enveloppe zoeken

Artikelen van Jeroen Visbeek

De meeste getoonde artikelen zijn fragmenten uit mijn boeken. De biografieën zijn volledig opgenomen op deze website. De artikelen over de tijdgeest van onze cultuur (links of boven) vormen de kern van mijn boodschap en is de reden waarom ik deze site heb opgezet.

In de artikelen over het levensritme projecteer ik de twaalf levensfases van de cyclus van de twaalf dierenriemtekens op verschillende entiteiten. Met de precessiebeweging van de aarde verbind ik jaartallen aan deze twaalf levensfases en zodoende kom ik uit op mijn model over de tijdgeest over onze cultuur.

Gaandeweg heb ik mijn inzichten verbreed naar andere typologieën voor persoonlijkheidskenmerken en toen ik zich naar een onderlegger kwam ik uit op de numerologie en zodoende concludeerde ik dat de typologie met twaalf sterrenbeelden het sluitstuk is van twaalf systemen. Dit idee vormt de basis voor mijn boek over De universele levenscyclus.

De Geest van de Tijd

Er bestaat een hardnekkig misverstand over de astrologie dat de sterren (en de planeten) ons beïnvloeden. Dit is grote nonsens.

Wat zijn de twaalf sterrenbeelden eigenlijk? De twaalf sterrenbeelden of de dierenriem zijn groepen van sterren welke als een band om de Aarde zijn gegroepeerd. Er zijn trouwens meer dan twaalf sterrenbeelden. Alle sterrenbeelden bestaan uit sterren uit ons melkwegstelsel. In de ruimte hebben de sterren van een sterrenbeeld geen verbanden met elkaar; alleen vanaf de aarde lijken ze een beeld te vormen. De eerste astrologen hebben duizenden jaren geleden twaalf sterrenbeelden geïdentificeerd aan de hemel. Elk sterrenbeeld kreeg een naam en een karakter. Door de bewegingen van de Aarde staat er steeds een ander sterrenbeeld achter de zon. Het sterrenbeeld dat achter de zon staat bepaalt de sfeer van het tijdperk. Maar het aflezen van de sterrenbeelden is slechts een methode om de tijdgeest te registreren. Het is net als een klok een meetinstrument. De sterrenbeelden zijn slechts de wijzerplaat van dit meetinstrument. Aan de sterrenbeelden kan men de sfeer aflezen van de tijdgeest, maar de sterren zelf beïnvloeden ons niet.

Het is alleen maar een hulpmiddel. De wijzer en de wijzerplaat bepalen niet hoe laat het is, maar de beweging van de Aarde door ruimte en tijd bepalen hoe laat het is. En zo wordt de sfeer van de tijdgeest of een horoscoop niet bepaald door de sterren en planeten maar door de bewegingen van de Aarde door ruimte en tijd.

Net als de sterrenbeelden slechts een hulpmiddel zijn om de tijd(geest) af te lezen is ook de gewone klok een hulpmiddel om de tijd(geest) af te lezen. Als de kleine wijzer naar twaalf uur 's (middags) wijst, kan je bijvoorbeeld altijd gaan eten. Je zou dan kunnen zeggen dat de kleine wijzer en het cijfer twaalf (vergelijk: het sterrenbeeld) jouw leven beïnvloedt. Dit is natuurlijk onzin. Het cijfer en de nummers op de wijzerplaat beïnvloeden jouw leven niet. Ergo: de sterren(beelden) beïnvloeden ons niet. De klok is een hulpmiddel om de beweging van de Aarde (draaiing om haar as) door de tijd(geest) te registreren. Twaalf uur op de klok betekent dat de zon op haar hoogste positie staat en dat we halverwege de dag zijn en dat we dan gaan eten. De sfeer is eten. Zo zijn de sterrenbeelden ook een hulpmiddel.

Ik kan het ook anders illustreren. Stel dat de mensen duizenden jaren geleden geen twaalf maar vierentwintig sterrenbeelden aan de hemel hebben aangewezen en stel dat deze sterrenbeelden altijd zichtbaar zijn ongeacht de kracht van de zon of bewolking. Voor het gemak hebben deze vierentwintig sterrenbeelden de vormen van cijfers. Het sterrenbeeld zes komt dan bij zonsopkomst aan de horizon op, het sterrenbeeld twaalf zou om twaalf uur ’s middags aan de horizon verschijnen en het sterrenbeeld achttien zou om zes uur ’s middags aan de horizon te zien zijn. Dit zou natuurlijk heel handig zijn omdat dan altijd de tijd af te lezen is: je kijkt naar het opkomende sterrenbeeld aan de horizon en je kan aan het cijfer (het sterrenbeeld) aan de hemel aflezen hoe laat het is. Stel dat een naïef mens elke ochtend om tien uur s‘ochtends uit bed opstaat. Elke ochtend zou hij dan het sterrenbeeld ‘tien’ aan de horizon zien opkomen. Hij zou dan kunnen concluderen dat dit sterrenbeeld zijn leven beïnvloedt. Immers het sterrenbeeld ‘tien’ betekent voor hem ‘opstaan’. Maar als onze uitslaper doordenkt kan hij bedenken dat niet de sterren om zijn leven draaien, maar dat hij zelf als aardbewoner beweegt door de ruimte en tijd. De sterrenbeelden zijn net als de klok slechts een hulpmiddel om de beweging van de Aarde door ruimte en tijd te registeren.

Net als elk uur van de dag een bepaalde sfeer heeft duiden de sterrenbeelden de sfeer van de culturele tijdperken. Nu zitten we in het 2168-jarige vissentijdperk: de sfeer is vissen. Dit is een fictieve eigenschap van het sterrenbeeld vissen. De groep van sterren van het sterrenbeeld vissen heeft niks met vissen te maken. Het zijn ‘gewoon’ maar sterren net als de 100 miljoen andere sterren in de melkweg. Het christendom (cultureel vissentijdperk) heeft niets met het sterrenbeeld vissen te maken.

Als de sterren ons niet beïnvloeden, hoe zit het dan? Wat beïnvloedt ons? Ik schrijf vaak het woordje 'geest' tussen haakjes achter het woordje tijd: tijd(geest). Hiermee bedoel ik dat de tijd meer is dan 'hoe laat het is'. Elke tijd heeft een sfeer: dag, nacht, zomer, lente, herfst, winter, zonsopgang, middaguur, progressieve tijden, conservatieve tijden enzovoorts. Deze sfeer is het kwalitatieve aspect van de tijd. Het is de kwaliteit of de Geest van de tijd. Het fictieve sterrenbeeld vissen zegt ons dat de sfeer van de tijdgeest vissen is. Dit uit zich in het christendom. De sfeer in een vissentijdperk is dat de mens op zoek gaat naar verlichting en verlossing.

De stand van de Zon, de planeten en de sterrenbeelden zijn slechts afleespunten voor het registeren van de sfeer van de tijd. Niet de planeten of de sterren hebben invloed op de tijdgeest of een horoscoop maar de beweging van de Aarde door ruimte en tijd beïnvloedt ons. Dit is het antwoord op de vraag. De beweging van de Aarde door ruimte en tijd beïnvloedt ons. Is dat alles? JA. Ik ga deze stelling nader beschouwen aan de hand van twee vragen:

  • Wat is ruimte en tijd?
  • Wat is de Aarde?

Ik begin met de eerste vraag. Wat is ruimte en tijd? Ruimte en tijd is (in enkelvoud) niet wat je denkt dat ze zijn. Het is bijna niet voor te stellen, maar ruimte én tijd horen bij elkaar. Ze zijn onderdeel van dezelfde familie. Deze familie heet in de natuurkundige de dimensies. Wij mensen kunnen vier dimensies waarnemen: we kunnen de breedte (eerste dimensie) in kijken, we zien de diepte (tweede dimensie), we zien hoogte (derde dimensie) en we ervaren de tijd (vierde dimensie). Er zijn hiermee dus drie ruimtedimensies en één tijddimensie. Deze vier dimensies zijn in wezen identiek aan elkaar. De tijd is een soort ruimte.

Rechts: de drie ruimtedimensies, de tijd is de vierde dimensie
Links: Elk filmbeeldje duurt1/24 seconde.
De ruimtedimensie diepte is in dit figuur gelijk aan de tijd.

Hoe kan de tijd een soort ruimte zijn en andersom? Ik kan dit verduidelijken met een voorbeeld uit de tweedimensionale wereld: de film. Elk filmbeeldje kent een breedte en hoogte. Twee dimensies dus, de derde dimensie ‘diepte’ ontbreekt in de film. Een film bestaat uit losse tweedimensionale fotootjes of beeldjes die achter elkaar zijn gezet op een filmrol. De snelheid van de film is 24 beeldjes per seconde waardoor elk beeldje een tweedimensionaal moment is waarin 1/24 seconde tijd is ‘bevroren’. Nu pakken we een schaar en knippen de beeldjes los van elkaar en plaatsen de losse beeldjes achter elkaar in de derde dimensie diepte. Het eerste beeldje van de film leggen we achteraan en daarvoor leggen we de beeldjes in volgorde van tijd voor elkaar tot het laatste beeldje voorop ligt (zie afbeelding). We krijgen zo een pakket beeldjes met een bepaalde diepte. In de tweedimensionale wereld van de film hebben we met deze actie zo de derde dimensie ‘diepte’ toegevoegd. Deze ruimtedimensie diepte is nu identiek geworden aan de dimensie tijd. Hoe dieper je gaat in de ruimte, hoe eerder je in de tijd van de film komt. In dit voorbeeld is de ruimtedimensie diepte gelijk geworden aan de dimensie tijd.

Dat wij de tijd niet vanzelfsprekend als een ruimtedimensie ervaren komt door een bepaalde eigenschap van de tijd. De tijd op aarde heeft namelijk altijd dezelfde richting (naar de toekomst) en dezelfde snelheid (één seconde per seconde). Stel dat de cowboy en de baby op de afbeelding leven. Ze kunnen dan in hun tweedimensionale wereld vrij bewegen. Dat doen ze dan ook in de film. Je ziet ze bewegen in alle richtingen. Ze kunnen bijvoorbeeld naar links bewegen, dan stoppen, omdraaien en terug naar rechts bewegen. Dit kunnen ze niet in hun derde dimensie tijd. Ze blijven altijd naar voren bewegen in 24 beeldjes per seconde. Het is alsof ze in de dimensie diepte die voor hen de tijd is in een trein zitten die met een constante snelheid in dezelfde richting voortbeweegt in 24 beeldjes per seconde. Ook wij aardbewoners zitten wat betreft de tijd in deze trein: de klok tikt altijd door: één seconde per seconde in de toekomst. We kunnen niet afremmen of versnellen, laat staan stoppen of achteruit gaan.

Tijd en ruimte zijn dus op te vatten als leden van dezelfde familie: de dimensies. Natuurkundigen gaan er van uit dat er nog meer ruimtedimensies zijn. Dus naast de breedte, hoogte en diepte zijn er nog meer richtingen in de ruimte waarin beweging in principe mogelijk is. In sommige wiskundige modellen van het heelal wordt zelfs met elf dimensies gerekend. Wij kunnen deze dimensies niet waarnemen en zelfs niet voorstellen.

Stel dat een superwezen in al deze dimensies vrij kan bewegen, dat dit wezen overal tegelijk kan zijn in alle denkbare tijden. Verleden, heden en toekomst en alle denkbare plaatsen bestaan voor dit wezen tegelijkertijd. Dit is niet niks: in elke denkbare tijd en op elke denkbare plaats tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn! Dit goddelijk wezen van het Universum noem ik de Geest met een hoofdletter. Het geheel van dimensies waarin ruimte en tijd zijn verenigd is de Heilige Geest.

De gewone ruimte en tijd, is dat nou de Geest, zult u misschien zeggen! Maar de ‘gewone’ tijd en ‘gewone’ ruimte zijn niet zo gewoon. Niemand kan de ruimte werkelijk zien, zelfs niet onze drie bekende ruimtedimensies breedte, diepte en hoogte. Wij zien slechts een afspiegeling ervan. Ik zal dit illustreren met een voorbeeld. Stel dat er mensachtige wezens op een andere planeet bestaan en stel dat zij geen ogen hebben. Wij zullen een beetje medelijden met deze arme stakkers hebben omdat zij niets kunnen zien en dus ook niet de ruimte kunnen waarnemen. Maar ik denk dat deze ‘arme stakkers’ het hier niet mee eens zullen zijn. Want zij zullen met hun voelzintuigen in hun handen en voeten in hun hersenen een voorstelling maken van de ruimte. Ook met hun oren maken blinden een voorstelling van de ruimte. Omdat een kerk of trappenhuis anders klinkt dan een halletje ‘ziet’ een blinde de ruimte met zijn oren. De echo van het geluid klinkt namelijk anders. Met de echo van het geluid kunnen vleermuizen en walvissen haarscherp de ruimte ‘zien’. Maar eigenlijk doen wij ziende aardemensen het niet anders. Met onze ogen ontvangen wij licht uit de ruimte. Met deze informatie maken we slechts een voorstelling van de ruimte. Trouwens als het licht uit is zien we helemaal geen ruimte meer, terwijl de ruimte er nog wel is. We nemen de ruimte zelf niet waar, we nemen alleen het licht waar dat uit de ruimte komt. Dit is een wezenlijk verschil. Met het ontvangen licht maken we net als de blinde en de vleermuis in ons hoofd een voorstelling van de ruimte. Maar net als een blinde zich alleen maar een voorstelling van de ruimte kan maken (een afspiegeling), zien niet-blinden met hun ogen ook slechts een afspiegeling van de ruimte.

De werkelijke natuurkundige betekenis van de ruimte is voor geen enkel mens te bevatten. Wij stellen ons de ruimte kubusvormig voor. De kortste verbinding tussen twee punten in een kubusvormige ruimte is de rechte lijn. Maar deze voorstelling is onjuist. Einstein stelde dat de ruimte niet kubusvormig maar krom is. De kromming wordt veroorzaakt door de materie. Hoe meer materie, hoe groter de kromming van de ruimte. Dit betekent dat ook de Aarde (= veel materie) de ruimte kromt. Geen enkel mens ziet dat de Aarde de ruimte heeft gekromd. Ergo: we zien de ware ruimte en dus ook de Geest niet. Ik kan dit illustreren met een tweedimensionaal oppervlak zoals het aardoppervlak. Dit lijkt een vlak of vierkant oppervlak (vergelijk kubusvormig) waarin de kortste verbinding tussen twee plaatsen de rechte lijn is. Maar in werkelijkheid is het aardoppervlak gekromd waardoor de rechte lijn op het vierkante vlak niet de kortste verbinding is. Onze ogen worden bedrogen of we maken een verkeerde voorstelling (van de geest) van de ruimte. Op een vergelijkbare manier is ook de driedimensionale ruimte bedrieglijk kubusvormig.

In het vierkante tweedimensionale vlak zoals wij het aardoppervlak voorstellen (links) lijkt de kortste route tussen Amsterdam en Los Angelos de rechte lijn (ononderbroken lijn). Door de kromming van het aardoppervlak is dit in werkelijkheid niet de kortste route. De gestreepte lijn (links en rechts) is de kortste route. In het vierkante tweedimensionale vlak (rechts) is deze lijn gekromd.

Naast het beperkte ruimtelijk besef is ook het menselijk tijdbesef beperkt. Wij kunnen de tijd alleen maar rechtlijnig ervaren in één richting: de klok tikt altijd door - één seconde per seconde - naar de toekomst. Dit lijkt een keihard gegeven. Maar de tijd is net zo ongrijpbaar als de ruimte. Einstein stelde dat de materie naast de ruimte ook de tijd beïnvloedt. Hoe meer materie, hoe trager de tijd verloopt. Om deze reden loopt de tijd op de Zon (=veel materie) op circa zes dagen één seconde langzamer dan de Aardse klok. Theoretisch loopt voor een dik mens de tijd langzamer dan voor een mager mens. In het heelal bestaat er dus geen universele klok maar een veelvoud van tijdstromen waar ‘geen touw aan vast te knopen is’. Heden, verleden en toekomst lopen met allemaal verschillende kloksnelheden door elkaar heen. Er bestaat geen universeel heden. Ik zal dit met een voorbeeld verhelderen.

Omdat het licht van de zon volgens een aardse waarnemer er acht minuten over doet om de Aarde te bereiken, komt een lichtstaal die om acht voor drie van de Zon vertrekt om drie uur aardse tijd aan. We zien dan de Zon zoals ze acht minuten geleden was want inmiddels is de echte Zon alweer verplaatst in de tijd en ruimte richting de toekomst. We kijken dus altijd naar het verleden (naar onderen in het figuur). Dit geldt allemaal niet voor het licht zelf omdat voor het licht de tijd stilstaat. Voor de aardse waarnemer heeft het licht er acht minuten over gedaan om de aarde te bereiken. Het licht zelf echter heeft er 0,0 seconde over gedaan om de aarde te bereiken. Hierdoor is voor het licht acht minuten voor drie en drie uur dezelfde tijd: het heden.

Om de verschijnselen te kunnen duiden hebben geleerden het begrip ‘imaginaire tijd’ bedacht. Dit is een wiskundige bedachte maar niet bestaande tijd om verschijnselen te kunnen  verklaren die niet met de gewone tijd kunnen worden verklaard. Dit gaat zover dat sommige geleerden zoals Stephen Hawking opperen dat de imaginaire tijd eigenlijk de reële tijd is en dat wat wij reële tijd noemen slechts een vrucht van onze verbeelding is.

Met deze korte verkenning van de begrippen tijd en ruimte kom ik weer terug op mijn vraag: wat beïnvloedt ons? In ieder geval niet de sterren. Als antwoord gaf ik ‘De beweging van de Aarde door ruimte en tijd beïnvloedt ons’. Ik kan dit nu anders formuleren: de beweging van Aarde door de ruimte- en tijddimensies van de universele Heilige Geest beïnvloedt ons.

Nu naar de tweede vraag: wat is de Aarde? Simpel: de Aarde is een ding net als een hamer of ons eigen lichaam dingen zijn. Al deze dingen zijn opgebouwd uit moleculen, die op hun beurt weer zijn opgebouwd uit atomen. Een Atoom is de kleinste eenheid dat we nog een ding kunnen noemen. Het grootste ding is het Heelal. Maar wat is een ding? Wat is de Aarde, hamer, mens of een atoom?

Ik stel dat elk ding bestaat uit een stoffelijk lichaam én een ruimtelijk lichaam. Deze twee lichamen lijken op elkaar maar zijn niet identiek. Het stoffelijk lichaam van de aarde is de vaste bolvormige klomp materie met de atmosfeer. Dus alle atomen van de Aarde met een bepaalde massa (een aantal kilogrammen). Het ruimtelijk lichaam is in de eerste plaats de ruimte die de planeet Aarde inneemt (de hoeveelheid kubieke meters). Daarnaast behoort het magnetische veld van de Aarde dat zich tot ver buiten de atmosfeer uitstrekt ook tot het ruimtelijk lichaam. De mens heeft een soortgelijke opbouw: het ‘gewone’ stoffelijk lichaam met de massa waarvan de huid de grens is. Daaromheen zit het ruimtelijk lichaam met de aura of ziel. Zo heeft elk ding een stoffelijk en een ruimtelijk lichaam. Deze twee lijken bij de hamer samen te vallen. Bij sommige moleculen (= een ding) is er een verschil tussen deze twee lichamen. Er bestaan zogenaamde links- en rechtsdraaiende moleculen. Stoffelijk zijn deze volledig identiek aan elkaar maar ruimtelijk zijn ze gespiegeld waardoor ze chemisch anders reageren. Het kleinste ding - het atoom - bestaat uit een minuscule atoomkern (het stoffelijk lichaam) waar nagenoeg alle massa in is geconcentreerd en een grote vage electronenwolk die het ruimtelijk lichaam van het atoom omvat. Hier vallen het stoffelijk en ruimtelijk lichaam dus niet samen.

Dingen zijn dus opgebouwd uit een stoffelijk lichaam (het aantal kilogrammen) en een ruimtelijk lichaam. Ik had al geschreven dat de tijd een soort ruimte is. Het ruimtelijk lichaam heeft hiermee ook een eigen tijd of een eigen klok. Elk ding is ooit eens ontstaan en zal eens verdwijnen. Bijna alle atomen zijn kort na de oerknal ontstaan en nog steeds worden er nieuwe atomen gevormd in de sterren. Hoewel atomen heel lang leven hebben ze niet het eeuwige leven, kortom ze hebben een levensduur. Zware atomen hebben een specifieke halfwaardetijd; de tijd waarin de helft van de atomen is gestorven. Ook de lichte atomen zullen eens ophouden te bestaan. De planeet Aarde heeft ook een levensduur. Vierenhalf miljard jaar geleden is ze geboren en over vijf miljard jaar zal de Zon als een rode reus de Aarde grotendeels vernietigen. Elk ding is eens geboren en zal eens sterven. Hierdoor heeft elk ding een eigen inwendige levensklok. De Aarde heeft zo zijn eigen klok, de Zon heeft haar eigen klok, een dik mens en een mager mens hebben hun eigen klok, een hamer en een atoom hebben hun eigen klok. De levensklok van de Aarde hebben wij verheven tot onze standaardklok. Elk mens zijn eigen inwendige biologische klok. Ook de hamer heeft een eigen klok omdat het hout en het metaal langzaam vergaan. Elk ding heeft zijn eigen klok.

Conclusie: alle dingen hebben een:

  • stoffelijk lichaam met een bepaalde massa
  • een ruimtelijk lichaam met een hoeveelheid kubieke meters en een eigen levensklok

Het ruimtelijk lichaam en de levensklok ga ik combineren tot één woord omdat ruimte en tijd en immers hetzelfde zijn. Ik noem ze de ziel van het ding. De ziel is hiermee het ruimtelijk lichaam met de inwendige levensklok. Een ander woord voor ziel is bewustzijn.

De ziel van een ding is dus zijn ‘gewone’ ruimtelijk lichaam en zijn ‘gewone’ klok. Met zijn eigen ruimte en zijn eigen klok kan een ding er zijn. Dit ‘zijn’ is de essentie van de Geest; het zijn. Alleen in de tijd en ruimte (de ziel) kunnen dingen er zijn. Als een ding geen ruimte meer zou innemen of als voor een ding de tijd stilstaat, zou een ding ophouden te bestaan. Alle dingen zoals de Zon, de Aarde, een hamer, een atoom of een mens hebben een soort ziel of een vorm van bewustzijn. Hiermee zijn volgens mij alle dingen bezield.

Ook het stoffelijk lichaam is verbonden met het zijn. Iedereen kent het wel. Het stoffelijke aspect is het tastbare van een ding. Dingen lijken ‘echt’ te zijn. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld energie of informatie. De Aarde, een hamer, een atoom, een mens zijn er. Als je de hamer op je duim slaat is die hamer er echt. Als je uit een vliegtuig springt is de aarde met haar zwaartekracht en het naderende aardoppervlak er echt, hoe spiritueel of verlicht je ook bent, je vliegt gewoon echt te pletter. Dit ‘echt zijn’ is te herleiden tot de massa van het ding, zeg maar het aantal (kilo)grammen. Elk ding heeft een massa en hiermee oefent elk ding zwaartekracht uit. Hoe meer kilogrammen, hoe groter de zwaartekracht en de tastbaarheid.

wat is een ding?
aarde met magnetisch veld
levensduur: miljarden jaren
mens met aura
levensduur: ca 72 jaar
hamer met ruimtelijk lichaam
levensduur: ca 50 jaar
lithiumatoom met electronen
levensduur: zeer lang
model van een ding met een stoffelijk en geestelijk aspect
Stof en Ziel

Elk ding zoals een mens heeft een stoffelijk aspect dat zich uit in het eigen aantal (kilo)grammen en een geestelijk aspect dat zich uit in de eigen levensklok en het eigen ruimtelijk lichaam.

De stof en de ziel zijn beide intrinsiek verbonden met het zijn van een ding. De stof is het concrete en tastbare van het ding. De ziel is de vorm en de levensklok van een ding. Zowel de stof als de ziel maken dat een ding er kan zijn. De stof en de ziel van een ding zijn met elkaar verbonden als huwelijkspartners. Het stoffelijk lichaam is niet los te zien van het ruimtelijk lichaam en de levensklok. De huwelijkspartners zijn gelijkwaardig aan elkaar. De stof is niet minder dan de geest. Het verschil tussen beiden is dat de stof zo gewoontjes en echt lijkt en dat de ziel zo ongrijpbaar en ondoorgrondelijk lijkt. Hierdoor plaatsen wij onterecht de ziel op een hoger niveau dan de stof. Voor onze werkelijkheid zijn de stof en de ziel van een ding intrinsiek met elkaar verbonden. Ze zijn beiden nodig voor het bestaan van een ding. Ze zijn een uiting van één oerprincipe: het vrouwelijke oerprincipe. Het mannelijke oerprincipe kent een zelfde tweeslachtigheid: de energie en de informatie (zie hieronder). Ik laat de energie en de informatie verder buiten mijn beschouwing. Tot zover een kleine beschrijving van de vier elementen in het Universum.

Het vrouwelijke oerprincipe ♀ uit zich tweeslachtig in de stof en de geest. Het mannelijke oerprincipe ♂ uit zich ook tweeslachtig in de energie en de informatie. Dit zijn samen vier oerprincipes. Dit komt overeen met de vier elementen vuur (♂), aarde (♀), lucht (♂) en water (♀): vuur komt overeen met energie, aarde met de stof, lucht met de informatie (hierboven symbolisch weergegeven als enen en nullen) en water als de geest. Elk ding bezit deze vier elementen. Elk ding bezit energie, stof, informatie en een ziel in de vorm van een ruimtelijk lichaam en een eigen kloksnelheid. De elementen hebben in de tijd een volgorde: Vuur → Aarde → Lucht → Water → vuur enz. Dit betekent dat uit de energie de stof voortkomt. Uit de stof komt de informatie waaruit de ziel zich dingen bewust kan worden. En uit de bewustwording komt weer de scheppende kracht van de energie.

Elk ding is uniek. Elk ding heeft een eigen hoeveelheid stof en zijn eigen ziel. Anders geformuleerd: elk ding heeft zijn eigen massa (kilogrammen) en zijn eigen ruimtelijk lichaam (de vorm) en zijn eigen levensklok. Hiermee is elk ding afgebakend van het Universum. Elk ding heeft zo een grens met een binnen- en een buitenwereld. In de binnenwereld of microkosmos kan een ding met zijn eigen ‘echte’ stof en zijn eigen ziel bestaan. Buiten zijn grens bestaat het ding eenvoudig weg niet. De buitenwereld noem ik het Universum. In het Universum zijn de energie, stof, informatie en de geest nog één. Het grensvlak van de binnen- en buitenwereld noem ik de waarnemingshorizon.

De waarnemingshorizon bakent elk ding af van het Universum en ‘veroordeelt’ elk ding om met zijn eigen stof te leven in zijn eigen tijd en ruimte. Alles buiten het eigen ruimtelijk lichaam en buiten de eigen tijd van een ding valt automatisch buiten zijn waarnemingshorizon. Het zicht op het ware Universum is zo belemmerd door de eigen waarnemingshorizon. Zo is de toekomst een grens van elk ding omdat het buiten zijn eigen tijd valt. Ook het grootste ding – het Heelal – heeft ook een waarnemingshorizon en is hiermee afgebakend van het Universum.

Model van elk ding in het Universum. Dingen zijn atomen, hamers, mensen of de Aarde en het Heelal. Elk ding heeft een stoffelijk aspect; de eigen massa. Dit is onlosmakelijk verbonden met het geestelijk aspect: de ziel met een eigen ruimtelijk lichaam (de vorm) en een eigen levensklok. Een ding is van het Universum afgebakend met een waarnemingshorizon.

De waarnemingshorizon heeft verschillende lagen die als schillen om het stoffelijk lichaam liggen. De eerste waarnemingslaag bij de mens is het voelen. Bij deze laag is de huid van je lichaam je waarnemingshorizon. De rand van je huid kan je nog waarnemen: je voelt het. Wat een ander voelt kan je niet voelen. Een ander mens valt hiermee buiten jouw waarnemingshorizon en bestaat hiermee dus gevoelsmatig niet. Naast voelen kan je ook zien. Deze waarnemingslaag ligt als een schil over het voelen heen. Voor het zien is de waarnemingshorizon groter dan het voelen: alles wat ziet valt erbinnen. Mensen of dingen die je niet ziet vallen erbuiten en bestaan dus niet. Tot 1930 bestond voor de mensheid de planeet Pluto niet omdat nog nooit iemand deze planeet had gezien. Voor de ziel van de Aarde bestond Pluto wel omdat de Aarde de zwaartekracht van Pluto bewust moet voelen. Het denken ligt weer als een schil om het zien heen. Je kan aan iemand denken zonder hem te zien. Als je aan iemand denkt zie je hem figuurlijk voor je en komt hij zo binnen je waarnemingshorizon. Er zijn zo veel waarnemingsschillen. Algemeen geldt: alles wat een ziel bewust waarneemt (voelt, ziet, hoort, denkt, gelooft etc.) valt binnen zijn waarnemingshorizon. En alles wat binnen de waarnemingshorizon ligt beïnvloedt de ziel en andersom. Zo bestaat een atoom voor een ander atoom wanneer het ene atoom het elektrische veld van het andere atoom bewust voelt en er een interactie mee aangaat.

Ik heb nu beschreven wat ik onder een ding versta. Een ding heeft een stoffelijk lichaam met een bepaalde massa en een ruimtelijk lichaam met een inwendige klok. De laatste twee noem ik de ziel. De stof en de ziel hebben een grens met het goddelijke Universum welke ik de waarnemingshorizon noem. Dingen zoals de Aarde en de mens gaan op de grens van hun waarnemingshorizon een interactie aan met het Universum. Deze uitwisseling geschiedt energetisch, informatief, stoffelijk en geestelijk.

Nu kom ik weer terug bij mijn vraag ‘Wat beïnvloedt ons?’. Als antwoord gaf ik: de beweging van Aarde door de ruimte- en tijddimensies van de Universele Heilige Geest beïnvloedt ons. Door de waarnemingshorizon kunnen we de Universele Geest niet zien: we kunnen de ware ruimte niet zien, we kunnen de imaginaire tijd niet begrijpen, we kunnen de Geest niet bevatten. Maar we hebben op onze waarnemingshorizon wel een uitwisseling met de Universele Geest. Wanneer de Geest binnen de waarnemingshorizon komt verliest het zijn goddelijkheid en wordt het concreet in de gewone voortschrijdende tijd en in de beweging in de ruimte van het ding. De tijdgeest heeft twee kanten: enerzijds kennen we de tijdgeest van de tijdperken van de klok (kwantitatief aspect van de tijdgeest) en anderzijds de sferen van de tijd (kwalitatief aspect van de tijdgeest). Deze twee kanten komen binnen de waarnemingshorizon binnen als een ritmisch patroon: de trilling of de golf. Zo wordt de Geest concreet in het golvende patroon van tijdperken en sferen. De klok draait rond, alles trilt: licht, geluid, warmte, electriciteit, etc. Alles is trilling. Alles gaat op en neer: yin en yang ≈ alles gaat in golven: dag en nacht, orde en chaos, plus en min, koud en warm, beurskoersen, het weer, conservatieve en progressieve tijden. Steeds gedoseerd in de tijd: yin → yang → yin → yang → of uitgebreider: de cyclus van de twaalf dierenriemtekens.





Ik heb dit hierboven visueel gemaakt voor de tijdgeest van het dagnachtritme. De Aarde beweegt in het Universum waarin de tijd en de ruimte ongedefinieerd zijn. Maar wanneer de aarde één asomwenteling in het Universum heeft gemaakt wordt de tijd concreet in de 24 uur van het etmaal en wordt de ruimte concreet in de afstand die de aarde aflegt in haar baan om de zon. In deze tijd en in deze ruimte kunnen wij de Geest concreet waarnemen als het dagnachtritme: de dag als yang en de nacht als yin. Gedurende dit etmaal ervaren we de twee kanten van de tijdgeest: de tijdperken met de dag en nacht en de sferen met het licht en de duisternis. In de ziel van de Aarde is zo de Universele Geest in de normale tijd en ruimte concreet geworden. De waarnemingshorizon belemmert ons dat we meer van de Geest kunnen zien. Zo vallen gisteren en morgen buiten de waarnemingshorizon van één etmaal. De ruimte heeft ook een waarnemingshorizon. Alleen de plaatsen in de ruimte waar de Aarde is geweest gedurende het etmaal bestaat echt in onze ruimtebeleving. We kunnen het met een meetlat aanwijzen in hoogte, breedte en diepte. De ruimte daarbuiten bestaat eenvoudigweg niet. De waarnemingshorizon heb ik in het figuur grof aangegeven met het witte ovaal. Alleen binnen de waarnemingshorizon kunnen we bewust de tijdgeest ervaren als de golvende beweging van de zon aan de hemel met de dag en de nacht. Dit is in wezen een stukje van de Universele Geest welke in de ziel van aarde concreet wordt als een golf met tijdperken en sferen.

Een nuchter en sceptisch mens zou zeggen: “De gewone dag en nacht als een uiting van de Heilige Geest! De dag en de nacht is toch gewoon een kwestie van of de zon wel of niet schijnt door de draaiing van de Aarde om haar as?” Tja, het lijkt zo gewoon, maar de beweging door de gewone ruimte (draaiing om de as en om de Zon) kunnen wij helemaal niet zien (we kunnen ons slechts alleen maar een voorstelling maken van de ruimte) en tijd is al even ongrijpbaar en daardoor wordt de beweging van de Aarde door ruimte en tijd al even mystiek. En de Zon is van ons afgescheiden door onze eigen waarnemingshorizon. Alleen het licht van de zon dat binnen onze waarnemingshorizon komt bestaat echt voor ons. Dit zijn essentiële verschillen. De beweging van de zon is hiermee slechts een meetinstrument voor de beweging van de Aarde door de Geest (ruimte en tijd). Zo maken alle dingen een soort reis door de Heilige Geest. Dit merken we in de ontwikkelingen die gebeuren. Het reisprogramma is de gedoseerde afwisseling van het yin en yang dat zich bijvoorbeeld uit in de dag en nacht. Ook in de precessiebeweging ervaren we de Universele Geest in de astrologische culturele tijdperken: ramtijdperk (yang) → stiertijdperk (yin) → … t/m vissentijdperk (yin). En wie alle tijdperken heeft ervaren kan uiteindelijk terugkeren naar en één worden met de Heilige Geest van de tijd.

Jeroen Visbeek, april 2005

 Geef je oordeel over dit artikel 
Nog geen stemmen uitgebracht
 Plaats een reactie 

nog 993 tekens van de 1000 te gaan
Spamcontrole: hoeveel is negen gedeeld door drie
Reacties

disclaimer en privacy Contact website bijgewerkt: 18 september 2018