Zoeken Contact

Astrologie

Wie astrologie zegt, zegt horoscopen. Een westerse of Vedische horoscoop is een interpretatie van de stand van de planeten ten opzichte van de twaalf sterrenbeelden. In de ooosterse astrologie worden dierentekens gekoppeld aan een (geboorte)uur, dag, maand en jaar. Persoonlijk doe ik weinig met horoscopen. Bij mijn analyses gebruik ik de numerologie, de vier elementen, het oerprincipe yin en yang, de cyclus en karakters van de twaalf dierenriemtekens. Ik vermoed dat de westerse astrologie meer geschikt is voor een persoonlijke horoscoop en dat de oosterse astrologie beter gebruikt kan worden voor groepen. Mijn interpretaties hierover kan je hier lezen of bekijken in mijn video's.

De Planeten

Raak de planeten om de naam weer te geven. Elke planeet is verbonden met één van de twaalf dierenriemtekens.

Het zonnestelsel is een bonte familie. Elke planeet is uniek. Toch zijn veel opmerkelijke verschillen simpel te verklaren uit de afstand tot de Zon en de grootte van de planeet.

Mercurius staat het dichtst bij de Zon en ondervindt de grootste getijdenkrachten van de Zon. Hierdoor is de rotatiesnelheid van de planeet sterk afgeremd. Eén dag op Mercurius duurt zó lang dat de Zon twee keer opkomt. Mercurius is in vergelijking met Venus en de Aarde klein, maar de ijzer-nikkel kern is even groot als die van de Aarde. Men vermoedt dat Mercurius miljarden jaren geleden een groot deel van haar mantel heeft verloren door een catastrofale botsing. Omdat ze na de botsing een groot deel van haar massa verloor kon ze geen atmosfeer meer vasthouden. Wat over bleef is een saaie met kraters bezaaide planeet.

Venus is de tweelingzus van de Aarde. Venus roteert de verkeerde kant op in vergelijking met de Zon en de andere planeten. Als je de Zon zou kunnen zien, zou deze in het westen opkomen en in het oosten ondergaan. Deze tegengestelde beweging is alleen te verklaren doordat een groot object ooit tegen Venus is opgebotst. Na de botsing duurde één dag op Venus 243 dagen. Omdat zij nagenoeg even groot is als de Aarde vermoedt men dat zij ook vulkanisch actief is. Omdat Venus meer energie van de Zon ontvangt dan de Aarde sloeg al vroeg na haar geboorte het broeikaseffect op hol. De oceanen verdampten waarna het ultraviolette licht alle watermoleculen scheidde in waterstof en zuurstof. Het lichte waterstof vloog weg in de ruimte en de zuurstof bond zich met koolstof tot koolstofdioxide. Wat overbleef was een kurkdroge planeet met een luchtdruk gelijk aan de druk op 1 kilometer onder water. Venus is een hel. De thermometer staat er dag en nacht op 470░ C en het oppervlak gaat permanent schuil achter dikke wolken zwavelzuur. Aan het oppervlak van Venus komt er net zoveel zonlicht als een zwaarbewolkte dag op Aarde.

Voor de Aarde zou hetzelfde lot wachten als Venus. Maar het op-hol-slaan van het broeikaseffect verliep iets trager omdat de Aarde minder energie van de Zon ontvangt. In die tijd ontstond in de aardse oersoep het leven. Toen het leven 2,7 miljard jaar geleden de fotosynthese had ontwikkeld kon het broeikaseffect worden gestopt. De bacteriën haalden de kooldioxide uit de atmosfeer. Een afvalproduct van de fotosynthese is zuurstof. Eerst sloeg alle ijzer in de oceanen neer als roest en later kwam er vrije zuurstof in de atmosfeer. In de bovenste lagen van de atmosfeer vormde zich uit zuurstof en de energie van het ultraviolette licht de ozonlaag. Het leven zelf heeft het klimaat gunstig beïnvloed. In de koolstof, zuurstof, stikstofcycli op Aarde zorgt het leven een belangrijke rol om het evenwicht te bewaren.
Onze Maan is zeer bijzonder. De aardse planeten hebben in principe geen Maan. Mars heeft twee ingevangen planetoïden en computersimulaties geven aan dat bij de vorming van het zonnestelsel de aardse planeten geen manen krijgen. Men vermoedt dat de jonge Aarde in botsing kwam met een andere protoplaneet. Uit de brokstukken die in een baan om de Aarde kwamen zou zich de Maan hebben gevormd.

Alle processen op Venus en Aarde speelden zich ook op Mars af. Ook hier ontstonden oceanen van vloeibaar water en het is zelfs mogelijk dat er leven op Mars is ontstaan. Astronomen hebben oude kustlijnen gevonden op het oppervlak van Mars. Waar het water is gebleven is niet duidelijk. De diameter van Mars is de helft van die van de Aarde. Zo'n klein lichaam koelt sneller af en het is de vraag of Mars nog vulkanisch actief is. Omdat Mars veel lichter is dan de Aarde is haar atmosfeer een stuk ijler.

Jupiter is van een geheel andere orde. Het gewicht weegt 318 maal het gewicht van de Aarde en het volume van de Aarde zou er 1300 keer inpassen. Jupiter is zwaarder dan alle andere planeten bij elkaar. Bij de geboorte van het zonnestelsels ontstond na de Zon Jupiter als eerste planeet. Hierdoor kon hij het meeste waterstofgas naar zich toetrekken. Als Jupiter 40 keer meer waterstofgas had kunnen bemachtigd was hij zelfs een ster geweest. Door de vroege vorming van Jupiter verhinderde zijn grote zwaartekracht de vorming van een planeet tussen Mars en Jupiter. De rotsblokken draaien nu nog als de asteroïdengordel om de zon.
Wat direct opvalt aan Jupiter is zijn Rode Vlek. Het is een reusachtige orkaan die Galileo al in zijn telescoop zag. Ook zag Galileo vier manen. Het dichtst bij staat de spectaculaire Io. De zwaartekracht van Jupiter kneed het inwendige van gesteente waardoor Io heet wordt: het is de meest vulkanisch actieve wereld van ons zonnestelsel. Het oppervlak van Io is bedekt van een verse laag witte, rode en gele zwavelverbindingen en ververst zo snel dat er geen kraters op Io zijn. De tweede Maan is de intrigerende Europa: een gladde ijsschil zonder kraters. Ook Europa wordt verhit door Jupiter en mogelijk gaat er onder de ijsschil een oceaan schuil van vloeibaar water. Ganymedes - de derde Maan is - is de grootste Maan van het zonnestelsel en is zelfs groter dan Mercurius. De vierde Maan is de donkere Callisto. Deze koude ijsachtige bal is de zwaarst bekraterde Maan in het zonnestelsel waar al miljarden jaren niets is veranderd.

Saturnus is de kleine broer van Jupiter. Hoewel Jupiter, Uranus en Neptunus ook ringen hebben is Saturnus dé beringde planeet. Met een grote verrekijker zijn de ringen van Saturnus al vanaf de Aarde te zien. Net als Jupiter heeft Saturnus iets sterachtigs. Jupiter en Saturnus zenden meer energie uit dan ze van de Zon ontvangen.

Astronomen hebben berekend dat de ringen niet stabiel zijn. In de loop van miljoenen jaren 'verdampen' ze langzaam door gravitionele krachten. Dit betekent dat Saturnus volgens astronomische begrippen recent een ringenstelsel heeft gekregen. Mogelijk kwam een Maan, asteroïde of ander groot object te dicht bij Saturnus waardoor het uiteenspatte en de brokstukken een ring vormde.

De grootste Maan van Saturnus is Titan. Wat bijzonder is aan Titan is zijn dichte atmosfeer.

Uranus is met zijn egale blauwe atmosfeer de saaiste planeet van het zonnestelsel. Wat vreemd is aan Uranus is de pool naar de Zon is toegekeerd. Deze planeet rolt op zijn kant rolt in zijn baan om de zon.

Neptunus is de tweelingbroer van Uranus. Beide planeten zijn vermoedelijk later ontstaan dan Jupiter en Saturnus. Deze laatste twee planeten hadden al vroeg veel waterstof en helium naar zich toe getrokken. Daarna begon de jonge Zon te schijnen en blies de zonnewind het lichte waterstof en helium uit het zonnestelsel. Hierdoor bleef er minder materie over voor de vorming van Uranus en Neptunus waardoor zij een stuk kleiner zijn dan Jupiter en Saturnus en een andere samenstelling hebben. Onder hun ijzige wolkentoppen bestaan zij vermoedelijk uit oververhitte en onder zeer hoge druk staande ijssoorten van water, ammoniak en methaan. Onder hun gasvormig omhulsel hebben zij misschien wel uitgestrekte oceanen van water die - net als op Aarde - verwarmd wordt door de stenige kern in hun centrum.

Het wolkendek van Neptunus lijkt wat op die van Jupiter. Ook Neptunus heeft een Donkere Vlek. Witte wolkenflarden komen en gaan. Neptunus is de meest veranderlijke planeet van ons zonnestelsel.

De grootste Maan van Neptunus is Triton. Deze koudste wereld van het zonnestelsel is zelfs geologisch actief. Uit de korst spuiten geisers methaangas duizenden meters de atmosfeer in. Men begrijpt niet goed waarom Triton van oost naar west draait, tegengesteld aan vrijwel alle andere manen in het zonnestelsel. Deze afwijking betekent ook de Tritons ondergang. Door de tegengestelde beweging trekt Neptunus Triton langzaam maar zeker naar zich toe. Over miljoenen jaren zal Triton zo dicht bij Neptunus komen dat de enorme getijdenkrachten van Neptunus de Maan zal verbrijzelen. De brokstukken zullen zich als een ring om Neptunus groeperen welke veel groter en indrukwekkender zullen worden dan de huidige ringen van Saturnus.

Logica in het zonnestelsel

De orde in de afstanden van de planeten tot de zon en de ontdekking van nieuwe planeten roept de vraag op wanneer een hemellichaam de status van planeet krijgt.

grafiek afstanden planeten

Links staat Mercurius, de planeet die het dichtst bij de zon staat en rechts de verste planeet Pluto. De witte stippen geven de werkelijke afstanden van de planeten tot de zon weer uitgedrukt in de afstand aarde-zon (de aarde staat op 150 miljoen kilometer van de zon). Jupiter staat 5,19 keer zo ver weg van de zon als de aarde. De rode lijn met de rode getallen is een bedachte logische reeks. De eerste acht planeten - Mercurius tot en met Uranus inclusief de asteroïde Ceres - wijken nauwelijks af van de logische reeks.


De Titius-Bode-regel

De Duitse natuurkundige Titius (of Tietz) ontdekte in 1766 een rekenkundig verband in de afstanden van de planeten. De astronoom Bode Bode gaf hier in 1772 bekendheid aan. De regel is gebaseerd op de volgende logische reeks:

0, 3, 6, 12, 24, 48, 96, 192

Als bij elk getal 4 wordt opgeteld krijg je de verhoudingen van de afstanden van de planeten tot de zon. De aarde heeft als derde planeet het getal 10 (6+4). Door alle getallen door 10 te delen worden alle afstanden uitgedrukt in de afstand aarde-zon. Mars heeft bijvoorbeeld getal 16 en staat in de reeks dus 1,6 keer zover van de zon als de aarde. De Titius-Bode-regel klopte voor alle planeten die toen bekend waren. Zo staat Mars staat in werkelijkheid op 1,52 maal de afstand aarde-zon. Toen in 1781 Uranus werd ontdekt bleek deze planeet precies te passen in de reeks. Alleen zat er toen nog een gat tussen Mars en Jupiter. Dit leidde tot een zoektocht naar een nieuwe planeet. In 1801 werd Ceres ontdekt; precies op de afstand van de zon volgens de Titius-bode-reeks. En zo stonden alle planeten bij het begin van de negentiende eeuw op een logische afstand tot de zon.

Mercurius 0 + 4 =    4 →   0,4
Venus 3 + 4 =    7 →   0,7
Aarde 6 + 4 =   10 →   1,0
Mars 12 + 4 =   16 →   1,6
Ceres 24 + 4 =   28 →   2,8
Jupiter 48 + 4 =   52 →   5,2
Saturnus 96 + 4 =  100 →  10,0
Uranus 192 + 4 =  196 →  19,6
Neptunus 384 + 4 =  388 →  38,8
Pluto 768 + 4 =  772 →  77,2
planeet X 1536 + 4 = 1540 → 154,0

Later werden er nog veel meer kleine objecten tussen Mars en Jupiter gevonden. Deze ring van stof en brokstukken noemen we nu de planetoïdengordel. Toen men ontdekte dat Ceres slechts een middellijn heeft van 930 kilometer viel dat voor een planeet behoorlijk tegen. Vanaf toen was Ceres is de grootste planetoïde en verloor ze haar planeetstatus.

De verstoring

De ontdekking van Neptunus in 1846 verstoorde de logica in ons zonnestelsel. Deze planeet moest volgens de regel ongeveer 39 maal zover van de zon staan als de aarde. Maar Neptunus staat veel dichterbij, ongeveer 30 maal de afstand aarde-zon. Astronomen vermoedden dat er nog een planeet moest zijn die de afwijking van Neptunus kon verklaren. Men ging op zoek en in 1930 werd Pluto ontdekt. Maar het probleem werd alleen maar groter. Pluto had een nog veel grotere afwijking op de regel en Pluto was veel te klein om de onregelmatigheid van Neptunus te verklaren.

De banen van de drie buitenste planeten Uranus, Neptunus en Pluto hebben een grote onregelmatigheid. De baan van Uranus kan slechts voor één omloop van 84 jaar voorruit worden berekend en de berekening van de positie van Neptunus zit er na een aantal jaren fors naast. Een onbekende massa verstoort hun banen. Hierom vermoeden astronomen dat er nog een tiende planeet bestaat. Computersimulaties wijzen uit de Planeet X een massa heeft van twee tot vijf keer die van de aarde, een afstand tot de zon heeft 100 maal de afstand van de aarde tot de zon zijn en een omlooptijd tussen de 350 en 1000 jaar. De baan zou sterk elliptisch zijn en een grote hoek maken met de banen van de andere planeten.

Wat is een planeet?

Wie weet wat er straks allemaal nog meer wordt ontdekt in de periferie van ons zonnestelsel. En welke objecten krijgen de status van planeet en welke niet? Een planeet is een niet zelf lichtend hemellichaam in een vaste baan om de zon, zegt de bolle van Dale. Onder deze definitie zouden er tienduizenden planeten zijn. Er draaien veel brokstukken van enkele meters tot honderden kilometers in een baan om de zon. Toch bedoelen we met de planetoïden en kometen geen planeten. Een planeet moet een bepaalde grootte hebben. Maar wat is de grens? Boven welke diameter krijg een object de status van een planeet? Deze grens bestaat officieel niet. Pluto werd na zijn ontdekking als een planeet beschouwd. Afhankelijk wisten astronomen niet hoe groot Pluto was. Later ontdekten ze dat de diameter van Pluto slechts 2274 kilometer is. Is zo'n dwerg nog wel een planeet? Alle andere planeten zijn minimaal twee maal groter als Pluto. Zelfs onze maan met een diameter van 3200 km is groter dan Pluto. Aan het eind van de 20ste eeuw ontdekte men nog veel meer van Pluto-achtige ijsdwergen. Veel astronomen vinden Pluto te klein en noemen Pluto geen planeet maar de koning onder de ijsdwergen. Een ander probleem met Pluto is dat dit hemellichaam een sterk hellende baan om de zon heeft welke ook nog eens sterk elliptisch is. De andere planeten, Ceres incluis, draaien in hetzelfde vlak in een redelijk cirkelvormige baan. Pluto dreigde in 2004 van de lijst van officiële planeten te worden geschrapt. Maar de meerderheid van de astronomen vond dat Pluto toch als planeet door het leven mag gaan. Een motief voor deze keuze lijkt de metgezel van Pluto: haar grote maan Charon.

De kwestie krijgt een nieuwe invalshoek met de verrassende ontdekkingen aan Ceres. Uit foto's van de Hubble-telescoop concluderen astronomen voorzichtig dat het inwendige lichaam van Ceres is opgebouwd uit een stoffige korst, een dikke mantel van waterijs en een kern van steen. Zo'n gelaagde samenstelling is typisch voor een planeet. Niet alleen de samenstelling doet denken aan een planeet. Ook de ontstaanswijze van Ceres is gelijk aan die van de overige planeten. Ceres kan als een embryonale planeet worden beschouwd. Tijdens de vorming van ons zonnestelsel kon zij niet uitgroeien tot een volwaardige planeet omdat de zwaartekracht van de reus Jupiter dit verhinderde. De rotsstukken konden niet samenklonteren en wat er over bleef was een ring van asteroïden tussen Mars en Jupiter met Ceres daartussen als miniplaneetje. Als je al de brokstukken samen zou ballen tot één object zou je een planeet krijgen met een diameter van 1500 kilometer. Als deze samengebalde Ceres had bestaan, lijkt het aannemelijk dat Ceres vandaag de dag als een volwaardige planeet zou worden beschouwd. Waarom mag Ceres geen planeet zijn?

Wat is een planeet? Kleine brokstukken met vormen als een aardappel zijn duidelijk geen planeten. Maar bij welke diameter spreek je van een planeet? Is de minimumeis 2000 of 5000 kilometer? Zulke minimumafmetingen zijn arbitrair. Pluto is met zijn 2274 kilometer officieel een planeet. Maar als Pluto het minimum zou zijn, zou een vrijwel identiek hemellichaam met een kilometertje minder ineens geen planeet zijn. Er is eigenlijk één onbetwist criterium: een planeet moet een rond lichaam hebben. Hemellichamen worden bolvormig door de zwaartekracht. Kleine objecten van enkele honderden kilometers hebben een onregelmatige vorm omdat de zwaartekracht te zwak is om het lichaam in een ronde vorm te drukken. Wanneer een object een diameter heeft van ongeveer 1000 kilometer wordt er een grens doorbroken. Bij grotere objecten overwint de zwaartekracht de elektromagnetische kracht; de zwaartekracht wordt dan sterker dan de bindingskracht tussen de atomen. Alle objecten met een diameter groter dan 1000 kilometer zouden in aanmerking moeten komen voor de planeetstatus. De 1000-kilometer-grens heeft een mooie verankering in de natuurwetten. Ceres verdient met haar gelaagde samenstelling, haar ontstaansgeschiedenis, haar plaats in de Titius-Boder-reeks en haar prachtige ronde vorm de status van een planeet.

Samenstelling Ceres

De vermoedelijke samenstelling van Ceres met een kern, mantel en korst is typisch voor een planeet. Men vermoedt dat de mantel bestaat uit een grote hoeveelheid puur zoet water in de vorm van ijs. De hoeveelheid zou groter kunnen zijn dan de hoeveelheid zoet water op aarde. Deze ontdekking is onder meer belangrijk voor toekomstige bemande ruimtevluchten naar Jupiter en Saturnus en voor de kolonisatie van ons zonnestelsel.

vergelijking dwergplaneten

De overige objecten links van Pluto zijn officieel geen planeet. De dwergplaneet Eris die in 2005 is ontdekt is groter dan Pluto en zou gezien de grootte de tiende planeet moeten zijn. Eris heeft zelfs een kleine maan Dysnomia genaamd. Quaoar en Sedna zijn net als Eris en Pluto ijsdwergen. Pluto heeft naar verhouding de grootste maan - Charon - in het zonnestelsel. Boven staan twee planetoïden afgebeeld. Juno is de drie na grootste. Wat opvalt is dat deze steenklompen geen mooie ronde vorm hebben en dus niet als een planeet beschouwd kunnen worden. Ceres is de grootste planetoïde en heeft door haar grootte een bolvorming lichaam. Als alle objecten van de asteroïdengordel, zoals Eros en Juno, net als bij de andere planeten zouden zijn samengeklonterd, zou Ceres een diameter hebben van ongeveer 1500 kilometer.

Astronomen zoeken het antwoord in een andere richting. Sinds 2006 spreken zij over drie planeetklassen:

  • aardse planeten kleine steenachtige planeten in de binnendelen van het zonnestelsel: Mercurius, Venus, de Aarde, Mars. De kern van ijzer en nikkel is vast waaromheen een vloeibare mantel zit van steen. Hierop drijft de dunne korst bestaande uit schollen of continenten welke bewegen. Omdat de aardse planeten dicht bij de zon staan is de temperatuur te hoog om het lichte waterstof in hun atmosfeer vast te houden. In principe hebben alle aardse planeten een atmosfeer. Mercurius vormt de uitzondering hierop.
  • reuzenplaneten of gasreuzen Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Deze planeten bestaan voor het grootste deel uit waterstof. Dit kunnen ze vasthouden omdat ze een stuk verder weg van de Zon staan.
  • dwergplaneten of ijsdwergen o.a. Pluto, Sedna en Eris

 

disclaimer privacywebsite bijgewerkt: 28 juni 2018