enveloppe zoeken

Denken over de geest van de tijd

Jeroen Visbeek (1967) maakt modellen met de vier elementen, de numerologie en de cyclus van de dierenriemtekens, en hiermee schrijft hij artikelen, boeken en een weblog. Zijn onderwerpen zijn de maatschappij, culturen, mensen, volkeren, spiritualiteit, levensritmes en het universum. Veel (lees)plezier en bedankt voor uw reacties.

RAM STIER TWEELINGEN KREEFT LEEUW MAAGD
babytijd kindertijd pubertijd studententijd samen wonen
(zelf)onderzoek
1967 (0 jaar) 1973 (6 jaar) 1979 (12 jaar) 1985 (18 jaar) 1991 (24 jaar) 1997 (30 jaar)
Jeroen ram Jeroen stier Jeroen tweelingen Jeroen kreeft Jeroen leeuw Jeroen maagd
WEEGSCHAAL SCHORPIOEN BOOGSCHUTTER STEENBOK WATERMAN VISSEN
latrelatie midlifecrisis wedergeboorte
2003 (36 jaar) 2009 (42 jaar) 2015 (48 jaar)
jeroen weegschaaltijdperk Jeroen boogschutter

LEVENSVERHAAL

Rond mijn achtentwintigste levensjaar ging ik mij openstellen voor de spiritualiteit. Ik verslond vele boeken, zelfs tijdens de tramrit op weg naar mijn werk zat ik te lezen. Vooral de astrologie en de tarot boeiden mij mateloos. Langzaam ging ik twijfelen aan mijn geloof in de wetenschap. Met mijn nuchtere en verstandelijke aard moest ik over een innerlijke drempel stappen. Want hoe kan het geboortetijdstip van invloed zijn op je karakter? En die tarotkaart die je trekt is toch louter toeval? Gaandeweg begon ik te beseffen dat wetenschap en spiritualiteit elkaar niet uitsluiten. Ze kunnen beiden waar zijn als twee aparte werelden met raakvlakken. Elke wereld heeft zijn eigen orde. Als taartpunten vormen ze onderdelen van het Grote Geheel.

Toen ik mij ging verdiepen in de astrologie begon ik - zoals iedereen - met het bestuderen van mijn eigen horoscoop. Eindelijk las ik dat mijn negatieve karaktertrekken typisch waren voor vissen. Dit gaf mij steun. Vissen is één van de twaalf dierenriemtekens en is onmisbaar. Ik mocht er dus zijn!

Maar geleidelijk begon mij iets anders in de astrologie te intrigeren. Steeds meer ontdekte ik dat de dierenriemtekens bij uitstek geschikt zijn voor het vertellen van een levensverhaal. Het eerste teken ram geeft het startschot en het laatste teken vissen lost alles weer op in het goddelijke. Talloze malen is dit verhaal opgeschreven. Hier geef ik u mijn persoonlijke versie.

De ramfase (0-5 jaar) was mijn baby- en peutertijd. Hier heb ik weinig herinneringen meer aan. Het schijnt dat ik erg bozig was want ik wilde nooit lachen op foto’s. Tijdens een verjaardag vluchtte ik volgens mij ouders onder de tafel. Het lijkt wel of ik moeite had om mijn incarnatie te accepteren. Maar rond mijn ik zesde levensjaar begon ik toch nog te stralen en kreeg ik vriendjes en zelfs een vriendinnetje, maar al snel merkte ik dat mijn spontaniteit mij kwetsbaar maakte.

Om mezelf te beschermen sloot ik in de stierfase (6-11 jaar) mijn emoties op. Dit masker behoedde mij ervoor dat ik gepest werd, want ik was in potentie een makkelijk doelwit. In de derde klas begon ik te merken dat ik anders was maar wat dat was begreep ik nog niet. In een rapport van eerste klas had mijn juf geschreven bij het onderwerp zingen: ‘doet wel mee’. Ik was een braaf en verlegen kind dat een tijdje heeft gestotterd en laat zindelijk werd. Geïsoleerd leefde ik tot mijn zestiende in mijn eigen vissen-wereldje.

In de tweelingenfase werd ik puber (12-17 jaar); mijn tijd op het atheneum. Toen ik in de tweede klas verliefd werd op een jongen uit mijn klas was dat een schok. Ik wist absoluut niet hoe ik contact zou kunnen maken en daarnaast kon ik het onmogelijk vertellen zonder uit mijn veilige pantser te breken. Maar net zoals ik rond mijn zesde met een kinderlijke onbevangenheid vriendjes had gehad, zo besloot ik op mijn zestiende om aansluiting te zoeken bij mijn klasgenootjes en dat lukte verrassend goed. Ik had weer vrienden.

Op het eind van de tweelingenfase verliet ik het ouderlijk huis in Amsterdam en ging Bouwkunde studeren in Delft. Als kind wilde ik altijd architect worden en dus was Bouwkunde een logische keuze. Delft was mijn kreeftfase (18-23 jaar): mijn studententijd. Het eerste jaar was een beproeving. Aanvankelijk was ik blij dat ik niet meer mijn kamer hoefde te delen met mijn broer, maar de universiteit was massaal en na enkele maanden kwam ik erachter dat architectuur niet mijn passie was.

Wat nu? Een andere studie, maar wat? Ik wist het niet. Ik kon gewoon geen alternatieven bedenken. Ik woonde de eerste maanden zielsalleen in Den Haag en weer verhuizen naar een andere stad, een nieuwe studie beginnen was een te grote sprong in het diepe. Ik ging dus maar door in een vreemde omgeving en probeerde er maar het beste van te maken.

Het lukte me om een kamer te vinden in een studentenhuis in het centrum van Delft en in het tweede jaar werd ik lid van de studentenvereniging Sint-Jansbrug waar ik mij profileerde als een rechtse bal en zodoende kon ik aansluiting vinden bij een groepje dat zich gedroeg als corpsballen. Ik had een nieuwe familie gevonden waar ik een vriendschappelijke geborgenheid voelde maar er was een prijs. Met veel brallen overschreeuwde ik mijn ware ik. Met veel drank verdoofde ik de pijn van het gemis aan liefde. Dit kon zo niet doorgaan.

Na mijn afstuderen in 1991 moest ik nog in militaire dienst en ik had het geluk dat ik als officier in de rang van vaandrig bij de Koninklijke Luchtmacht in Den Haag op de luchtmachtstaf kon gaan werken. Ik bleef in Delft wonen en mijn diensttijd werd zo een verlenging van mijn studententijd. Tegen het eind van mijn diensttijd had ik in de herfst van 1992 met de kracht van leeuw de moed verzameld om uit de kast te komen. Mijn moeder had al vermoedens en ze had al een keer gevraagd of ik homo was maar toen durfde ik het niet te vertellen; ik was er toen niet klaar voor.

Mijn coming out was de overgang naar mijn volwassenheid. Eindelijk kon ik met mijn vrienden en familie over mijn gevoel praten. Ik voelde mij meer volwaardig. In de leeuwfase (24-29) ging de zon schijnen. Ik was best trots op wat ik had bereikt: een academische titel van bouwkundig ingenieur, officier bij de Luchtmacht en mijn recente coming out gaven mij moed dat ik iets kon bereiken. In de winter van 1993 ging ik terug naar mijn geboortestad Amsterdam en betrok mijn eerste woning in de Johan Jongkindstraat. Al snel trok ik de stoute schoenen aan – ik was nog steeds maagd – en ging met knikkende knieën het Amsterdamse homo-uitgangsleven verkennen. Ik weet nog dat ik op een snikhete 30 april 1993 voor het eerst in mijn leven naar de Exit ging (een homodisco) en bij de dansvloer sprak Bart mij aan en ik werd smoorverliefd. Binnen een half jaar gingen we samenwonen in de Johan Jongkindstraat. Ik was niet meer alleen.

Ik was zielsgelukkig dat ik eindelijk iemand gevonden had waarmee ik intimiteit kon delen. Alle opgekropte pijn huilde ik van geluk uit op de schoot van Bart. Alles ging aanvankelijk op rolletjes. We huurden in de herfst van 1994 een mooi appartement op de Da Costakade, we namen een werkster, we hadden twee auto’s en twee katten. Bart was eigenlijk de vriend die ik in Delft had willen hebben maar ondertussen ontgroeide ik mijn Delftse levensstijl en ik ging mij steeds meer storen aan Barts verslaving aan sigaretten en drank. Ik wilde een knus nestje en samen dingen doen maar Bart wilde vrijheid. Door de beklemming van mijn liefde verwelkte de vrolijke Bart. Hij ondernam niets meer en kwijnde weg in eenzaamheid. Eind 1996 stelde ik Bart voor de keuze: of je gaat wat doen aan je drankprobleem of ik maak het uit. Hij maakte het uit. Hij zei hoofdschuddend Nee Jeroen, Ik kan het niet. Ik kan niet veranderen! Hij zei het met spijt in zijn stem. Het einde van onze relatie was voor ons allebei bevrijdend. Drie maanden later emigreerde Bart voorgoed naar het buitenland waar hij een avontuurlijk leven zou leiden.

En zo stond ik in 1997 weer alleen en begon mijn maagdfase (30-35 jaar). Ik was dertig jaar oud en had nagenoeg geen vrienden. Met wat meer zelfverzekerdheid dook ik opnieuw in het Amsterdamse homo-uitgangsleven en maakte op een meer ontspannen wijze nieuwe vrienden. Met de kracht van leeuw nog in de rug was de periode 1997-2002 seksueel gezien mijn meest actieve tijd. Nadat ik de mannenliefde had ontdekt, bleek al snel dat mijn vluchtgedrag niet de drank is, maar sadomasochisme. Ik ben hiermee nooit heel actief geweest maar het is voor mij altijd een trigger als ik me slecht voel.

Na mijn studie zocht ik een baan die aansloot bij mijn opleiding en omdat ik in mijn diensttijd ervaring had opgedaan als projectleider kon ik een baan vinden als projectleider bij verschillende bedrijven: o.a. Fokker, ING Bank, Albert Heijn, Zilveren Kruis, bij een projectontwikkelaar en een bouwfysisch ingenieursbureau. Maar door mijn afwachtende houding liep ik hierin steeds vast. Met mijn zachte vissenkarakter was ik geen daadkrachtige projectleider. Ik was altijd al een slechte slaper maar nu kreeg ik slapeloze nachten van de werkdruk. Belangrijkste oorzaak; ik deed iets wat niet bij mij paste. In de leeuwfase had ik nog de bravoure om door te gaan maar toen de jaren voorbijstreken en ik voor mezelf geen succes kon claimen, werd het duidelijk dat ik op een dood spoor zat. Mijn verschuiling achter van het spelen van een rol – corpsbal of toffe yup – ging steeds meer wringen met mijn ware ik. Na acht mislukte banen nam ik een besluit waar ik tot op de dag van vandaag geen spijt van heb. Ik nam in 2000 ontslag en hing mijn carrière als bouwkundig ingenieur aan de wilgen.

Maar mijn maagdfase was in 2000 nog niet voorbij en ik ben toen een ander type werk gaan doen waarvan ik toen vond dat ik het moest doen: ik ging op mijn 33ste werken als escortjongen. Heel veel mensen hebben niet het vermogen om dit werk te doen, maar het merkwaardige was dat ik voor het eerst in mijn leven het gevoel had dat ik iets deed waar ik werkelijk goed in was. Natuurlijk, de gelukkige hoer bestaat niet, maar ik achteraf denk ik dat ik op deze wijze een compensatie zocht voor een mislukte carrière. Voor mezelf had ik bewezen dat ik ergens in kan uitblinken.

Maagd is de tijd om de defensiemuur van stier af te breken en de binnenwereld te gaan onderzoeken. Na mijn ontslag had mijn zelfvertrouwen een grote knauw gekregen. Ik was overspannen, sliep heel beroerd en eerst moest ik weer rust vinden. Ik verliet het appartement op de Da Costakade en ging wonen in een benedenwoning in de Eerste Oosterparkstraat. Ik vroeg een bijstandsuitkering aan en ging drie jaar in psychotherapie. Ik werd mij steeds meer bewust dat ik als kind erg eenzaam was, dat Delft een grote vlucht was en dat ik niet in de wieg ben gelegd om projectleider te zijn.

Nadat ik gestopt was met het escortwerk leerde ik in de herfst van 2001 Martin-Jan kennen. Op slag verliefd was ik deze keer niet, maar het groeide langzaam en we kregen een latrelatie die acht jaar zou duren. Mijn leven kwam in een rustiger vaarwater: het weegschaaltijdperk (36-41 jaar).

Met een uitkering had ik veel tijd over en ik werd begeesterd door het begrip tijdgeest. Ik maakte hierover modellen en dit wilde ik met boeken en artikelen overbrengen naar andere mensen. Al mijn kennis van mijn schooltijd poetste ik op en ik dook opnieuw in de boeken over natuurkunde, kosmologie, biologie, geschiedenis, archeologie, paleontologie, filosofie, metafysica, esoterie, pseudowetenschappen en spiritualiteit. Als een echte techneut moest ik leren goede teksten te schrijven. In het begin probeerde ik mijn boeken te slijten bij uitgevers maar de boekenmarkt liep toen al niet meer goed en zeker in het begin waren mijn manuscripten gewoon niet goed genoeg. Om mijn ideeën toch te delen leerde in rond 2005 hoe je websites kan maken en ik tuigde de website tijdgeest.nu op.

Met de architectuur had ik in mijn leven een valse start gemaakt en toen ik in weegschaal op de helft van mijn leven was, heb ik een nieuwe koers ingezet voor de tweede helft. Eindelijk had ik een passie gevonden, een levensdoel. Maar er stak ook een flinke tegenwind op. Tot op de dag van vandaag krijg ik van naasten een hoop kritiek omdat ik er geen geld mee kan verdienen, omdat het over astrologie gaat, omdat het vaag is, omdat ik geen boek heb kunnen uitgeven. Dat is allemaal waar maar deze keer ben ik ervan overtuigd dat ik iets doe wat bij mijn past en waarmee ik een bijdrage kan leveren aan de mensheid. Maar in weegschaal domineerde nog steeds de oude bange Jeroen die het liefst onder het tafel kruipt als er visite is.

Er moest in de schorpioenfase (42-47 jaar) iets diepgaands veranderen en deze fase is bij veel mensen bekend als de midlifecrisis. Schorpioen klopte aan mijn deur in 2009 toen mijn moeder werd opgenomen in een verpleeghuis en het jaar erop trok schorpioen mij in een put: mijn moeder overleed en heel onverwacht overleed Bart enkele maanden later en zelf maakte ik de relatie met Martin-Jan uit. Hoewel ik nog steeds goed bevriend ben met Martin-Jan verdwenen er in één jaar drie mensen uit mijn leven.

Sindsdien is er iets dat mij weerhoudt om weer naar buiten te treden. Schorpioen houdt mij gevangen en dwingt mij om met mijn katten te leven als een kluizenaar. Elke dag werk ik hard aan mijn boeken en in de wereld van mijn modellen ben ik gelukkig. Daar is alles geordend en inzichtelijk en als een rechercheur ontsluier ik een wereld die begint voorbij de dood. En wat ik bedenk over het universum gaat uiteindelijk ook over mijzelf. Via mijn modellen accepteer ik mijn eigen sterfelijkheid.

Schorpioen vernietigt de ballast en transformeert het levensvatbare in een vorm waarmee je verder kan. Mijn ballast waren mijn angsten, mijn onzekerheid, mijn gevoel van minderwaardigheid en deze hebben mij altijd klein gehouden. Ik ging emotioneel terug naar mijn onbezorgde kindertijd en kwam tot besef dat ik wel allemaal redenen kan aandragen waarom ik ben vast gelopen – ik ben autistisch of heb Asperger, ik ben als kind niet geknuffeld, mijn ouders hadden een slecht huwelijk, ik heb gefaald in mijn carrière – maar dat zijn uiteindelijk gedachten waarmee ik een verhaal construeer om mijn falen te verklaren. Maar het verhaal klopt gewoon niet omdat ik met dezelfde feiten ook een ander verhaal kan maken. Blijkbaar kiezen we als mens een bepaald verhaal waarmee we ons onvermogen proberen te verklaren of rechtvaardigen. Wij mensen hebben verhalen nodig om te kunnen leven maar het is ook een valkuil welke ons gevangen kan houden. Want ik kan me wel degelijk inleven in andere mensen (geen autisme dus), ik kon met Martin-Jan heel goed knuffelen (geen schade als baby opgelopen), ik kan vriendschappen en relaties aangaan (slecht huwelijk ouders, so what!) en ik kan websites maken, boeken schrijven en nog veel meer (hoezo, mislukt in de maatschappij?). De spirituele goeroe Eckhart Tolle leerde mij via zijn boeken dat het ego en het pijnlichaam niet mijn ware ik is en dat alleen het NU echt bestaat. Oordelen over jezelf is ego en sadomasochisme is de voeding van het pijnlichaam. Alleen al dit besef brengt een transformatie op gang.

Het gaat er in het leven om, om op het juiste moment het goede te doen. Met deze leidraad nam ik op een goede manier afscheid van mijn moeder en van Bart, ik bleef werken aan mijn boeken en website, ik richtte een eigen webdesignbureau op en haalde twee zware opdrachten binnen door te bluffen. Op een gegeven moment besloot ik om een gekke buurman die al tien jaar stond te drinken in mijn tuin te verjagen. Die man bleek achteraf mesgevaarlijk. Ook de buurtkinderen die van mijn tuin een speeltuin hadden gemaakt, ging ik wegsturen. Het vochtprobleem in mijn slaapkamer ging ik te lijf, ik kapte een flinke boom in mijn tuin, ik heb een handtekeningenactie gevoerd in de buurt over horecagerelateerde overlast en besloot een einde te maken aan een onevenwichtige vriendschap. Verder ging ik mijn vader meer helpen en digitaliseerde alle familiefoto’s en de vele artikelen van mijn vader heeft geschreven. Het waren allemaal momenten dat ik voor mezelf opkwam, dat ik een grens trok en daadkrachtig optrad in de wereld.

Volgens mijn eigen indeling begon in 2015 mijn boogschutterfase en hierin zou ik mijn vleugels gaan moeten uitslaan. De nieuwe koers van weegschaal die schorpioen nog eens kritisch onder de loep heeft gehouden moet in boogschutter gaan knallen. In ram ben ik geboren, in leeuw sloot ik een ‘huwelijk’ met Bart en boogschutter wordt de tijd van mijn wedergeboorte. Ik ben benieuwd.

Foto Jeroen bij de rondvaartboot

Bij de Amsterdamse rondvaart in 1973 met mijn broer (achter) en vader (links)

Als kind probeerde ik de natuur met het verstand te begrijpen. Dat ging mij makkelijk af omdat ik van nature nogal technisch ben. Biologie, astronomie, archeologie, kosmologie en natuurkunde interesseerden mij. Na mijn studie bouwkunde in Delft begon ik mij steeds meer te gaan interesseren voor spiritualiteit. Met mijn nuchtere en verstandelijke aard moest ik hier wel een drempel nemen. Want hoe kan het geboortetijdstip bijvoorbeeld van invloed zijn op je karakter? Gaandeweg durfde ik steeds meer te geloven in de astrologie (en het hele spirituele gedachtegoed) en begon ik te beseffen dat de wetenschap de spiritualiteit niet uitsluit. Ze kunnen beiden waar zijn als twee aparte werelden met raakvlakken. Elke wereld heeft zijn eigen wetten en regels. Als taartpunten vormen ze onderdelen van het Grote Geheel. Dit is steeds het centrale thema in mijn pennenvruchten: de synthese tussen het rationele en het irrationele; tussen de logica van de wetenschap en de onlogica van de spiritualiteit.

Toen ik in mijn schorpioenfase erachter kwma dat ik een keuze kon maken in mijn eigen levensverhaal, ging ik dat ook toepassen in mijn modellen. De astrologie met zijn twaalf dierenriemtekens en vier elementen is slechts één verhaal. Er zijn meer verhalen die zijn gebaseerd op andere keuzes en dit bracht bij mij de numerologie waarin alle verhalen samenkomen. Het probleem is dat we de absolute verhalen met het getallen nul en één niet begrijpen. Een wereld met nullen en enen heeft geen betekenis voor ons. De wereld die wij begrijpen bestaat uit de hogere getallen maar daar zit een mate van willekeur in. Ieder mens denkt dat hij heel bijzonder is, maar wie tot inzicht komt dat we ons identificeren met een fictief verhaal kan spiritueel groeien. Elk verhaal is net zo beperkt als een kleur of toon en in de numerologie horen we het muziekstuk of zien we de regenboog.

disclaimer en privacy Contact website bijgewerkt: 18 september 2018