enveloppe zoeken

Een duiding van de tijd

Jeroen Visbeek schrijft naast boeken en artikelen ook blogs waarin hij actuele gebeurtenissen en ontwikkelingen plaatst in zijn model van de tijdgeest dat o.a. bestaat uit 15-jarige en 180-jarige tijdperken.

Taboewoorden

Categorie: 15-jarige kreefttijdperk (2005-2020)

Elke week een nieuw taboewoord

achterlijk austraalneger autochtoon

taboewoord

Autochtoon         au·toch·toon ( bijvoeglijk naamwoord)

politiek correct

hardwerkende Nederlander, oorspronkelijke bewoner

Vroeger woonden er in ons land Nederlanders (en Joden) maar dat kan je niet meer zeggen sinds Maxima heeft gezegd dat dé Nederlandse identiteit niet bestaat. Inderdaad: in een multicultureel land bestaat er niet meer zoiets als ‘de Nederlander’. Het Nederlander-zijn is verworden tot het bezit van het staatsburgerschap en wie zich nog identificeert als Nederlander wordt beticht van nationalisme of erger. Een moderne burger behoort zich Europeaan te voelen of nog beter: wereldburger.

Nu zit ik met het probleem hoe ik mezelf moet noemen ten opzichte van al die mensen in mijn buurt wiens voorouders uit Afrika of het Midden-Oosten kwamen. Velen van deze gekleurde medelanders gedragen zich niet als een Nederlander, ze zien er niet uit als een Nederlander, ze praten niet als een Nederlander (als het Nederlands al machtig zijn), ze identificeren zich niet als een Nederlander. Wie ben ik nu? Hoe kan ik mij nog Nederlander noemen als tachtig procent van mijn buurtgenoten niet kunnen of willen assimileren in de Nederlandse samenleving. Als zo grote meerderheid in mijn ogen geen Nederlander is, maar wel mijn buren zijn, kan ik niet meer tegen mezelf zeggen dat ik een Nederlander ben, want als ik dat wel zou doen, zouden zij met al hun afwijkingen ‘buitenlanders’ zijn, maar dat mag je allang niet meer zeggen.

Om een onderscheid te maken was in de jaren tachtig de begrippen autochtoon en allochtoon bedacht, en ik kon mezelf plaatsen in het hokje van autochtone Nederlander, totdat het begrip allochtoon taboe werd verklaard en hiermee is het ermee verwante begrip autochtoon ook verdacht en dat wordt ook steeds minder gebruikt. Want een autochtoon veronderstelt een allochtoon, maar allochtoon is taboe en de buitenlanders heten nu volgens het politieke jargon ‘mensen met een migratie achtergrond’. Om hier in mee te gaan zou ik mijzelf nu ‘oorspronkelijke Nederlander’ moeten noemen, maar die term gebruikt niemand, omdat iedereen weet hoe het overal in de wereld is afgelopen met de oorspronkelijke bewoners. De term ‘oorspronkelijke bewoner’ klinkt als een marginale minderheid, en zo voel ik mij trouwens al in mijn buurt. Mark Rutte heeft dit probleem handig omzeilt met zijn ‘hardwerkende Nederlander’ en hij laat een beetje in het midden wie hij ermee bedoelt maar we weten dat van de Somaliërs, Afghanen en Irakezen tweederde een uitkering krijgt en dat aantal is al vijftien jaar stabiel. Van de Syrische asielzoekers die wij vanaf 2015 hebben verwelkomd, heeft slechts 2 procent werk gevonden. Geen hardwerkende Nederlanders dus.

Beste Nederlanders, ik weet het niet meer. Met de banvloek op woorden ben ik een vreemdeling geworden in het land waar ik geboren ben. Hoe kan ik lid zijn van een samenleving als ik nog niet eens weet hoe ik mezelf kan en mag noemen binnen onze samenleving?

De heersende moraal van onze samenleving is bepaald tijdens de jeugdrevolte van de jaren zestig. In die tijd was er een sfeer van alles moet anders, weg van die bekrompenheid, allerlei groepen vonden elkaar in de emancipatiestrijd en de roep om een vreedzamere wereld. De veranderde tijdgeest werd door de protestzanger Bob Dylan bezongen in 1964 met zijn strijdlied The Times They Are a-Changin'. De jeugd bevrijdde zich van de kleinburgerlijke maatschappij met haar kerkelijke dogma’s, respect voor de autoriteit en onderdrukking van de vrouw. Alle taboes werden doorbroken, zelfs pedofilie ‘moest kunnen’. En nu, bijna een halve eeuw later hanteren de babyboomers zelf een knellende moraal met een hele rits aan taboes en dat begint te schuren omdat ‘het volk’ al die ‘goedheid’ niet meer kan verdragen.

De revolte van de jaren zestig was de overwinning van ‘links’ en hierom wordt de moderne moralist vaak aangeduid met ‘links’ of ‘linksmens’, maar ook de liberalen en confessionelen zijn inmiddels ‘tot de waarheid’ gekomen  - hoewel er accentverschillen zijn -  en nu deelt de hele Nederlandse bovenlaag dezelfde zeden. Tot de high society behoren alle media (kranten, televisie, NPO en commerciëlen), de wetenschappers, rechters en intellectuelen. Deze elite meent te weten wat goed is voor het volk maar ze begrijpt niets van wat er werkelijk bij de onderklasse speelt en ze waren met stomheid geslagen toen Trump de presidentsverkiezingen won. Het is treffend dat niemand van deze club een aanhanger is van Trump, hoewel de helft (!) van de Amerikanen op hem hebben gestemd. Hier is duidelijk een kloof zichtbaar tussen goed (elite) en fout (volk).

In dit generatieve kreefttijdperk (2005-2020) wil het volk zich emanciperen. Het gevoelige teken Kreeft is het teken van de familie en dit uit zich in het volkssentiment. Het volk heeft nu de wind mee en de elite zit nu in de hoek waar de klappen vallen. In het aankomende leeuwtijdperk zal de populistische tegenbeweging gaan versmelten met de idealen van de elite. Leeuw sluit het huwelijk tussen oud en nieuw. Maar voorlopig zitten we in de strijd tussen goed en fout: de gutmensch en de populist.

De gutmensch heeft hoge idealen maar is blind voor de realiteit waardoor hij vervreemd is geraakt van zijn onderdanen. Zijn idealen zijn niet haalbaar omdat ze tegennatuurlijk zijn. De multiculturele samenleving of een verenigde staten van Europa is de forcering van een ideaal waar de menselijke natuur zich tegen verzet. Een synoniem voor ‘onnatuurlijk’ is pervers. Het door de strot blijven duwen van deze ‘goedheid’ is onomkeerbaar schadelijk. Een te veel van het goede roept het kwaad op. De elite creëert zelf het kwaad dat ze bestrijdt.

De elite kan niet begrijpen dat iemand kritiek kan hebben op haar idealen over de inrichting van de maatschappij. Dat de moderne moraalridders een hele lijst hanteert van knellende taboes, wordt niet zo ervaren, want zij pretenderen een absolute universele moraal te bezitten en wie hun politieke correctheid overschrijdt wordt veroordeeld tot een verdorven mens zijn, hoewel dat eigenlijk in strijd is met hun eigen uitgangspunt dat elk mens volledig gerespecteerd moet worden in zijn opvattingen. De nieuwe moraal lijkt op de katholieke Kerkleer die ook als absoluut – door God bepaald – werd verordonneerd. En nu wil het volk aangevoerd door de populist zich bevrijden  – zich emanciperen – van de ‘linkse kerk’ … The Times They Are a-Changin'.

Een onderdeel van deze strijd is het gebruik van woorden. De gutmensch heeft een hele lijst van woorden die taboe zijn verklaard. Toen ik op het internet op zoek ging naar een lijst met taboewoorden, kon ik die tot mijn verrassing niet zo gauw vinden en dus heb ik er een gemaakt en elke week zal ik er één in dit blog beschrijven.

Ik heb mij beperkt tot woorden die in andere tijden als volstrekt acceptabel werden beschouwd. Gewone Nederlandse woorden als gehandicapt, homo, blinde, Kerstmis, gastarbeider, inheems, volk; ze zijn nu taboe of ongewenst.

Dus beste burger, even goed lezen, want het is soms best ingewikkeld, maar aan de andere kant kunnen grofweg de helft van de woorden geschrapt worden en dat maakt het leven weer makkelijker.

 Geef je oordeel over dit artikel 
Nog geen stemmen uitgebracht
 Plaats een reactie 

nog 993 tekens van de 1000 te gaan
Spamcontrole: hoeveel is negen gedeeld door drie
Reacties

disclaimer en privacy Contact website bijgewerkt: 18 september 2018