil en heiligheid’. De zegeningen van de moderniteit veroorzaakten een intense onzekerheid en een scala aan speculaties over een ongewisse toekomst, en veroorzaakte het verlammende gevoel meegesleept te worden door een dynamiek waarvan niemand wist waar deze zou eindigen. Talloze toekomstscenario’s circuleerden: wanneer zou er een revolutie uitbreken, waar lagen de grenzen van het nieuwe Duitse keizerrijk, wat zou de politieke en economische plaats van dit nieuwe Duitsland zijn in Europa en de wereld en hoe kon de kloof (in Duitsland) tussen politiek en cultuur worden overwonnen?

De astrologische principes
 
steenbokprincipe watermanprincipe vissenprincipe ramprincipe
1697 1786 1876 1965 2055 2144
steenbok
tijdperk
waterman
tijdperk
vissen
tijdperk
ram
tijdperk

De astrologische principes zijn de motor achter de historische tijdperken. Rond 1876 was het watermantijdperk op zijn hoogtepunt en begon het vissenprincipe. Tussen 1876 en 1965 krijgt de samenleving steeds meer visseninvloeden. Na 1965 wordt het vissenprincipe sterker dan het watermanprincipe en begint het historische vissentijdperk (1965-2144).

Toen in 1871 het historische watermantijdperk halverwege was begon het vissenprincipe. Hierom zette weegschaal een nieuwe koers in (de verzuiling, het socialisme, het nationalisme en de machtspositie van Duitsland) waardoor schorpioen in een crisis komt. Wie ben je: waterman of vissen? Schorpioen valt in een identiteitscrisis en gaat op zoek naar de antwoorden op deze wezenlijke vragen. De diepgravende schorpioen voelt dat het historische vissentijdperk (1965-2144) in aantocht was. Vissen is het teken van de vlucht, de illusie, droom, het escapisme, het holisme, de chaos, het einde, het vage, het irrationele, het oplossen en de Apocalyps. Het voorgevoel komt treffend tot uiting in het boek The war of the worlds van Wells uit 1889. Binnen niet al te lange tijd zou de hele wereld twee keer in oorlog zijn.

Schorpioen wil het nieuwe principe intens doorleven. Wat heeft vissen te bieden? Nietzsche schreef het op in filosofische (waterman) woorden. Zijn ideeën veroorzaakten een copernicaanse revolutie in het Westerse denken en hij verwoordde precies wat bij menigeen reeds sluimerde: het idee dat het leven door de modernisering (waterman) gedesintegreerd (vissen) was, zinloos en illusieloos (vissen) was geworden. Veel slogans van hem werden gemeengoed zoals zijn ideaal over de Übermensch en zijn nihilisme (vissen). Uit zijn Wille zur Macht (wil tot macht) kwamen veel clichés van zijn tijd: ‘Wat is goed? – Alles wat het gevoel van macht, de ‘Wille zur Macht’ versterkt (…) Wat is geluk – Het gevoel dat de macht toeneemt, dat weerstand overwonnen wordt. Niet tevredenheid, maar meer macht, niet zomaar vrede, maar oorlog. Ja, waterman zou zich met geweld gaan bevrijden uit de macht van steenbok.

De moderniseringsdrang van waterman gaven de mensen in schorpioen ineens een onbehagelijk gevoel. De bevolking had (te)veel verandering gezien; er was een democratiseringsproces op gang gekomen, de maatschappij was sterk geïndustrialiseerd, de landbouw was gemechaniseerd, de landarbeiders waren naar de steden getrokken die sterk waren gegroeid en miljoenen mensen waren naar de VS geëmigreerd. In één generatie had een stad als Berlijn een totaal ander karakter gekregen, van een overzichtelijk ‘Athene aan de Spree’ was het veranderd in de grootste industriestad op het continent: de ‘Metropolis van Faust’. De miljoenen mensen die naar de moderne stad waren getrokken waren losgeweekt van hun traditionele bindingen. Deze ontstellende snelle moderniseringen (waterman) gaven bij de mensen een gevoel van onrust. Duitsland belandde rond 1900 in een grote identiteitscrisis (schorpioen). De democratie had zich er niet goed kunnen ontwikkelen waardoor er in het fin de siècle sprake van een grote verwarring en een grote mate van verdeeldheid en een steeds geringer vertrouwen in de politiek. De ondergangsstemming (vissen) en de angst voor de toekomst leidden vooral onder de jongere generatie van intellectuelen en kunstenaars tot een groot Unbehagen an der Moderne. Vele vluchtten in een irrationele (vissen) werkelijkheid: in het symbolisme, de ‘Jugendstil’, de Heimatkunst, de Phantasiekunst, de Blut-und-Boden-literatuur of in de Arische mythe. Zij koesterden een of andere reactionaire utopie (waterman), holistisch (vissen) en eclectisch (vissen). Anderen waren veel somberder over de toekomst. Zij wilden de chaos (vissen) en destructie vergroten door bijvoorbeeld oorlog of fysieke zuivering, of door socio- biomedische maatregelen, die dus met technologische middelen de crisis wilden bestrijden om een nieuwe harmonie te vinden en de Duitse cultuur te redden.

Maagd had de maatschappij versnipperd, weegschaal polariseerde de maatschappij in de zuilen waardoor schorpioen in een crisis belandt. In alle Europese landen was de bevolking verdeeld geraakt door de verzuiling. Er waren bijna onoverkomelijke barrières van geld, opvoeding en macht. Waterman wil juist de totale gelijkheid. Schorpioen gaat elke zuil onderzoeken op haar levensvatbaarheid. Welke ideologie past in het opkomende vissenprincipe én bij het doel van waterman: de samenleving waarin iedereen gelijk aan elkaar is? Door het zelfonderzoek ontstond er een veelvoud van opinies waardoor het Liberalisme rond 1900 in een zware crisis belandde. De principiële uitgangspunten van het Liberalisme zoals de zelfhulp, het individualisme, de vrije burger en de nachtwakerstaat konden niet meer ingepast worden in de veranderde samenleving. Daarbij misten de Liberalen de hechte monolithische partijorganisatie die zo kenmerkend voor de socialistische en confessionele partijen.

De diplomatieke weegschaal onderhandelt graag tussen alle zuilen. Schorpioen haat dit. Zij denkt zwart-wit. Het is alles of niets. De identiteitscrisis kon alleen beteugeld worden door een nieuwe manier van denken, één dwingende allesomvattende gedachteconstructie, één ideologie, waarbij het broederschap van waterman en het (irrationale) gevoel van vissen voorop stonden. De politiek en het volk moesten één geheel worden. Schorpioen vernietigde het burgerlijk Liberalisme en plaatste alle zuilen onder de paraplu van het supernationalisme. De vrije burger verkocht zijn ziel en zaligheid aan het idee en het gevoel onderdeel te zijn van de natie. En zo werd het volk honderd jaar na de Franse revolutie één groot broederschap.

De burgers organiseerden een nieuw nationalisme dat rond de eeuwwisseling sterk opkwam. Men ging zijn identiteit bepalen aan de natiestaat. De versmelting van staat en volk had voor veel burgers het voordeel dat ze via staatkundige democratiseringsprocessen bevrijdt werden van de traditionele machthebbers zoals de oude adel, kapitalisten, grootgrondbezitters etc. Een ander voordeel was dat vadertje staat voor haar burgers ging zorgen. Duitsland was het eerste land dat vanaf 1880 sociale wetten invoerde. Er werden verplichte ouderdoms- en ziektekostenverzekeringen en pensioenen ingevoerd. In Groot-Brittannië kwam in 1909 een pensioenvoorziening tot stand en vanaf 1911 was men verplicht zich tegen ziektekosten en werkeloosheid te verzekeren. De burgerij was bereid een sterke staat te accepteren, mits deze zich hield aan vaste wettelijke regels en schriftelijke bestuursprocedures. Zo had de moderne staat een antwoord op de oude staten die gelegitimeerd waren door goddelijk gezag. Schorpioen had een antwoord gevonden op het uiteenvallen van de verzuilde maatschappij. Het nationalisme werd het noodzakelijke krachtige bindmiddel.

Eindelijk was het hardnekkige ancien regime van steenbok verslagen. Maar de controle en macht van steenbok parasiteerde zich in het nationalisme. Vorsten en regeringen gingen het nationalisme steeds meer voor hun eigen doeleinden gebruiken. De voorliefde voor het eigene ging in toenemende mate gepaard met een afkeer van het vreemde en leidde tot oorlogszuchtig chauvinisme. Het moderne imperialisme met zijn blanke superioriteitsgevoel wakkerde deze gevoelens nog verder aan.

Bismarck kondigde in de Spiegelzaal in Versailles het nieuwe Duitse keizerrijk aan.

Na de broeifase van schorpioen klaarde het in het generatieve boogschuttertijdperk (1905-1920) op. De crisis van schorpioen was doorstaan. Het antwoord op de maatschappelijke crisis die door de verbrokkeling van maagd was ontstaan werd gevonden in het opnieuw geformuleerd nationalisme. Het gevoel verbonden te zijn met de groep van gelijkgestemden (waterman) had de verdeeldheid in de natiestaat opgeheven en kon de cultureel regenereren. Schorpioen transformeerde de maatschappij en bracht zo de historische watermancultuur op een hoger niveau.

In boogschutter komt het doel in zicht. De moderniteit van waterman brak in boogschutter echt door met de opkomst van de massacultuur, de avant-garde, het Nieuwe Bouwen, de telefoon, de radio, de auto, de bioscoop, fotografie, de populaire pers, pulpliteratuur en de welvaart. De eerste vrouwen begonnen hun rechten op te eisen en de arbeidersbeweging werd steeds sterker. Eindelijk kregen de socialisten hun lang bevochten algemeen kiesrecht. Ook werd in boogschutter het ideaal van Karl Marx verwezenlijkt met de Russische revolutie in 1917.

Boogschutter is een tijd van overvloed en expansie. In 1896 begon er een periode van economische groei die tot 1913 aanhield. Er werden grote sprongen gemaakt in de wetenschap en de techniek. In 1903 vlogen de gebroeders Wright als eerste mensen door de lucht en Bleriot vloog in 1909 als eerste over het Kanaal. Einstein publiceerde in 1905 zijn revolutionaire relativiteitstheorie. Europa was het centrum van de wereld. In Londen, Parijs, Wenen, Berlijn en Sint Petersburg werd alles beslist. De Europese naties hadden uitgebreide koloniale rijken opgebouwd in bijna heel Afrika en een groot deel van Azië. Hun legers waren oppermachtig en nergens werden er zoveel goederen geproduceerd en werd er zoveel handel gedreven.

In boogschutter komt het doel van waterman in beeld. Waterman gelooft dat de mens met de rede het paradijs op aarde kan maken. In de maakbare samenleving van waterman past niet iets irrationeels als religie. Al rond 1800 was er al op een zeer beperkte schaal sprake ontkerkelijking. Mede onder invloed van grote negentiende-eeuwse denkers zoals Nietzsche, Marx, Darwin en Freud begon onder grotere groepen mensen het idee te bestaan dat christelijke leer onzin was. Darwin had aangetoond dat God niet de mens had geschapen naar Zijn evenbeeld maar dat de mens was geëvolueerd uit de apen. Marx schreef dat godsdienst het opium is van het volk. Freud had de psyche van de mens ontrafeld. Door de grote trek naar de steden, het toenemende kapitalisme en de rationalisatie vond er in het generatieve schorpioentijdperk een grote ontkerkelijking plaats. Deze nam rond 1900 vooral in de grote steden epidemische vormen aan.

In toenemende mate werd de moderne abstracte kunst de vervanger van de oude religie. Dit spreekt de rationele waterman meer aan omdat hierin de mens zelf centraal staat. De moderne kunsten waren de kortste weg naar het rijk van de ziel. De schilderkunst, literatuur en muziek werden op een voetstuk geplaatst en als ‘religie’ gevierd. Kunstenaars lieten zich vaak leiden door een ideaalbeeld van een samenleving met grote gelijkheid en broederschap. Zij namen de taak op zich om het volk op te voeden. Een waterman gelooft in de maakbare samenleving. Met de juiste opvoeding zou dit kunnen worden bereikt. Via het goede voorbeeld zou een betere samenleving vanzelf volgen. De jeugdbeweging bloeide rond 1900 sterk op. Baden-Powell stichtte in 1907 de padvinderij. Ook in de pedagogische hoek waren er vele ontwikkelingen. Nieuwe onderwijsmethoden zoals die van Maria Montessori spoorden de individuele ontwikkeling van een kind juist aan. Natuurlijk moest ook het lichaam aan het ideaalbeeld voldoen. Door lichaamsbeweging zou de mens een gezonde geest in een gezond lichaam krijgen. Ook de sport kreeg in boogschutter de status van religie. De sport werd populair onder het volk en sportwedstrijden zoals de Olympische Spelen en de Tour de France kon de mens laten zien wat hij kon. In boogschutter stoomde de maatschappij op naar het ideaal van waterman: de standenloze maatschappij waar niet de kerk maar een utopische mens zelf centraal staat.

Boogschutter bracht met zijn begeestering, enthousiasme en overtuigingskracht waterman in extase. Boogschutter is in staat om mensen te bekeren voor zijn idee. De utopie lag voor het grijpen! Hier lag de kans voor Duitsland om een groot Duits rijk te creëren met een korte heroïsche strijd. Boogschutter heeft megalomane plannen die meestal weinig doordacht zijn. Hij is er van overtuigd dat hij de waarheid kent, maar heeft ondertussen niet door dat hij oogkleppen op heeft. Een oorlog zou als een storm opklaring kunnen brengen in de verstikkende sfeer van schorpioen en in één klap de meest ingewikkelde problemen oplossen.

Alles wat er in 1914 nodig was, was één klein vonkje… Op 28 juni 1914 werd de Oostenrijkse-Hongaarse troonopvolger Franz Ferdinand en diens echtgenote in Sarajevo door een Servische terrorist gedood. Dit vonkje deed het kruidvat ontploffen.

Oostenrijk-Hongarije zag nu kans om het lastige Servië hard aan te pakken. De Russen vonden de oorlogshouding van Oostenrijk-Hongarije tegen de Serviërs – hun broedervolk – onacceptabel en mobiliseerde zijn leger als tegenzet. Nu kreeg Duitsland het benauwd en verklaarde prompt Rusland en Frankrijk de oorlog. De Duitsers vonden dat zij net als Groot-Brittannië en Frankrijk ook recht hadden op een wereldrijk. Door delen van Frankrijk en Rusland te veroveren wilden ze hun lebensraum vergroten. Door de bondgenootschappen werd Groot-Brittannië ook meteen meegesleurd in het drama.

Natuurlijk zou boogschutter die oorlog wel even winnen. Weegschaal was nog diplomatiek, schorpioen broeide ondergronds, maar boogschutter bedreef de machtspolitiek openlijk en nam onverantwoordelijke risico’s. Het volk werd opgezweept om voor het vaderland te vechten. Met de nationale trots en een groeiend nationaal superioriteitsgevoel werden de mensen voorbereid op een oorlog. Ze lieten zich met groot optimisme mobiliseren: “Ons ontbijt nemen we wel in Parijs” stond er op Duitse wagons gekalkt. De regering voorspelde dat de oorlog kort zou zijn. De mensen kwamen in een soort oorlogsroes, ze waren nauwelijks ongerust, angstig of somber gestemd. Men dacht dat de oorlog als een feestelijke optocht sportief zou verlopen. Weinigen waren zich werkelijk bewust van de verschrikkelijke vernietigingskracht van de moderne wapens zoals onderzeeboten, tanks, vliegtuigen, mitrailleurs en gifgas. Duizenden vrijwilligers meldden zich voor de oorlog, zowel oude veteranen als jonge studenten en zelfs scholieren. Opvallend daarbij was het hoge percentage jongens uit de avant-gardisten en de jeugdbeweging. Het oorlogsenthousiasme bewijst hoe diep de schorpionische crisis erin had gehakt. Bij veel mensen was een gevoel van zinloosheid, nihilisme en cultuurcrisis diep doorgedrongen en leefde de wens om de oude wereld achter zich te laten. Met decennialange propaganda (boogschutter) in het onderwijs en verenigingen zoals de padvinderij was de natie opgezweept tot extase. Het diepe verlangen naar een nationale eenheid, de behoefte aan offers, avontuur, eer en romantiek, wonnen het uiteindelijk van het verstand.

Al na een paar maanden zat het Westelijke front muurvast en groeven de soldaten zich in. De Eerste Wereldoorlog werd toen een absurde loopgravenoorlog. Tussen de fronten was er een niemandsland waar infanteristen bij miljoenen werden neergemaaid. In de Eerste Wereldoorlog (1914-18) sneuvelden meer dan acht miljoen soldaten en minstens evenveel burgers. Jarenlang bleven de generaals geloven in de overwinning. Met een beslissende slag moest de patstelling worden doorbroken. De bloedige doorbraken die werden geforceerd leidden meestal tot niets. De doorgebroken troepen verloren hun artilleriesteun en hun bevoorradingsteem en het ontbrak hun aan een strategie om verder door te stoten. De vijand echter reorganiseerde de verdediging snel en kon de opgerukte vijand weer terugdringen. Op de Atlantische Oceaan torpedeerde Duitse onderzeeërs met succes de vrachtschepen van Engeland en Frankrijk. Toen de Duitsers in 1917 ook de Amerikaanse koopvaardij gingen bestoken werden de Verenigde Staten ook meegesleurd in de oorlog en kregen de geallieerden er een superbondgenoot bij. Door de Amerikaanse deelname kwam in 1918 het front weer in beweging en zag zelfs boogschutter in dat doorvechten zinloos was. De Duitse generaals werden bang dat het Duitse leger definitief zou worden verslagen waarna het zou desintegreren. De legerleiding wilde de verantwoordelijkheid van de nederlaag ontlopen en hierom werd er een nieuwe regering gevormd die ging vragen om een wapenstilstand. Nu ontstond de vreemde situatie dat veel Duitsers dachten dat de liberalen en socialisten van de nieuwe burgerregering het Duitse leger en natie hadden verraden. De Duitse legers stonden immers nog steeds in Noord-Frankrijk en velen geloofden ten onrechte dat de overwinning nabij was. De socialisten en liberalen staken het Duitse leger op het beslissende moment lafhartig in de rug. Dit gevoel zou Hitler in de kaart spelen. Op 11 november 1918 werd de wapenstilstand van kracht. Duitsland had Rusland verslagen maar verloor de oorlog. Toch herstelde Duitsland verrassend snel en versterkte het zelfs zijn machtspositie in Europa.

De verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog tastte het geloof in de vooruitgang (waterman) nauwelijks aan.

Het generatieve steenboktijdperk (1920-1935) zou de adempauze worden in de vrijheidstrijd van waterman. In steenbok bereikt een cultuur zijn grootste aardse vorm. Dit betekent dat waterman in steenbok op zijn hoogtepunt was. Het geloof in de betere toekomst was in de twintiger jaren ondanks de verschrikkingen van de oorlog rotsvast. De jaren twintig staan bekend als the roaring twenties. Daar was ook alle reden voor. De Eerste Wereldoorlog had spanningen weggenomen. Er was weer vrede en de economieën bloeiden sterk op. In veel landen was er democratie ingevoerd met algemeen kiesrecht, de excessen van het kapitalisme waren door sociale wetgeving verdwenen, de werkdag was verminderd tot acht uur waardoor vrije tijd niet meer het voorrecht was van een kleine minderheid. Na de Eerste Wereldoorlog werden de productiesystemen gemoderniseerd. In Europa werd nu ook de lopende band productie ingevoerd waardoor er een massaproductie tegen lage prijzen mogelijk werd. Steeds meer mensen uit de bovenlagen konden zich een auto veroorloven. Welvarende huisgezinnen schaften een radio, grammofoon, koelkast, stofzuiger, elektrisch strijkijzer en centrale verwarming aan.

Het was een tijd van ontspanning en vermaak. Dit waren de ‘wilde jaren twintig’. Dag en nacht konden mensen terecht in cabarets, dancings en tentoonstellingsruimten. Warenhuizen boden een verbijsterende keus aan goederen die tot dan toe onbekend waren. De mensen verdrongen zich voor allerlei sportmanifestaties. Sommige oude klassentegenstellingen verdwenen min of meer en enkele vrouwen weigerden nog langer genoegen te nemen met een rol als moeder en huisvrouw en veroorzaakten schandaaltjes.

Maar met steenbok moet je altijd oppassen. Wie naar de maatstaven van steenbok geen discipline toont, niet zijn verantwoordelijkheid neemt, niet sober leeft, niet hard genoeg werkt krijgt straf. Boogschutter laat duizend bloemen bloeien, laat de bomen groeien tot aan de hemel, steenbok oordeelt en corrigeert pijnlijk. De straf kwam er met de wereldcrisis. Na de beurskrach in 1929 zonken de Verenigde Staten diep weg in een economische crisis waarin de hele wereld werd meegezogen.

Hierna liet steenbok zich van haar bekende kant zien: de wereldmacht en onderdrukking. Een steenbok wil de absolute wereldlijke macht met een hiërarchisch systeem met rangen en standen, regels, wetten en een bureaucratie. Dictatuur is een bestuursvorm die een steenbok aanspreekt, een harde hiërarchische bevelstructuur, verheerlijking van het militaire apparaat met uniformen rangen en standen, het stijve protocol waar geen ruimte is voor spontane emoties en de onderdrukking van de massa. In steenbok kregen veel Europese landen een dictatuur: Italië (1922), Bulgarije (1923), Spanje (1923), Albanië (1925), Polen (1926), Portugal (1926), Litouwen (1926), Joegoslavië (1929) Roemenië (1930), Duitsland (1933), Oostenrijk (1933) Estland (1934) en Griekenland (1936).

Het Russische communisme was ideologisch gezien een vrucht van het watermantijdperk maar was in zijn concrete uitvoering puur steenbok. Na de Russische revolutie in 1917 werd Stalin in 1924 dictator van Rusland. Hij trok alle macht naar toe, liet tegenstanders vermoorden en liet zich tot in het absurde verheerlijken. Iedereen was doodsbang voor hem. De marxistische ideologie (waterman) werd omgebogen ter verdediging van de macht van de partij over het land. Propaganda, censuur, jeugdbeweging, pogingen de godsdienst uit te roeien: deze elementen maakten de Sovjet-Unie onder Stalin tot een voorbeeld van een totalitaire dictatuur.

Een leiding over een economie kan je het beste aan een steenbok overlaten. Het zijn de beste bestuurders die een grote organisatie kunnen leiden. Ze hebben zeer hoge doelen die alleen zij kunnen bereiken omdat ze keihard werken, nooit verslappen, verantwoordelijkheidsgevoel en plichtsbesef hebben. Een steenbok geeft nooit op. Op korte termijn kan je makkelijk winnen van steenbok, maar als het op uithoudingsvermogen aankomt overwint steenbok op alle andere tekens. De taaie steenbok kan zware klappen incasseren en dan toch weer herstellen en doorgaan. De gedisciplineerde steenbok heeft zichzelf emotioneel volledig onder controle en voert haar taak uit omdat het haar plicht is, een bevel moet worden uitgevoerd omdat zij zich verantwoordelijk voelt voor haar opdracht; ze kan alleen met haar dood opgeven. Dit is in grote lijnen de geschiedenis van Duitsland. Als verliezer van de Eerste Wereldoorlog werd het onder andere gedwongen enorme herstelbetalingen aan de overwinnaars te betalen, alle kolonies en grondgebied af te staan en de verantwoordelijkheid (steenbok) van de oorlog op zich te nemen. De wereldcrisis was zeer ernstig voor Duitsland. Amerikaanse banken eisten dat de Duitsers hun schulden afbetaalden. Hierdoor raakte de Duitse economie zwaar ondermijnd. Maar toen Hitler in 1933 aan de macht kwam herstelde Duitsland zich sterk. Duitsland werd weer de sterkste economie van Europa. Door discipline, hard werken, onderdrukking en machtshonger was Duitsland vanuit de achterstandpositie weer aan de top gekomen. En omdat steenbok de absolute wereldmacht als doel heeft en alles doet om dit doel te bereiken waren de kaarten geschud voor de Tweede Wereldoorlog.

In de nazificatie van de Duitse samenleving zat het broederschap en de gelijkheid van waterman. Het echte communisme is de ware aard van waterman. Een ideale maatschappij waarin iedereen spontaan zijn geëigende plaats inneemt.

In het generatieve watermantijdperk (1935-1950) kwam de climax van het historische waterman-tijdperk: de Tweede Wereldoorlog. Een waterman wil zich bevrijden van de onderdrukking van steenbok. Een steenbok wil het hoogst bereikbare op aarde behalen in de materiele vorm; een groot machtig rijk met een hiërarchische machtsstructuur. Deze strijd tussen steenbok en waterman speelde op vele niveaus in de tijdgeest: op generatieve niveau de nachtfase van de steenbokcultuur welke gelijkloopt met de dagfase van de watermancultuur; op historische niveau de nachtfase van de steenbokcultuur (absolutisme) welke gelijkloopt met de dagfase van de watermancultuur (ideologieën); en op het culturele niveau de opkomstfase van de waterman hoofdcultuur (communisme) en de doelfase van de steenbok protocultuur (kapitalisme). Steenbok en waterman waren dus op drie niveaus actief.

Waar de Eerste Wereldoorlog een boogschutteroorlog was, was de Tweede Wereldoorlog meer een watermanoorlog. Waterman kijkt dwars door nationaliteiten en de standen heen. Het broederschap werd belangrijker. Het ging erom of je dezelfde ideologie had als je kameraden. Het land waar je vandaan kwam werd van minder belang. Nederlanders konden zich aansluiten bij de SS en gevluchte Polen vochten mee met de geallieerden. De nazi’s vonden gelijkheid in bloed belangrijker dan de nationaliteit of de maatschappelijke stand van iemand. De Tweede Wereldoorlog was een strijd tussen ideologieën: het Duitse nationaal-socialisme en het Italiaans Fascisme tegen het Russisch communisme en het Anglo-Amerikaans Liberalisme. Het was een ideologische (waterman) strijd tussen dictatuur (steenbok) en democratie (waterman). Een ander verschil met de Eerste Wereldoorlog was dat de Tweede wereldoorlog veel meer een strijd om vrijheid was.

Na de Eerste Wereldoorlog werd er in 1919 een moeizaam vredescompromis gesloten in Versailles. Duitsland was niet eens uitgenodigd en had het verdrag maar als een dictaat te slikken. Dit zette kwaad bloed en riep om revanche. Zo droeg ‘Versailles’ de kiemen van de volgende oorlog al in zich. Duitsland werd als verliezer tot grote compensatie betalingen gedwongen. Daarnaast moest Duitsland Elzas-Lotharingen afstaan aan Frankrijk, maar ook gebieden aan België en Polen. Verder verloor Duitsland al zijn kolonies, het Rijnland werd gedemilitariseerd, de vloot moest worden ingeleverd, de luchtmacht was verboden en het beroepsleger mocht slechts uit 100.000 man bestaan. De Geallieerden maakten het bedrag aan herstelbetalingen zo hoog (132 miljard Goudmark) dat Duitsland het nooit zou kunnen opbrengen. Toen het land in 1923 achterbleef met betalingen bezetten Franse en Belgische troepen prompt het Ruhrgebied.

Hitler speelde slim in op de grote vernedering die de Duitsers in Europa moesten ondergaan. De economische crisis na 1929 speelde de nazi’s in de kaart. In 1930 en 1932 behaalden zij grote verkiezingsoverwinningen maar nooit de absolute meerderheid. Toch benoemde president Hindenburg Adolf Hitler in 1933 tot rijkskanselier van het Duitse rijk. De andere partijen bleken te zeer verdeeld om iets tegen de dictatuur te ondernemen. De machtsovername ging democratisch (waterman) en geordend (steenbok). Hitler combineerde na de dood van Hindenburg in 1934 de ambten van president en kanselier en werd de ‘Führer’. Dit was het begin van het generatieve watermantijdperk (1935-1950). De gehele Duitse maatschappij onderging toen een nazificatie: gelijkheid (waterman) voor alle Duitse burgers in een totalitaire staat (steenbok). De nazi’s hadden een ideale staat (waterman) voor ogen waarin elke burger gelijk (waterman) zou zijn. In de nationaal socialistische ideologie stond het ideaal van de ‘Volksgemeinschaft’ centraal, onderscheid tussen maatschappelijke klassen zouden verdwijnen. Wel maakte de nazi’s onderscheid in rassen. Hitler verhief in zijn Blut-und-Boden theorie de Ariërs tot het edelste ras. Het ‘Herrenvolk’ stond aan de top van de steenbokhiërarchie en onderaan bungelden de joden die in de ogen van de nazi’s niet meer dan Untermenschen waren.

Kort na Hitler’s Machtübernahme verklaarde hij dat het Derde Rijk was aangebroken, dat de twee eerdere Duitse bloeiperioden (Het middeleeuwse Heilige Roomse Rijk der Duitse natie en het Duitse keizerrijk van Bismarck) in grootheid zou overtreffen. In december 1941 was het Derde Duitse Rijk inderdaad de machtigste natie van Europa met een grootte die zijn weerga in de Europese geschiedenis niet kende.

De nazi-ideologie had watermankenmerken zoals de verbroederijking van de bevolking, een groot optimisme en het geloof de ideale supermens. Dit was gecombineerd met steenbokeigenschappen zoals een superioriteitsgevoel, machtswellust en onderdrukking. Arbeit (steenbok) macht frei (waterman).

In het generatieve watermantijdperk maakt waterman een model over de ideale toekomstige samenleving. In dit geval de ideale vissensamenleving omdat vissen het opvolgende historische tijdperk is. Met deze theorie staat het idee van het Derde Rijk model voor het moderne Europa. Zal de Europese Unie (vissen) wel duizend jaar bestaan? Dromen moderne Europese politici ook niet van de Weltmacht? Stonden Hitler en Goebbels aan de wieg van de moderne televisiedemocratie? Wordt de moderne mens ook niet ingepalmd met mooie praatjes van de populistische politici? En spreken de politici ook hun kiezers niet steeds meer aan op hun onderbuikgevoelens (vissen) zoals haat of angst. Mag de moord op miljoenen joden worden vergeleken met de holocaust die bio-industrie heet? Zullen wellicht alle joden assimileren of door het aanhoudende antisemitisme vluchten naar Israël? Wordt de Europese Unie niet steeds meer gedomineerd door haar sterkste natie: Duitsland? Gaan toekomstige moeders met de mogelijkheden van de gentechnologie kiezen voor een arische superbaby’s met blond har en blauwe ogen? Heet de droom van Hitlers Derde Rijk toevallig fort Europa? De toekomst zal uitwijzen of het Derde Rijk een model was voor het huidige Europa.

Zoals we in schorpioen al zagen werd het vissenprincipe steeds sterker. Vissen is het teken van de naamloze massa en het hulpeloze slachtoffer. De kritiekloze vissen is makkelijk beïnvloedbaar en laat zich makkelijk omkopen en meeslepen in een verleidelijke roes. Het Duitse volk liet zich volledig bedwelmen (vissen) in de aanlokkelijke nazi-utopie. De nazi-top was zelf ook vissenachtig. Hitler maakte veel irrationele (vissen) beslissingen. En de swastika had Hitler gestolen van de oude Hindoestaanse religie. En het hakenkruis is sowieso een verwijzing naar het christelijke kruis. De nazi’s hadden een hele spirituele (vissen) leer. Het arische ras zou volgens hen afkomstig zijn uit het spirituele Himalaya-gebergte. Veel nazi-leiders geloofden heilig in de astrologie. Bij veel militaire beslissingen raadpleegden zij astrologen. Rudolf Hess (de plaatsvervanger van Hitler) besloot aan de hand van een astrologische voorspelling naar Engeland te vliegen om een vredesvoorstel aan de Engelsen te doen. Dit was natuurlijk een grote blunder (vissen is ook het teken van de kwakzalverij en de illusie) en Hess werd na zijn landing in Engeland meteen gevangen genomen. De verering van de Führer heeft gelijkenissen met de eindtijdprofetieën. Hitler werd grootgebracht met de gedachte dat hij de profeet Elia was; de reïncarnatie van Johannes de Doper. Als Messias van het blanke superras streed hij tegen de goddeloze democratie, het bolsjewisme en de joden die Christus hadden laten kruisigen. Dat de nazi’s de kerk de rug hadden toegekeerd maakt niet uit. Die was toch niet meer nodig. God had Hitler aangewezen als degene die Daniels en Johannes’ visioen over een duizendjarig rijk zou vervullen. Natuurlijk vroeg het bereiken van het duizendjarige rijk offers, maar wie spreekt de Messias tegen?

Hoewel vissen het teken is van de alomvattende liefde, barmhartigheid, vergeving en de hulpvaardigheid is in elk astrologieboek te lezen dat vissen ook een uiterste hardheid en kilte kan ontwikkelen met een boosaardig karakter dat gemeen handelt …

Toen het Duitse leger in de winter van 1943 zijn eerste grote nederlaag incasseerde besloot de nazi-top tot de ‘eindoplossing van het joodse vraagstuk’ (die Endlösung). In de drie jaar waarin de oorlog nog zou duren werden miljoenen joden in de vernietigingskampen vermoord.

Alles in het historische watermantijdperk (1786-1965) gebeurt niet zomaar uit passie of spontaniteit. Waterman maakt voor alles een ideologie of een abstract wetenschappelijk model. Toen de Saksen in de vroege middeleeuwen geen christen wilde worden ging Karel de Grote (historisch leeuwtijdperk) met bruut geweld ertegen aan, punt-klaar-uit. Toen werden ze christen, zo lost de dominante leeuw de problemen (soms) op. Waterman pakt het anders aan. Waterman maakt een theoretisch kader dat alles op wetenschappelijke manier verantwoord. Onder het Darwinisme ontstond rond 1900 het rassenhygiënisme. Het uitgangspunt van de rassenhygiëne was dat de modernisering tot degeneratie en allerlei sociale pathologieën had geleid en dat het natuurlijke selectieproces van Darwin door de moderne ontwikkelingen verstoord was geraakt. Door de betere gezondheidszorg bleven de zwakkere in leven die zo hun inferieure genen doorgeven aan een volgende generatie. Dit idee werd in brede kring geaccepteerd. Daarnaast dacht men dat ook nationale gemeenschappen of culturen waren onderworpen aan de biologische wetten. Tussen gemeenschappen en naties was ook het proces van natuurlijke selectie aanwezig, de zwakke gingen ten onder en de sterke bleven over. Uit angst voor degeneratie van het blanke ras werd ervoor gepleit deze onevenwichtigheid door medisch ingrijpen te herstellen, namelijk door kunstmatige selectie, de kern van de moderne eugenetica. Het rassenhygiënisme was de wortel van de zuiveringsutopie van de nazi’s. Met de wetenschap (waterman) onderbouwden de nazi’s de noodzakelijkheid van de rassenzuivering. Hier zien we de keerzijde van waterman. Alles te rationeel met wetenschappelijke modellen willen verklaren. Juist dit denken maakte het nazisme zo verwerpelijk.

De manier waarop de joden werden vermoord is op een typische steenbokmanier: systematisch, ordelijk, bureaucratisch, goed georganiseerd, mechanisch en koud. Maar waarom duurde de beëindiging van de oorlog na het keerpunt in begin 1942 nog zo lang? De Wehrmacht was geen roversbende die plunderden en vrouwen verkrachtten. Neen, het was een gedisciplineerd (steenbok) en gestructureerd (steenbok) leger die de orders correct uitvoerde (steenbok), taai (steenbok) vechtend tot de laatste man. Een steenbok gelooft namelijk niet in een betere toekomst omdat de toekomst de dood betekent. In de toekomst ligt voor elk mens de dood en een steenbok doet er alles aan om niet dood te gaan. Daarom houdt steenbok koste wat kost vast aan wat hij heeft. Zolang je blijft vasthouden aan wat je hebt kan je niet dood gaan: zolang je ziel in je lichaam zit ben je niet dood. Elk mens heeft deze steenbokeigenschap. Niemand wil dood. Koste wat kost blijft iedereen vasthouden aan wat hij heeft: zijn lichaam. De dood is waterman, de grote revolutie in je leven: de grote bevrijding van je ziel uit je lichaam. Waterman is het leven na de dood. Hitler vreesde het einde van Duitsland en hij moet in 1942 geweten hebben dat hij de oorlog niet kon winnen. Hij heeft toen een tweede doel van de oorlog ten uitvoer gebracht: de vernietiging van het joodse ras. Hitler en het Duitse volk bleven vechten tegen het naderende einde, koste wat kost tot de laatste man. De propagandamachine van Goebbels had de bewoners van het Groot Duitse Rijk ervan overtuigd dat het Duitse volk onoverwinnelijk was. Steenbok geeft nooit op. Astrologisch gezien zijn waterman en steenbok zeer tegengesteld. Een steenbok kan de oude structuren niet loslaten en wil de totale wereldmacht. Waterman wil zich bevrijden van de oude structuren en moet revolutionair als een vrijheidsstrijder door de macht van steenbok heen breken. De Tweede Wereldoorlog was de climax van deze twee tegengestelde krachten. De Tweede Wereldoorlog had Europa in een puinhoop veranderd en kostte naar schatting aan vijftig miljoen soldaten en burgers het leven waaronder twintig miljoen Russen en zes miljoen joden.

Een totale oorlog was nodig voor het aankomende historische vissentijdperk dat in 1965 zou gaan beginnen. Vissen is het teken van vrede en je kan stellen dat de Tweede Wereldoorlog duurzame vrede heeft gebracht in Europa. Want één ding was duidelijk voor alle Europeanen: dit nooit meer!

Voordat het historische vissentijdperk rond 1965 uit de fles zou vloeien moest eerst in het generatieve vissentijdperk (1950-1965) het historische watermantijdperk worden opgelost. Waterman was als een verwoestende orkaan over Europa getrokken. In het generatieve vissentijdperk ging de storm liggen. De warme oorlog ging over in een koude oorlog. De Duitse oost- en westfronten klapten na de bevrijding tegen elkaar in een nieuw front: het IJzeren Gordijn. Europa werd verdeeld in twee machtsblokken: de NATO en het Warschaupact. De tweedeling is typisch voor vissen. Duitsland behield haar sleutelpositie. Wie Berlijn bezat, bezat Europa en wie Europa had, had de wereld.

De Koude Oorlog was het grimmigst in de vijftiger jaren. Binnen Europa was er een geladen (waterman) vrede (vissen). Maar buiten Europa was de Koude Oorlog weldegelijk een warme oorlog in Korea en Vietnam. Zelfs in zijn laatste fase bleef waterman strijden om zijn ideologie. De Koude Oorlog was de strijd tussen het kapitalisme tegen communisme. In het kapitalisme zit het vrijheidsdenken van waterman en in het communisme komt het broederschap van waterman beter tot zijn recht.

De Koude Oorlog was een geheime (vissen) oorlog die achter de schermen (vissen) werd uitgevochten. Het was de CIA tegen de KGB. Onzichtbaar (vissen) stonden de Westerse en Russische kernwapens op scherp. De Sovjetunie had de blauwdrukken voor de derde wereldoorlog klaarliggen. In 1961 werd de spanning opgevoerd met de bouw van de Berlijnse muur. Met de Cubacrisis in 1962 dreigde er zelfs even een derde wereldoorlog.

Maar vissen is het teken van de vrede. Na de Cubacrisis kwam er in 1963 een hotline tussen Moskou en Washington en in 1973 kwamen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie tot een akkoord over kernwapenvermindering. Vissen kalmeerde waterman. De Koude Oorlog was de slotscène van het historische watermantijdperk en heeft duurzame vrede gebracht voor Europa.

Het generatieve vissenprincipe was al in 1943 begonnen. Vanaf toen ging vissen zich in de strijd mengen. Vissen laat zich hulpeloos naar de slachtbank afvoeren. Dit was het lot (vissen) van de joden maar ook voor de Duitsers zelf. De bombardementen op de Duitse steden hadden geen strategisch doel en troffen alleen onschuldige burgers. Aan het eind van de oorlog was Duitsland totaal vernietigd (vissen).

Vissen maakt zich op voor de nieuwe cyclus, in dit geval het historische vissentijdperk. De binding met de oude cyclus (waterman) moet worden opgegeven en hieruit moet de nodige lering worden getrokken, zodat met nieuwe ervaring toegerust begonnen kan worden aan de nieuwe cyclus. Het is een fase van verstilling en bewustwording van 180 jaar waterman en steenbok. Vissen laat dit allemaal op zich inwerken en wordt zich bewust wat waterman en steenbok hebben aangericht. Waterman was verantwoordelijk voor Darwin en het rassenhygiënisme, het vooruitgangsdenken, de modernisering, de atoombom (waterman als uitvinder) en de ideologieën zoals het Liberalisme, nationalisme en communisme. Maar waterman had ook gevochten voor de democratie, vrijheid en gelijkheid en de afschaffing van de standenmaatschappij en de slavernij. Steenbok was verantwoordelijk voor de dogma’s, de puriteinse fatsoensnormen, respect voor de autoriteit, het imperialisme en de honger naar macht. Steenbok lijkt deprimerend maar zij heeft ons ook een mooie erfenis nagelaten; onze huidige welvaart. Dankzij 360 jaar steenbokmentaliteit in de tijdgeest is Europa nu steenrijk. De steenbok-waterman tegenstelling welke op drie niveaus in de tijdgeest actief was leidde tot de holocaust.

De gevoelige vissen voelt zich schuldig. De holocaust is het grootste collectieve schuldbesef dat de mensheid heeft gekend. Want steeds meer worden we ons bewust dat niet alleen de nazi’s de zwarte pieten zijn. Want waren de christenen niet begonnen met het antisemitisme? En waarom moesten de Duitsers met het verdrag van Versailles zo diep worden vernederd? Dat vroeg om problemen! En waarom werkten de Nederlanders zo braaf mee aan de deportaties? En, eigenlijk nog erger, waarom werden de joden na de oorlog zo schandelijk behandeld? De geallieerden wisten van de deportaties en de concentratiekampen. Waarom werden de Duitse spoorwegen niet stelselmatig gebombardeerd? En waarom werden de vernietigingskampen zelf niet gebombardeerd? In vissen worden we ons bewust dat heel christelijk Europa schuldig is aan het antisemitisme. Het is zo oud als de Middeleeuwen. Moderne politici zijn doordrongen van dit schuldbesef. Om het goed te maken schonk vissen aan de joden het beloofde land Israël. In het historische vissentijdperk moet christelijk Europa in het reine komen met het antisemitisme.

En politici zagen in dat het straffen van het Duitse volk averechts had gewerkt. Deze keer gaf de overwinnaar hulp (vissen). Met het Marshallplan gaven de Amerikanen hulpgoederen aan West-Europa. De Oost-Europese landen kregen een vergelijkbare hulp van de Sovjet-Unie.

Politici werden zich eindelijk bewust dat oorlog voeren om macht en ideologie waanzin is. Het motto werd vrede! Hiervoor werden in 1945 de Verenigde Naties opgericht. Het hoofddoel van de VN is het behoud van de vrede (vissen). Het middel is samenwerken (waterman). Tegenwoordig vinden we dit iets vanzelfsprekend. Maar het werd pas mogelijk met vissen in de tijdgeest.

Ook in Europa werd samenwerken essentieel in de Frans-Duitse verhoudingen. Het begon met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) welke werd opgericht in 1951. Deze economische samenwerking was de eerste stap richting Europese integratie. De tweede stap was de oprichting van de EEG in 1957 welke later zou uitgroeien tot de Europese Unie. Vissen benadrukt het grote geheel. Het ideaal van Napoleon en Hitler - een groot sterk Europees rijk - kwam nu toch langzaam van de grond, weliswaar in een compleet andere gedaante.

De historische steenbokcultuur liep in vissen op haar laatste benen. Gelukkig geeft de taaie steenbok nooit op. Ze liet de wereldmacht voor wat het was en begon met haar laatste krachten aan de wederopbouw. Dankzij hard werken (steenbok) en discipline werd Duitsland met het wirtschafswunder toch weer de sterkste economie van Europa.

De vijftiger jaren komen over als een ingeslapen, lijzige en kleinburgerlijke tijd. Hier voelt de vissen die op zoek is naar rust en verstilling zich wel in thuis. Er waren wel veranderingen maar die waren onzichtbaar (vissen); men deed dingen stiekem (vissen). Als laatste teken moet vissen haar identiteit opgeven om de nieuwe cyclus - het historische vissentijdperk - mogelijk te maken. Vissen moet zich gevoelsmatig oplossen in de leegte van ruimte en tijd en moet zich bewust gaan worden dat de leegte juist God is. Dit is een korte volzin, maar het opgeven van je identiteit en het geloof in het niets, is het moeilijkste wat er is. De vissenfase gaat vaak gepaard met eenzaamheid, het gevoel nergens bij te horen, een onbestemd gevoel van bedrog en illusie, en vluchtgedrag in bijvoorbeeld drugs. Deze thema’s die in het huidige historische vissentijdperk steeds sterker naar de voorgrond treden begonnen met de jongerencultuur van de vijftiger jaren. De nozems waren de eerste hangjongeren van de nieuwe tijd. In De Avonden van Gerard Reve komen de typische vissenachtige kenmerken van de tijdgeest naar voren: verstilling, saaiheid, geheimen, onbestemde vage gevoelens. De film Rebel Without a Cause met James Dean uit 1955 was de eerste film over het generatieconflict. De gevoelige hoofdfiguur Jim voelt zich onthecht van het leven en zoekt zijn identiteit in zijn behulpzame (vissen) vader en zijn moeder die steeds weer vlucht (vissen) voor de realiteit door steeds met het gezin te verhuizen. Jim’s vriend, Plato, sterft aan het einde van de film bij zonsopkomst. Dit einde heeft een prachtige parallel met de tijdgeest: Plato’ dood staat voor het einde van het rationele historische watermantijdperk welke in vissen moest sterven voor de opkomst van het historische vissentijdperk. Dean stierf op 24-jarige leeftijd door een auto-ongeluk met zijn Porsche Spider. De film die drie dagen na zijn dood werd uitgebracht werd een enorm succes. Het had een gevoelige snaar geraakt.

Een engel kijkt uit over het gebombardeerde Dresden. Wie is schuldig? In het vissentijdperk gaat de mens zich hier 180 jaar mee bezighouden.

Waterman had in de dagfase vele revoluties ontketend. Het begon met de Franse revolutie van ram, leeuw brulde in het revolutiejaar 1948 en in boogschutter bereikte waterman zijn doel met de Russische revolutie. Maar gedurende de gehele dagfase moest waterman tegen de macht van de steenbokcultuur vechten welke zich toen in de nachtfase bevond. Het absolutisme van steenbok mondde uit in de ellende van het nationaal-socialisme en Stalinisme.

Aan het eind van het historische watermantijdperk rond 1965 had waterman na 180 jaar strijd om vrijheid veel bereikt. In West-Europa bestond er een parlementaire democratie met algemeen kiesrecht. Maar het steenbok-absolutisme had rond 1965 nog steeds een beetje macht. Spanje, Portugal en Griekenland werden geregeerd door dictators en Oost-Europa leed onder het juk van het communisme. En in Nederland bestuurde een elite het zakenleven, de industrie, gerechtshoven en politie zonder democratische controle.

Aan het eind van het historische watermantijdperk rond 1965 had waterman na 180 jaar strijd om vrijheid veel bereikt. In West-Europa bestond er een parlementaire democratie met algemeen kiesrecht. Maar het steenbok-absolutisme had rond 1965 nog steeds een beetje macht. Spanje, Portugal en Griekenland werden geregeerd door dictators en Oost-Europa leed onder het juk van het communisme. En in Nederland bestuurde een elite het zakenleven, de industrie, gerechtshoven en politie zonder democratische controle.

De vurige ram pikte dit niet meer. In het generatieve ramtijdperk (1965-1980) barstte de bom. Het begon met de Meirevolte in 1968 in Parijs. Studenten protesteerden tegen het autoritaire en bureaucratische beleid van de regering en het ondemocratische gehalte van het onderwijs. Ze eisten volledige democratisering. In de Praagse lente van 1968 protesteerden studenten tegen de communistische onderdrukking. In Amerika waren er heftige protesten tegen de Vietnamoorlog en eisten zwarten hun rechten op. Puberjongens streden met hun leraren over de lengte van hun haar en tienermeisjes over de lengte van hun rok. Een toenemend aantal ongehuwde moeders eiste respect op en de homo’s kwamen uit hun kast. De babyboomgeneratie kwam in verzet tegen ouders, leraren en politie. Zij zochten naar een alternatief voor de traditionele Europese waarden zoals hard werken, discipline en zelfverloochening (alle drie steenbok). Er was vijandigheid over de consumptiemaatschappij en er kwam een bewustwording (vissen) dat we onze welvaart hadden bereikt door de uitbuiting van immigranten en de Derde Wereld.

Waterman kreeg in haar nachtfase weer nieuwe kracht. In de vier generatieve tijdperken ram, stier, tweelingen en kreeft bereikt waterman langzaam haar doel: volledige vrijheid en gelijkheid in een democratische rechtstaat.

Waterman kreeg aan het begin van de nachtfase met ram in de tijdgeest een nieuwe impuls. Het vrijheidideaal en de democratie werden gemeengoed. Spanje kreeg na de dood van Franco in 1975 een democratie, in Portugal kwam in 1974 de democratie met de Anjerrevolutie en in Griekenland kwam er in 1974 een einde aan het wrede kolonelsbewind. In 1960 werden 19 Afrikaanse landen gedekoloniseerd. En in China deed waterman een nieuwe poging met het communisme met de Culturele Revolutie (1964) van Mau Tse Toeng.

In de jaren zestig werd afgerekend met de starre (steenbok) zuilen. Het groepsdenken van waterman kreeg een nieuwe uitingsvorm. Jongeren kiezen tegenwoordig voor hun eigen groep zoals de punkers, skaters, rockers, nerds, nichten, yuppen, hiphoppers of alternatievelingen. Het verschil met de zuilen is dat de nieuwe groepen open en vrijwillig zijn. Het statische van steenbok is ingeruild voor de seks, drugs en rock&roll van vissen.

Als zijn tijd rijp is ramt de vurige ram moeiteloos door alles heen. De revolutionaire jaren zestig waren een echte doorbraak in het denken. In ram werd de burger echt vrij. De laatste resten van de verstarde en gezagsgetrouwe calvinistische steenbokmentaliteit werden opgeruimd. Weg met de hiërarchie van steenbok. Dankzij de revolutionaire zestiger jaren zijn tegenwoordig man-vrouw, ouder-kind, blank-zwart, werkgever-werknemener gelijk aan elkaar.

Hoewel er veel werd bereikt moet de echte gelijkheid nog komen. Want nog steeds worden minderheden zoals vrouwen en zwarten onder de oppervlakte onderdrukt. Nog steeds is er een klasse met machthebbers - het establishment - die de touwtjes in handen heeft. De historische steenbokcultuur was dan wel op zijn einde, op een hoger niveau gaat de steenbok protocultuur (het kapitalisme) langzaam naar haar hoogtepunt die zij rond 2144 zal bereiken. De macht van het grootgeld, de multinationals en banken is nog steeds niet aangetast, sterker nog, het kapitalisme wordt steeds sterker. Pas rond 2144 n.Chr. zal met het aanbreken van het cultureel watermantijdperk met de Grote Revolutie de macht van steenbok worden gebroken. Toch zal het nog tot het historische tweelingentijdperk (2510-2690) duren voordat de waterman hoofdcultuur daadwerkelijk zal zegevieren met het communisme.

Alles wat in dit hoofdstuk totnogtoe is beschreven is een uiting van de nachtfase van de historische steenbokcultuur (absolutisme) en de dagfase van de historische watermancultuur (ideologieën). In 1965 kwam hier verandering in; toen eindigde de nachtfase van steenbok en verloor steenbok haar greep op de maatschappij en nam vissen het roer over. De vredelievende vissen weigerde zijn militaire dienst te vervullen (steenbok had dat nooit getolereerd). Zij zit liever werkeloos thuis te mediteren dan haar maatschappelijke plicht te vervullen. De steenbok-moraal – hard werken, verantwoordelijkheidsbesef, respect voor de autoriteit, de fatsoennormen, je plicht vervullen – werd ingewisseld voor de vissenmoraal: de norm- en grenzeloosheid, het gedogen, de illegaliteit en de vlucht in een droomwereld.

Tussen 1786 en 1965 bepaalden steenbok en waterman de tijdgeest. Dit zagen we aan de spanningen tussen de macht van het absolutisme en het vrijheidsideaal van waterman. Sinds 1965 bepalen waterman en vissen de tijdgeest. Dit zien we in de spanning tussen het verstand van waterman en het gevoel van vissen.

Zo kan de watermanmens maar niet begrijpen dat in deze tijd van wetenschappelijke kennis mensen nog kunnen geloven in die spirituele nonsens. Waterman kan niet in God geloven omdat die niet te bewijzen valt. Hij vindt dat de mens zijn verstand moet gebruiken. Die gelovige mensen zijn volgens waterman verward (vissen). Waterman legt onweerlegbaar uit dat de behoefte aan een God evolutionair in onze soort is ingeslopen als een soort Darwinistische overlevingsstrategie. De spiritualiteit zit slechts in onze genen. Toen we nog in een berenvel rondliepen en we bang waren voor de bliksem, ziektes en de dood was de spiritualiteit functioneel. Nu is volgens waterman de religie een ballast geworden die alleen maar ellende veroorzaakt en de mensen op een dwaalspoor brengt. Vissen weet wel beter maar kan intellectueel niet op tegen de veel slimmere waterman. Voor de relativerende vissen bestaat er geen wetenschappelijke waarheid. Alles heeft een waarheid. De wetenschap, het zenboeddhisme, de I-Tjing, de yoga en de leer van Jezus Christus kan vissen moeiteloos versmelten. De paradox van vissen is dat alles waar is, maar tegelijkertijd ook alles slechts illusie is. De oplossing van deze onmogelijkheid zit in het verraderlijke bewustzijn. Alle middeleeuwse filosofen hielden zich al bezig met de vraag van ‘het zijn’. Ook de oosterse filosofen hebben zich veel met het bewustzijn beziggehouden. In de yoga gaat men er van uit dat alles bewustzijn is. Waterman kan geen enkel zinnig antwoord geven op de vraag wat bewustzijn is. Hij heeft onderzocht dat de ogen elektrische prikkels afgeven naar de hersenen waar de verwerking plaatsvindt. Maar waar wordt iemand zich bewust van wat hij zit? Wetenschappers kunnen geen enkele plaats in het lichaam aanwijzen waar het bewustzijn zit. Net als vissen zit het bewustzijn overal en nergens. Hier ligt de kern van de twist tussen de waterman- en de vissenmens. Waterman benadert de wereld rationeel en abstract vissen irrationeel en gevoelsmatig. Deze spanning leidt gelukkig niet tot een oorlog. Waterman tolereert vissen en vissen heeft alle begrip voor waterman.

In de Postmoderne Tijd komt de sociale waterman op voor de mensenrechten. Waterman beschouwt elk mens als zijn gelijke en komt op voor de onderdrukte. Hij protesteert tegen onderdrukking, martelingen, vrouwenhandel, zinloos geweld, verkrachtingen en ongelijkheid in de welvaart. Waterman begrijpt maar niet dat mensen wreed en egoïstisch kunnen zijn. Vissen begrijpt het leed in de wereld allemaal wel en doet er zelfs aan mee. Vissen laat zich makkelijk onderdrukken en verleiden, is gevoelig voor omkoping, verslavingen, is eerloos, wetteloos, normloos en doet dingen stiekem. Vissen kent geen taboes of grenzen. Een terrorist die een atoombom gooit op Washington, een priester die kinderen seksueel misbruikt, een dronken kapitein die de macht verliest over een supertanker in Alaska, een corrupte ambtenaar die gemeenschapsgeld over de balk gooit. De gedisciplineerde gezagsgetrouwe steenbok deed dit niet, maar vissen kan moeilijk weerstand bieden tegen de dierlijke instincten. Als waterteken (gevoel) is vissen het teken van seks. Vissen is een hoer die zich in achterkamertjes laat manipuleren. De grenzeloze vissen is schaamte- en taboeloos. Zij laat zich meeslepen in een roes. Waterman kan dit maar niet begrijpen. We zijn bijna bij de ideale samenleving. Waarom gaan mensen het slechte pad op? Waarom gaan pubers roken? Waarom lopen meisjes als een hoer over straat? Bij vissen is het gevoel sterker dan het verstand. Er valt volgens vissen niets te begrijpen. Alles is slechts een droom.

De spanning tussen vissen en waterman is in de maatschappij ook zichtbaar in de toekomstverwachting. De optimistische waterman ziet een stijgende lijn. Het analfabetisme neemt wereldwijd af, de gezondheidszorg verbetert, we worden steeds ouder, de inkomens van de arme landen stijgen, de technologie maakt het leven steeds comfortabeler. De mensenrechten zijn nog niet overal optimaal maar waterman ziet vooruitgang. De apartheid in Zuid-Afrika is afgeschaft en de Oost-Europese landen hebben geen totalitaire regimes meer en veel landen in Azië en Afrika ondergaan democratiseringsprocessen. De milieuproblemen kunnen technologisch worden opgelost. Met duurzame energie en waterstof is het energieprobleem definitief de wereld uit. De armoede kan bestreden worden door de rijkdom eerlijker te verdelen. Waterman geeft hoop, hij creëert een mogelijkheid voor de toekomst. Zo kan het, zo moet het, broeders!

Vissen is het andere geluid dat sinds 1965 overal te horen is: de wereld gaat ten onder. De Apocalyps is nabij, het is hopeloos, we maken er een puinhoop van en de ondergang is ons lot. De massale extinctie van planten en dieren is een teken. Homo sapiens is de volgende. Vooruitgang (waterman) = vervuiling. In rap tempo worden de bossen gekapt, de oceanen leeggevist en de niet te stoppen uitstoot van broeikasgassen zal de zeespiegel doen stijgen en het klimaat drastisch wijzigen met alle gevolgen van dien. Beide geluiden – de hoop en de wanhoop – kenmerken de Postmoderne Tijd.

Jeroen Visbeek, maart 2004

 Geef je oordeel over dit artikel 
Nog geen stemmen uitgebracht
 Plaats een reactie 

nog 993 tekens van de 1000 te gaan
Spamcontrole: hoeveel is negen gedeeld door drie
Reacties

disclaimer en privacy Contact website bijgewerkt: 18 september 2018