Zoeken Contact

Artikelen van Jeroen Visbeek

De meeste getoonde artikelen zijn fragmenten uit mijn boeken. De biografieën zijn volledig opgenomen op deze website. De artikelen over de tijdgeest van onze cultuur (links of boven) vormen de kern van mijn boodschap en is de reden waarom ik deze site heb opgezet.

In de artikelen over het levensritme projecteer ik de twaalf levensfases van de cyclus van de twaalf dierenriemtekens op verschillende entiteiten. Met de precessiebeweging van de aarde verbind ik jaartallen aan deze twaalf levensfases en zodoende kom ik uit op mijn model over de tijdgeest over onze cultuur.

Gaandeweg heb ik mijn inzichten verbreed naar andere typologieën voor persoonlijkheidskenmerken en toen ik zich naar een onderlegger kwam ik uit op de numerologie en zodoende concludeerde ik dat de typologie met twaalf sterrenbeelden het sluitstuk is van twaalf systemen. Dit idee vormt de basis voor mijn boek over De universele levenscyclus.

Waarheidsperspectieven

Er bestaan verschillende waarheidsperspectieven die elkaar uitsluiten maar elkaar ook kunnen aanvullen.

In conclaaf met blinden

Waarom zetten we niet alle knappe koppen van de mensheid bij elkaar in een conclaaf met de opdracht om een antwoord te formuleren over de essentie van het universum? Natuurlijk weten we dat dit uitmondt in een Poolse landdag; een gelovige zal zijn geloofsleer als de waarheid verkondigen, een spiritueel mens zal iets zeggen als ‘alles is bewustzijn’ en een wetenschapper accepteert alleen wijsheid die is afgeleid uit objectieve waarnemingen. Toch levert het denkbeeldige conclaaf een interessante conclusie op: we kunnen het niet eens worden over één waarheid.

Als we eerlijk zijn, zouden we moeten stellen dat we gewoon domweg niets begrijpen van de essentie maar aan de andere kant kunnen we zonsverduisteringen voorspellen en computers bouwen. De mens bezit het vermogen om dingen te begrijpen maar in zijn zoektocht naar kennis loopt hij tegen de beperkingen van zijn bevattingsvermogen op. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat we gevangen zitten in ons mens-zijn. Als mens hebben we geen weet hoe een mier de wereld ziet of wat onze huiskat van ons vindt, sterker nog, we weten nog niet eens wat er in een ander werkelijk omgaat en eigenlijk weten we dat vaak nog niet eens van onszelf. Los deze beperking, begrijpen we ook niet goed welke rol we spelen in het heelal: zijn wij een toevallige passant die de natuur waarneemt of participeren wij als een bewust wezen in het grote verhaal? Zijn wij voorbestemd om in de evolutie te verschijnen om kunstmatige intelligentie te ontwerpen of zijn we door de evolutie door toevallige omstandigheden verschenen? En hoe kan het dat de natuur zich gedraagt volgens de door ons ontdekte natuurwetten maar dat deze wetten alleen als een abstractie bestaan in ons hoofd? Is het onze opdracht om de Schepping te ontdekken? In onze zoektocht naar de antwoorden op deze vragen komen we steeds onszelf tegen. Dat is niet zo vreemd omdat wij een onderdeel zijn van het heelal. In de vraagstelling van het conclaaf moeten we onszelf betrekken. Misschien geven onze beperkingen wel een aanwijzing voor een antwoord.

We hebben allerlei gaven maar we zijn ook begrensd omdat we opgesloten zitten in onszelf. Wat dit betreft zijn we niet anders dan een mierenkolonie. Elke individuele mier kan het functioneren van de hele kolonie niet overzien zoals wij de kolonie kunnen zien. Wij zien het werk van alle mieren en een individuele meer ziet het alleen vanuit haar eigen perspectief. Op een vergelijkbare wijze is wat elk mens denkt, voelt, beleeft, een persoonlijke invulling van het geheel en er bestaat geen oppermens die het geheel overziet.

Iedereen beleeft de wereld anders en niemand ziet het geheel. Elk mens benadrukt een bepaald aspect van het leven. Deze verdeeldheid zit besloten in onze werkwoorden: constateren, waarnemen, denken, begrijpen, fantaseren, geloven, voelen, werken, slapen etc. Deze werkwoorden sluiten elkaar vaak uit: denken versus geloven, willen versus accepteren, rekenen versus beredeneren. De tegenstelling tussen de werkwoorden hebben en zijn zien we in de tegengestelde uitspraken ‘ikheb een verstand’ en ‘wij zijn ons brein’. Laat ik eens beginnen met een begin van een antwoord.

Ik stel dat alle werkwoorden behoren tot de essentie van het universum; simpelweg omdat we het erover eens zijn dat deze activiteiten bestaan en vervolgens stel ik dat er een reden moet zijn waarom deze activiteiten bestaan. Dat klinkt mooi maar er ontstaan nu direct vragen zoals “wat is de reden van lijden?” of “hoe moeten wedromen begrijpen in relatie tot bewijzen?”. Als antwoord op deze vragen zeg ik dat we niet alles kunnen begrijpen en niet het vermogen bezitten om objectief een systeem aan te brengen in onze werkwoorden; waarnemen heeft evenveel waarde als denken, geloven is net zo krachtig als bewijzen en de gave van fantaseren is even waardevol om tot de essentie te komen als falsificeren. Alle werkwoorden moeten we beschouwen als methoden waarmee we een bepaald aspect van de essentie beleven. Het werkwoord ‘geloven’ geven we handen en voeten met de methode van de religie, het werkwoord ‘zijn’ is het werkterrein van de spiritualiteit, ‘denken’ is verbonden met de filosofie en de werkwoorden ‘constateren’ en ‘waarnemen’ is het vertrekpunt in de wetenschap. De religie, wetenschap, filosofie, spiritualiteit zijn methoden die de essentie onthullen en omdat ze vanuit verschillende invalshoeken de essentie benaderen kunnen ze naast elkaar bestaan zonder dat ze elkaar uitsluiten. Elke methode heeft haar kracht maar ook haar beperkingen en bij elkaar beschouw ik ze als wegwijzers voor de essentie. Laten we eens een aantal waarheidsperspectieven bekijken.

Elk mens heeft wel een favoriete methode en sommige mensen zijn er heilig van overtuigd dat hun methode de enige ware is. Zulke voorkeuren zien we ook door de tijd in samenlevingen. Eeuwenlang bezat de Kerk het monopoly op Gods woord, in het klassieke Griekenland bepaalden de filosofische scholen de moraal en tegenwoordig hechten veel mensen waarde aan de wetenschap en het principe van keuzevrijheid hoewel de verhalen een comeback maken met de complottheorieën. Grosso modo behouden alle methoden hun waarde met als gevolg dat het conclaaf niet verder komt dan een uitwisseling van meningsverschillen. De slotverklaring zal klinken: We agree to disagree.

Maar waarom zijn we het niet met elkaar eens terwijl we eigenlijk naar hetzelfde kijken? We leven allemaal op aarde, we gaan allemaal dood, we bestaan allemaal uit dezelfde moleculen, we hebben allemaal dromen, gevoelens, gedachten, fantasieën, verlangens. We zijn in wezen allemaal uit hetzelfde hout gesneden en om de één of andere reden zijn we verdeeld geraakt. Dat deed mij denken aan de parabel van ‘De blinde mannen en de olifant’. De moraal is dat de methoden ons verblinden voor het grote plaatje maar als we onderkennen dat elke methode ons beperkt en als we onszelf de ruimte geven om de wereld vanuit andere perspectieven te bekijken, dan zien we de stukjes van een samenhangend geheel.

Tekening zes blinde mannen en de olifant

Zes blinden proberen een olifant te beschrijven.

De blinde mannen en de olifant

John Godfrey Saxe (1816-1887)

Er waren eens zes man uit Hindostan, het opdoen van kennis zeer gezind.
Ze gingen op zoek naar de olifant (ook al waren zij allen blind),
met onderzoek zouden zij oordelen naar bevind.

De eerste liep naar de olifant maar kwam opeens ten val,
tegen de brede en stevige flank en verklaarde meteen aan al:
'loof de heer, maar de olifant is als een wal.’

De tweede voelde aan een slagtand en riep: 'hé, maar neen, mijn heer,
wat is immers zo rond en scherp? Voor mij is duidelijk maar al te zeer,
dit wonder van een olifant is als een speer.’

Nu kwam ook de derde naderbij, greep bij toeval, als ware het een stang,
de kronkelende slurf, en sloeg terstond een toon aan van belang:
'Aha,' sprak hij, 'de olifant lijkt erg op een slang.’

Nu stak de vierde gretig zijn handen uit, en voelde aan de knie:
'waar dit beest nog het meest op lijkt is wel duidelijk,' meende die:
'Er kan geen twijfel over zijn het is een boom die ik hier voor mij zie’.

De vijfde raakte toevallig aan het oor en zei: 'zelfs als de blik niet tot het daglicht reikt,
is zonneklaar wat ik hier heb; wat ik voel is zonder twijfelen geijkt,
is dat dit wonder van een olifant op een waaier lijkt.’

Nauwelijks nog had de zesde overwogen waar hij eens beginnen zou,
of hij voelde al de slingerende staart, zwaaiend gaf deze hem een douw.
'Ik zie het al,' zei de man, 'de olifant is als een touw.’

En aldus zetten de zes uit Hindostan zich aan een debat, met luide stem en onverveerd,
ieder zei er het zijne van en liet zich door de ander onbekeerd.
Allen waren weliswaar ten deel in het gelijk, samen echter hadden zij het verkeerd.

 Geef je oordeel over dit artikel 
Nog geen stemmen uitgebracht
 Plaats een reactie 

nog 993 tekens van de 1000 te gaan
Spamcontrole: hoeveel is negen gedeeld door drie
Reacties

disclaimer privacywebsite bijgewerkt: 10 augustus 2018