enveloppe zoeken

Artikelen van Jeroen Visbeek

De meeste opgenomen artikelen zijn fragmenten uit mijn boeken. De biografieën zijn volledig opgenomen op deze website. De artikelen over onze cultuur vormen de kern van mijn model van de tijdgeest.

De Goddelijke toonladder

De mens is een wezen dat betekenissen zoekt in de verschijnselen die binnen en buiten hem gebeuren. We zoeken antwoorden in religies, de wetenschap, filosofie, psychologie, parapsychologie en metafysica etc. Van deze disciplines krijgen we veel antwoorden en soms vullen deze elkaar aan maar vaak sluiten ze elkaar uit. Hoe moeten we de wirwar aan antwoorden interpreteren?

Het antwoord op deze vragen kreeg ik toen ik alle typologieën naast elkaar legde. Het viel me op dat ze wezenlijk van elkaar verschillen in het aantal karakters: er zijn twee oerkrachten (yin en yang), een triade van goden, vier westerse elementen, vijf oosterse elementen, zeven chakra’s, acht jungiaanse temperamenten, negen karakters bij de enneagrammen, tien sefirot bij de kabbala en twaalf dierenriemtekens: 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 10, 12. De verschillen én de overbrugging zitten in de getallen en de leer van de getallen is de numerologie: de moeder aller typologieën.

numerologie PythagorasDe numerologie is ontwikkeld door de bekende Griekse wiskundige Pythagoras. Hij leerde ons dat alles in de wereld bestaat uit trillingen die vastgelegd kunnen worden in getallen met hun eigen symboliek. Of het nu om kleuren of geuren zijn, afstanden tussen en rondwentelingen van planeten, het ritme van dag en nacht door het jaar heen: alles kan worden uitgedrukt in getallen. De wetenschap en wiskunde zouden zonder getallen niet kunnen bestaan. Maar het begrip dat we alles in getallen kunnen uitdrukken was in de tijd van Pythagoras nieuw.

Pythagoras ontwikkelde een op getallen gebaseerd toonstelsel dat de basis vormt van onze moderne diatonische toonladder. Het opstellen van het pythagorische toonstelsel was in Europa historisch gezien een van de eerste wetenschappelijke overgangen van een oorspronkelijk kwalitatief, naar een meer kwantitatief beschouwen van de werkelijkheid. Met andere woorden, Pythagoras gebruikte het getal, in plaats van het woord, als uitgangspunt om de wereld te begrijpen.

De getallen zijn in de leer van Pythagoras een uitdrukking van de energie. Energie is een potentie die zich manifesteert in een trilling, bijvoorbeeld: warmte is de trilling van atomen en licht is een trilling van het elektromagnetische veld. Een trilling kunnen we uitdrukken in de frequentie: het aantal gebeurtenissen per tijdseenheid. De frequentie drukken we uit met getallen en dus kunnen we de kleur van licht of de stofeigenschappen uitdrukken met getallen.

Naast de energetische eigenschappen veronderstelde Pythagoras dat getallen ook aan de basis liggen van de ruimtelijke vormen. Hij sprak van vierkante en kubusvormige getallen, van langwerpige, driehoekige en piramidevormige getallen, enzovoort. Deze getallenvormen vormen volgens Pythagoras de basis van de stoffelijke lichamen.

Met de allesomvattende getallen zouden volgens de Pythagoreeërs ook de karakters van mensen kunnen worden geduid. Dit idee wordt in de numerologie gebruikt om de karakters van mensen te beschrijven. In de numerologie verbindt men karakters aan elk cijfer van 1 tot en met 9 en aan de Meestergetallen (11, 22, 33 enz.). Door een (geboorte)datum te versimpelen of door letters te verbinden met een cijfer, kan een duiding van een persoon worden gemaakt.

In de artikelen op deze website benader ik het anders. Elk getal x bezit een soort persoonlijkheid en representeert een typologie met x aantal karakters. Het getal 2 heeft bijvoorbeeld de eigenschap van een dualiteit en de typologie die hiermee overeenstemt is het yin-yangprincipe. Op deze manier vormen alle typologieën een onderdeel van een grotere orde want de verdeling van x-aantal karakters bij een typologie impliceert dat men de wereld door de bril van een x-aantal beoordeelt. Bijna ongemerkt bepaalt de eigenschap van x de opzet van de typologie. Als we een getal zien als een kleur of toon, dan kijkt elke typologie met een gekleurde bril naar de werkelijkheid of filtert elke typologie een bepaalde toonhoogte in het geluid. De numerologie overziet het hele spectrum; het is de regenboog of het complete muziekstuk.

Typologie van de een

Alles is nu aanwezig

De sprong van de nul naar de één is de schepping van alles uit het niets. Wij ervaren dat er dingen aanwezig zijn en wanneer ik al die dingen reduceer tot de kern, dan kan alles worden samengebundeld tot één begrip en dat noem ik aanwezigheid. Deze aanwezigheid heeft de naam heelal. De nul zegt ons dat de basistoestand het niets is en de één zegt dat alles wat wij kunnen zien bestaat als de schepping. Alle entiteiten die we kennen – atomen, hemelobjecten levende wezens – zijn als een onderdeel aanwezig in het heelal.

De absolute aanwezigheid associëren veel mensen met God. Wat kunnen we weten over God? Toen Mozes aan God vroeg wie hij is, antwoordde Hij met de woorden: ‘ik ben die ik ben’. En dit is mijns inziens het enige juiste antwoord met de één. Alles is wat het is. Het heelal is wat het is. Elk mens is ten diepste ‘wie hij is’. Het antwoord verwijst naar zichzelf waardoor er een Droste-effect optreedt (op de cacaoblikken van Droste was een verpleegster afgebeeld die een dienblad droeg met daarop hetzelfde blik cacao, waarop dan weer hetzelfde stond enz.). De zelfverwijzing komt veelvuldig voor in de gesproken talen en wordt veel gebruikt in de wiskunde, informatica en in de logica leidt de zelfreferentie tot paradoxen. Een bekende paradox is de barbier die zegt dat hij alle mannen in het dorp scheert die zichzelf niet scheren; maar wie scheert de barbier? De aanwezigheid van alles is een merkwaardige paradox die op een onverklaarbare wijze in het niets bestaat.

Het alles van de één verwijst naar zichzelf en het symbool van de ouroboros verbeeldt dit mooi. De ouroboros is een afbeelding van een slang die in zijn eigen staart bijt en op die manier een eeuwige cirkel vormt. Het is een van de oudste mythische symbolen ter wereld. Het komt voor in de Azteekse mythologie, de Chinese mythologie en in vele andere. Het gevolg van de zelfverwijzing is dat de redenering terechtkomt in een lus van oneindigheid en de oneindigheid associëren we vaak met God.

Een beeld van Ouroboros in de woestijn van Nevada tijdens het alternatieve evene-ment Burning Man.

De afwezigheid van de nul en de aanwezigheid van de één is geen dualiteit zoals de man versus de vrouw. De man en de vrouw kunnen worden samengevoegd tot de mens, maar het heelal staat op zichzelf als de schepping waarin alles met elkaar is verbonden. De schepping kent nog geen tegenstellingen zoals die van oorlog versus vrede of liefde versus haat. Vrede impliceert oorlog en elke oorlog eindigt in een vrede. Liefde kan omslaan in jaloezie, haat en een scheiding. Vrede en liefde lijken begeerlijke toestanden maar hierin zitten de wederhelften van oorlog en haat verscholen. Tegenstellingen zijn een kenmerk van het antwoord met twee elementen. Om uit het getouwtrek van goed en kwaad te geraken moeten we naar de drie – die een bemiddelaar toevoegt – of terug naar de één: de onvoorwaardelijke liefde. De goddelijke liefde heeft geen tegenpool en kan niet over gaan. Vanuit de één geredeneerd ontvang je alles terug wat je geeft, dus ontvang je niet genoeg liefde, dan moet je beginnen met meer liefde te geven.

In het boeddhisme noemt men de aanwezigheid het bewustzijn. Dit is echter een te eendimensionaal invulling van het ‘alles’. Als er een asteroïde op de Aarde inslaat waardoor alle mensen en dieren uitsterven, dan bestaan de bacteriën nog wel maar is het wakkere bewustzijn verdwenen. Er is sowieso een heelal zonder bewuste wezens mogelijk en het bewustzijn zou dan niet aanwezig zijn. Ook is het bewustzijn te veel een dualiteit van de materie en te afhankelijk van informatie en energie. Het alles van de schepping is het alles en niet alleen beperkt tot het bewustzijn.

De leegte van het universum en de aanwezigheid van het heelal verhouden zich tot elkaar als de 0 en de 1. Als we de 1 delen door 0, dan is de uitkomst oneindig. De oneindigheid is een begrip dat tot de negentiende eeuw als enkelvoudig werd beschouwd van iets dat geen begin en einde heeft. De negentiende-eeuwse Duitse wiskundige Georg Cantor bewees echter dat er meerdere oneindige verzamelingen van getallen bestaan met een eigen systematiek. Cantor bewees zelfs dat er verschillen in grootte bestaan van oneindigheid. Dit zou kunnen betekenen dat er vele verschillende scheppingen zijn in de zee van leegte. Elke schepping heeft zijn eigen natuurwetten en ons heelal is één van boten die drijven in een universele oceaan.

Dit idee kunnen we binnen ons heelal toepassen op alle entiteiten. Voor een atoom, plant of mens bestaat er een binnenwereld waarin alles aanwezig is en daarbuiten bestaat er de leegte. Wij mensen ervaren de binnenwereld als het ‘ik ben’ en dat voor elk mens het alles. Stel dat alle materie in het heelal verdwijnt, behalve de ene persoon die u bent, dan bestaat het heelal uit het ‘ik’ welke aanwezig is in een leegte: een één en een nul, een aanwezigheid en een afwezigheid.

De verschijning van het heelal uit het niets is een idee welke door veel kosmologen wordt aangenomen. De Goddelijke vonk volgt uit de onzekerheidsrelatie van Heisenberg. Deze stelt dat de waarden van paren van grootheden in een vacuüm niet tegelijkertijd exact kunnen vastliggen. Dit geldt o.a. voor het paar plaats en impuls en het paar energie en tijd. Het gevolg is dat de waarden van deze grootheden niet tegelijkertijd nul mogen zijn want dan is er sprake van zekerheid. Dit betekent dat de energie niet exact nul kan zijn maar fluctueert in de tijd (nulpuntsenergie). Wanneer iets niet nul is, kan het niet elke waarde hebben; er bestaat een absolute minimale waarde wat in de fysica wordt aangeduid met kwantum. Een kwantum is de kleinste, ondeelbare hoeveelheid van een grootheid die bij een interactie betrokken kan zijn. De waarden van de energie fluctueren in een vacuüm rond de nul en dit gaat in orde van groottes met kwanta. Dit verschijnsel noemt men een kwantumfluctuatie en veel kwantumfysici vermoeden dat het heelal uit het niets is ontstaan door een kwantumfluctuatie.

Men veronderstelt dat een kwantumfluctuatie voortkomt uit een singulariteit. Dit is een punt in de ruimte zoals een coördinaat in een coördinatenstelsel. De punt heeft geen volume en wanneer hierin een deeltje in gedachten wordt gecomprimeerd wordt de dichtheid oneindig groot. Singulariteiten zijn vervelende objecten in de natuurkunde omdat in een singulariteit de bekende natuurwetten niet meer gelden omdat de oneindige dichtheid de ruimte oneindig gekromd, waardoor de ruimte en tijd feitelijk ophouden te bestaan.

Een kwantumfluctuatie neemt een vorm aan in de vier elementen; de energie (vuur) uit zich in deeltjes (aarde) welke eigenschappen (lucht) hebben en geboren worden in de ruimte (water). Het leven van de deeltjes duurt maar kort want bij de kwantumfluctuatie ontstaat een virtueel deeltje en bijbehorend antideeltje en deze zullen elkaar in de ruimte snel ontmoeten waarna ze elkaar vernietigen. Dit alles gebeurt zo snel dat het niet registreerbaar is. Het bruist in de leegte van de activiteit. Er is een constante stroom van creatie en vernietiging van deeltjes maar het netto resultaat is dat er niets gebeurt in de leegte.

Voor een schepping moeten de twee deeltjes van elkaar gescheiden worden waardoor de vernietiging niet direct mogelijk is. Deze scheiding is mogelijk op de ‘rand van de tijd’. Dit is de situatie waarin de tijd gelijk is aan nul en door de onzekerheidsrelatie mag de energie dan niet gelijk zijn aan nul. Deze situatie doet zich voor bij de lichtsnelheid. Dit is een van de weinige absolute grenzen in de natuurkunde. De snelheid van het licht is geen meetwaarde maar een natuurkundige constante welke ver reikende consequenties. De lichtsnelheid scheidt de tijd. Voor alles wat langzamer beweegt dan het licht gaat de klok vooruit, voor iets dat beweegt met de lichtsnelheid staat de tijd stil en als iets sneller beweegt dan het licht, gaat de klok terug. Voor het licht staat de tijd stil. Dit noem ik de rand van de tijd. Wanneer een kwantumfluctuatie daar plaatsvindt, kan een schepping tot leven wanneer het antideeltje valt aan de kant waar de tijd terugloopt en het normale materiedeeltje valt aan de kant waar de tijd vooruitloopt. Deze twee werelden zijn gescheiden. De twee deeltjes zijn verweesd en op deze manier kan iets uit het niets ontstaan. De Goddelijke vonk vindt plaats op de rand van de tijd waar de tijd stilstaat. Alles wordt geboren in het licht.

Als je zou vragen hoe laat op deze plaats, dan moet je antwoorden dat het Nu is. De tijd is Nu. De schepping kan alleen existeren in het nu en dus is de schepping niet iets uit het verleden maar het manifesteert zich altijd nu. De schepping – het alles – is altijd nu.

Een materiedeeltje kan niet existeren op de rand van de tijd omdat het oneindig veel energie kost om materie te versnellen tot de lichtsnelheid. Alle stoffelijke lichamen bewegen altijd langzamer dan de lichtsnelheid en dat is de reden waarom de tijd voor alles in het heelal vooruit loopt en entiteiten verouderen. Ons lichaam is onderhevig aan veroudering.

Ons bewustzijn is niet stoffelijk en kan alleen existeren in de stilstand van het nu. Het bewustzijn veroudert niet; het is pure aanwezigheid in het nu. Het nu is het enige moment dat wij kunnen ervaren. Het verleden kunnen wij ons alleen maar herinneren in het nu en de toekomst kunnen we alleen maar projecteren in het nu. Binnen het nu ligt de complete geschiedenis en de toekomst besloten. En zo kunnen we ons iets bewust of onbewust herinneren. Een onbewuste herinnering is een aangeboren talent. Een visioen is een glimp van de toekomst welke in het nu zichtbaar wordt. Tijdens een bijna-doodervaring bundelt het verleden zich samen in een ervaring in het nu. Terwijl ons lichaam beweegt in de kloktijd en wordt geboren en dood gaat, is ons bewustzijn gedurende dat leven altijd in het nu, altijd in verbinding met de schepping. Ons bewustzijn is aanwezig op een rand in de tijd. Het is onze antenne met schepping.

De schepping is aanwezig in het nu maar het heeft een materiële vorm die veroudert door het tikken van de tijd. Het verouderingsproces gaat door middel van straling. Entiteiten stralen hun energie naar de omgeving - denk aan de sterren - en uiteindelijk naar het niets en in het niets vindt de energie weer zijn antideeltje waardoor ze samen kunnen oplossen in het universum. De schepping straalt zijn creatie uit naar de leegte om weer tot rust te komen. Elke aanwezigheid straalt. Als u alleen in de ruimte zweeft, dan straalt u warmtestraling uit naar de leegte. Gelukkig zijn we niet alleen in de leegheid, er zijn meer entiteiten – atomen, planten, dieren, mensen – en zij stralen ook energie uit. Deze stromen van energie kunnen wij waarnemen als informatie. En zo zijn alle entiteiten eenlingen die aanwezig zijn in de leegte en binnen zichzelf met behulp van de inkomende informatie een beeld maken van de omgeving. Er bestaat geen totaalbeeld omdat de entiteiten elkaars aanwezigheid niet kunnen ervaren. Elke entiteit ervaart zichzelf als het centrum van het universum. Er bestaat in de ruimte dan ook geen middelpunt, er is geen punt in de ruimte aan te wijzen vanwaar de oerknal begon. De oerknal begon overal. De ruimte heeft geen middelpunt, elke entiteit is een referentie voor een middelpunt. Voor God is iedereen gelijk.

 Geef je oordeel over dit artikel 
Nog geen stemmen uitgebracht
 Plaats een reactie 

nog 993 tekens van de 1000 te gaan
Spamcontrole: hoeveel is negen gedeeld door drie
Reacties

disclaimer en privacy Contact website bijgewerkt: 17 juli 2019